Fiscale cijfers voor 2023

Inflatie
05/05/23

In de eerste maanden van het jaar publiceert de fiscus traditioneel de nieuwe fiscale cijfers als die geïndexeerd of op een andere manier aangepast moeten worden. Hieronder brengen we de belangrijkste cijfers uit de diverse berichten in het Staatsblad, op de website van de fiscus of uit circulaires voor u samen.

 

Aanslagjaar 2024, inkomstenjaar 2023

De grote tabel met geïndexeerde bedragen is gepubliceerd in het Staatsblad van 23 maart 2023. Onderaan dit artikel geven we een uittreksel, met enkele van de relevantste cijfers.

Kadastrale inkomens

De indexeringscoëfficiënt van de kadastrale inkomens bedraagt 2,0915 voor inkomsten van 2023.

Die coëfficiënt moet ook gebruikt worden bij de berekening van het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een woning

Bedrijfswagens

Het voordeel van alle aard m.b.t. een firmawagen gaat dit jaar een flink stuk omhoog, omdat de referentie-CO2-uitstoot in de berekeningsformule aangepast wordt aan de evolutie van de gemiddelde uitstoot van het wagenpark (zie ons artikel “Belasting op bedrijfswagen gaat omhoog in 2023” voor cijfervoorbeelden). De referentie-uitstoot voor inkomstenjaar 2023 bedraagt 67 g/km voor auto’s met dieselmotor en 82 g/km voor auto’s met benzinemotor.

Materieel en outillage

De onroerende voorheffing op materieel en outillage in het Vlaams Gewest bedraagt 2,29% voor inkomsten van 2023 (voor de onroerende voorheffing is dat ook het aanslagjaar). Omdat het gewest niet bevoegd is om de indexering van de kadastrale inkomens af te schaffen, wordt hetzelfde effect op een onrechtstreekse manier bereikt door elk jaar de aanslagvoet in de onroerende voorheffing te verminderen en zo de jaarlijkse federale indexering te compenseren.

Ter herinnering: het basistarief voor de onroerende voorheffing (waarop de correctie voor materieel en outillage toegepast wordt) is vier jaar geleden verhoogd van 2,5% tot 3,97%. Omdat tegelijk de provinciale en gemeentelijke opcentiemen evenredig gedaald zijn, is er per saldo echter niets veranderd. De nominale stijging van het specifieke tarief voor materieel en outillage van 1,73% in 2017 tot 2,29% nu, houdt dus geen belastingverhoging in. Integendeel: door het neutraliseren van de indexering kennen we opnieuw een daling in reële termen.

Investeringsaftrek

Voor kleine vennootschappen en zelfstandigen bedraagt het tarief van de gewone investeringsaftrek opnieuw 8%. De tijdelijke verhoging tot 25% gold maar tot eind 2022 (zie ons artikel “Investeringsaftrek blijft nog 2 jaar langer op 25%”).

Grote vennootschappen moeten het stellen met de speciale investeringsaftrekken, die veelal recht geven op een tarief van 13,5% (bijv. voor energiebesparende investeringen of octrooien). Voor “gewone” investeringen blijft het percentage nul voor hen.

Revalorisatiecoëfficiënt kadastraal inkomen

De revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens bedraagt 5,37 voor aanslagjaar 2024. Die coëfficiënt bepaalt ook de eventuele herkwalificatie van huurinkomsten van een bedrijfsleider in beroepsinkomsten.

Voorzieningen vakantiegeld

De bedragen die in de op 31 december 2022 afgesloten balansen worden geboekt als voorziening voor het vakantiegeld van personeelsleden in 2023, zijn aftrekbaar in zover ze niet méér bedragen dan de volgende (ongewijzigde) percentages:

  • 18,20 % van de vaste en veranderlijke bezoldigingen die in 2022 zijn toegekend aan bedienden
  • 10,27 % van 108/100 van de lonen die in 2022 zijn toegekend aan werklieden en leerlingen.

 

Aanslagjaar 2023, inkomstenjaar 2022

Enkele andere pas gepubliceerde bedragen betreffen aanslagjaar 2022 (inkomsten van 2021) en zijn dus al van belang voor de aangiften die binnen enkele maanden ingediend moeten worden.

Goedkope leningen

Het voordeel van alle aard met betrekking tot een goedkope of gratis lening wordt forfaitair bepaald aan de hand van de zogenaamde referentierentevoeten.

Voor niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd die in 2022 zijn toegestaan (bijv. voorschotten via rekening-courant, kaskrediet) is het tarief 7,14 %.

Voor niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd: forfaitair 0,06 % per maand voor leningen om de aankoop van een auto te financieren en 0,12 % voor andere leningen, ofwel wordt de referentierentevoet vastgesteld op basis van het reële jaarlijkse percentage, dat berekend wordt aan de hand van de formule (p × 24 × n)/(n + 1) (p = maandelijks lastenpercentage, n = terugbetalingstermijn in maanden).

Voor hypothecaire leningen die in 2022 zijn toegekend (en met een vaste rentevoet) gaat het om volgende percentages:

  • lening gewaarborgd door een gemengde levensverzekering: 1,77 %
  • andere leningen: 1,77 %
  • voor leningen met variabele rentevoet wordt verwezen naar de referte-indexen die elke maand in het Staatsblad verschijnen.

Motorbrandstofprijs

Als het te moeilijk is om alle bewijsstukken bij te houden waaruit blijkt wat men effectief uitgegeven heeft aan brandstof voor zijn auto, aanvaardt de fiscus dat de kosten berekend worden aan de hand van de gemiddelde officiële brandstofprijs. De fiscus verwijst daarvoor naar de prijzen die de FOD Economie publiceert. Voor 2022 zijn de volgende gemiddelde prijzen berekend (incl. BTW):

- diesel: 1,9895 euro

- benzine 95 oct: 1,8516 euro

- benzine 98 oct: 1,9821 euro

- LPG: 0,8165 euro

Tabel geïndexeerde bedragen (aanslagjaar 2024)

Enkele geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2024 (telkens in euro):

Vrijgesteld bedrag op een spaarboekje: 980

Vrijgesteld bedrag aan dividenden: 800

Minimumbedrag voordeel alle aard bedrijfswagen: 1540

Maximum van de inkomsten uit auteursrechten dat belast wordt als roerende inkomsten: 70220

Forfaitaire kosten m.b.t. auteursrechten: eerste schijf tot 18720, tweede schijf tot 37450

Grensbedrag waarboven een inkomen uit de deeleconomie als beroepsinkomen wordt belast: 7170

Vrijgesteld gedeelte van de terugbetaling van kosten van woon-werkverkeer: 470

Vrijgesteld bedrag loonbonus: 3434

Vrijgestelde fietsvergoeding (maximum per km) en forfaitaire aftrek fietskosten (per km): 0,27

Maximum van het beroepskostenforfait:

– werknemers (bezoldigingen) en zelfstandigen (winst): 5520

– bedrijfsleiders: 2910

– baten en meewerkende echtgenoten: 4850

Grensbedrag van de persoonlijke beroepsinkomsten van een meewerkende echtgenoot: 16290

Aftrekbare gift (minimumbedrag): 40

Woonbonus (maximale aftrek):

• 2280 in Vlaanderen voor bestaande leningen

• 1520 in Vlaanderen voor leningen vanaf 1.1.2015 tot 31.12.2019 (niet meer voor nieuwe leningen vanaf 1.1.2020)

• 2810 in Brussel (alleen nog voor bestaande leningen)

• 2290 in Wallonië (alleen nog voor bestaande leningen)

• 2350 voor woning die men niet meer zelf betrekt (“federale woonbonus”)

– verhoging indien enige woning: 760 in Vlaanderen en Wallonië, 940 in Brussel (780 voor woning die men niet meer zelf betrekt)

– verhoging indien drie kinderen ten laste: 80 (90 in Brussel)

Hoogste belastingschijf in de PB (50%-tarief op inkomen boven…): 46440

Maximumbedrag van de bestaansmiddelen die bepalen of iemand ten laste blijft: 3820

Loon van een jobstudent of student-ondernemer dat niet meetelt als bestaansmiddel: 3190

Pensioensparen (maximumbedrag): 990 (aan 30% vermindering) of 1270 (aan 25%)

Bedrijfsvoorheffing: grensbedrag voor maandelijkse doorstorting: 46810

Kosteloze verstrekking aan bedrijfsleider (samen met gebouw) van:

- verwarming: 2330

- elektriciteit: 1160

 

Bron: Bericht in het Staatsblad van 23 maart 2023, p. 33415