Altijd toestemming van belastingplichtige nodig bij fiscale visitatie, oordeelt Cassatie

toestemming
14/03/24

Er woedt al jaren een hevige discussie over wat de fiscus allemaal mag en niet mag tijdens een fiscale visitatie, dus een controle ter plaatse in de beroepslokalen (of eventueel de woning) van de belastingplichtige. Nadat opeenvolgende rechtspraak steeds meer mogelijkheden leek te geven aan de fiscus, lijkt zich nu een kentering af te tekenen. De fiscus mag niets doen zonder de toestemming van de belastingplichtige, beslist het Hof van Cassatie in een nieuw arrest. Meer nog: eens gegeven, mag de belastingplichtige die toestemming op elk moment tijdens de visitatie intrekken.

Een autohandelaar die van fraude verdacht werd, kreeg de fiscus over de vloer. De visitatie gebeurde in de privéwoning van de zaakvoerder, die daar ook een kantoor had. In dat kantoor trof de fiscus een computer aan, waarvan hij de bestanden kopieerde. Tussen het afval werden ontvangstbewijzen gevonden die erop wezen dat de klanten een deel van de prijs in het zwart betaalden.

Regelmatigheid van visitatie betwist

De handelaar verdedigde zich door de regelmatigheid van de visitatie te betwisten. Wegens die onregelmatigheid zou de fiscus de gegevens die hij ontdekt had tijdens de visitatie, niet mogen gebruiken om de handelaar (bijkomend) te belasten en/of hem sancties op te leggen.

Concreet legde de handelaar een bandje met een geluidsopname voor die hij stiekem gemaakt had tijdens de controle. Daarop was te horen dat de belastingplichtige zegt dat hij geen toestemming geeft voor de visitatie. De belastingambtenaren waren daar niet op ingegaan, hadden geantwoord dat er wel toestemming gegeven was, en waren gewoon verder gegaan met de controle.

De fiscus voelde zich daarbij wellicht ook geruggensteund door de recente rechtspraak, die erop neerkomt dat de fiscus wel heel veel mag tijdens een visitatie. Richtinggevend was daarbij onder meer een arrest van het Grondwettelijk Hof van 12 oktober 2017. Daarin oordeelt het Hof: de ambtenaren van de fiscus beschikken over “ruime onderzoeksbevoegdheden en hebben het recht om tijdens de visitatie na te gaan welke boeken en stukken of bescheiden zich in de lokalen bevinden en ze te onderzoeken, zonder voorafgaandelijk om de voorlegging ervan te moeten verzoeken. Een zinvolle interpretatie van de verplichting tot medewer­king vereist dat de belastingadministratie niet afhankelijk is van de keuze van de belas­tingplichtige om te bepalen in welke documenten hij inzage verleent en dat de belasting­plichtige zijn medewerking dient te verlenen om bijvoorbeeld gesloten kasten of kluizen te openen”. Kortom, de fiscus leek een “actief zoekrecht” te hebben.

(Blijvende) toestemming vereist

Maar in een recente zaak komt het Hof van Cassatie met een zeer belangrijke nuance. Het Hof onderstreept dat de fiscus zich geen toegang mag verschaffen zonder de voorafgaande toestemming van de belastingplichtige. Die toestemming moet bovendien blijvend aanwezig zijn. Het intrekken van de toestem­ming betekent dus dat de visitatie niet verdergezet mag worden.

Helemaal als een verassing komt die uitspraak niet. Het Grondwettelijk Hof had immers al gezegd dat de fiscus geen dwang mag gebruiken. De fiscus mag dus redelijk veel van dat Hof, behalve dwang gebruiken. Dat wil zeggen dat de fiscus bijvoorbeeld geen kastdeuren mag forceren als de belastingplichtige de sleutel niet geeft. En ook dat de fiscus de woning of de beroepslokalen niet mag betreden als de belastingplichtige zich daartegen verzet. In deze zaak was dat trouwens het uitgangspunt van de fiscus. Die vond het immers nodig om in het proces-verbaal van de visitatie op te nemen dat de belastingplichtige toestemming gegeven had.

Op welke manier dat gebeurd was, blijkt overigens niet uit het arrest. De vraag blijft dus open of een impliciete toestemming volstaat, bijvoorbeeld door gewoon de ambtenaren binnen te laten en hen de weg te wijzen naar het kantoor.

Sancties?

Ook in andere opzichten blijven er vragen. De visitatie gebeurde in dit geval in een privéwoning. Uit het arrest blijkt niet of dat een verschil maakt in de ogen van het Hof van Cassatie. Voorts staat het in dit arrest verdedigde principe op gespannen voet met de principiële meewerkplicht van de belastingplichtige. Als de belastingplichtige de toestemming weigert zonder goede reden, kunnen er (achteraf) dus sancties opgelegd worden. Dat heeft de minister van Financiën trouwens nog eens onderstreept in reactie op dit arrest. Sinds kort is trouwens het (laten) opleggen van een dwangsom toegevoegd aan het arsenaal van de fiscus.

Maar in afwachting van verdere rechtspraak blijft de boodschap van het Hof van Cassatie onmiskenbaar: de fiscus mag geen dwang gebruiken tijdens een visitatie en dat wil zeggen dat hij (op het moment zelf) eigenlijk niets mag doen zonder de toestemming van de belastingplichtige. Die toestemming mag bovendien op elk moment ingetrokken worden. En daarvoor hoeft de belastingplichtige (op het moment zelf) niet eens een reden op te geven.

 

Bron: arrest van het Hof van Cassatie van 16 juni 2023