Verdachte periode in erfbelasting gaat van drie naar vijf jaar
Voor successieplanning zit er een uiterst belangrijke nieuwigheid tussen het eerste pakket aan fiscale maatregelen van de nieuwe Vlaamse bewindsploeg. De zogenaamde verdachte periode vóór het overlijden wordt van drie op vijf jaar gebracht. De kans dat op een (niet geregistreerde) schenking later nog erfbelasting betaald moet worden, neemt dus toe.
De schenkbelasting (voor geregistreerde schenkingen) is veelal lager dan de erfbelasting omdat alleen de erfbelasting progressieve tarieven kent voor roerende goederen. In de schenkbelasting hebben we te maken met zogenaamde vlakke tarieven van 3% in rechte lijn en tussen partners, en 7% voor anderen. In de erfbelasting gaat men in rechte lijn van 3% naar 7% vanaf 50.000 euro en naar 27% vanaf 250.000 euro. Voor “anderen” zijn de verschillen nog groter.
Het is dus fiscaal voordelig om niet te wachten op het overlijden van de erflater maar nog bij leven te schenken. Schenken kan echter ook zonder schenkingsrechten te betalen (als het gaat om roerende goederen). Populaire manieren om dat te doen zijn een handgift of bankgift. In dat geval bestaat echter het risico dat de schenking later alsnog tot de nalatenschap gerekend wordt en dat er erfbelasting betaald moet worden. Die dan wellicht hoger uitvalt dan de schenkbelasting die men heeft willen ontwijken door de schenking niet te registreren.
Gelijkstelling met legaat
De regel is immers dat gedaan wordt alsof goederen die in de drie jaar voor het overlijden geschonken worden zonder registratiebelasting te betalen, toch tot de nalatenschap behoren. Dergelijke schenkingen worden dus fictief gelijkgesteld met een legaat.
Dat is een toepassing van artikel 2.7.1.0.5. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit: “De goederen waarvan de [fiscus] het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden.”
Die periode wordt nu verlengd van drie tot vijf jaar. De Vlaamse regering wil op die manier het registreren van schenkingen aanmoedigen, ook met het oog op meer rechtszekerheid voor alle betrokkenen.
De wijziging heeft grote impact op het domein van de successieplanning omdat veel technieken van estate planning gebruik maken van schenkingen.
Vanaf 2025
De verlenging van de verdachte periode geldt voor schenkingen die gebeuren vanaf 1 januari 2025. Wie zich haast en nog snel schenkt vóór die datum, blijft dus onder de termijn van drie jaar vallen. De maatregel heeft bijgevolg geen enkele terugwerkende kracht.
Voor één speciale categorie was de “verdachte periode” overigens al bij een eerdere gelegenheid opgetrokken. Voor schenkingen van aandelen van een familiale vennootschap (of de activa van een familiale onderneming) bedraagt de termijn momenteel zeven jaar.
Ook voor samenhangende termijnen
De verlenging van drie naar vijf jaar geldt ook voor enkele termijnen in de erfbelasting die historisch gezien samenhangen met de “verdachte periode” voor schenkingen. Het gaat dan om kosteloze verkrijgingen via een derdenbeding (artikel 2.7.1.0.6. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit) of het vermoeden dat een bezit dat is vastgesteld bij middel van een akte van eigendom kort voor het overlijden, nog steeds tot de nalatenschap behoort als het tegendeel niet bewezen wordt (artikel 2.7.3.2.5. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit).
Wat die laatste bepaling betreft, is de wijziging van toepassing op de akten van eigendom die ten bate van de erflater of op zijn verzoek zijn verleden vanaf 1 januari 2025.
Tot slot: al het bovenstaande is alleen relevant voor schenkingen van roerende goederen. Schenkingen van onroerendegoederen zijn verplicht te registreren en bovendien onderworpen aan een andere tariefstructuur.
Het ontwerpdecreet is inmiddels in tweede lezing goedgekeurd door de regering, na advies van de Raad van State, en wordt nu voorgelegd aan het Vlaams Parlement.
Bron: Ontwerp van programmadecreet van de begrotingsopmaak 2025,https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/672DB99EF4DF39774EAE9C14 (artikel 29-32) en https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/672DB9ACF4DF39774EAE9C22 (p. 15-17)