Hogere BTW voor hotels: nog 6% BTW voor reservaties tot eind februari

hotel
23/02/26

De gecontesteerde BTW-verhogingen zijn voorlopig afgevoerd – de meeste maar niet allemaal. Het tarief voor hoteldiensten wordt zoals gepland verhoogd op 1 maart. Wegens de impact op hotelverblijven die al geboekt zijn in de voorbije maanden in de verwachting dat slechts 6% BTW verschuldigd zou zijn, wordt nu een “overgangsregeling” aangekondigd. Daardoor kan in bepaalde gevallen nog tot midden 2026 aan 6% gefactureerd worden. Nog snel reserveren is dan wel de boodschap.

De regering had een veelbesproken plan uitgewerkt om de BTW-tarieven te hervormen. Vooral de maatregelen rond meeneemmaaltijden stuitten op veel onbegrip bij critici en publiek. Weinigen keken dan ook raar op toen de Raad van State brandhout maakte van de regeling in zijn advies bij het voorontwerp. De regering heeft intussen de belangrijkste maatregelen uit het ontwerp teruggestuurd naar de tekentafel. Maar tegelijk heeft de regering beslist om door te zetten met de minst gecontesteerde maatregelen uit het pakket.

Dat geldt in de eerste plaats voor de verhoging van de BTW voor hoteldiensten. Het BTW-tarief wordt opgetrokken van 6% tot 12%.

Datum van opeisbaarheid bepaalt tarief

De tariefverhoging gaat al in op 1 maart 2026. Die snelle inwerkingtreding dreigde problemen op te leveren voor hotelreservaties die al gebeurd zijn vóór die datum maar betrekking hebben op verblijven op een latere datum. In die gevallen is wellicht een prijs aangekondigd of vastgelegd op basis van een BTW-tarief van 6% maar zou strikt genomen nu 12% BTW aangerekend moeten worden.

Bepalend is immers het BTW-tarief dat van kracht is op het moment dat de BTW “opeisbaar” wordt. Dat is normaal gezien de datum van betaling of de factuurdatum. Voor veel reservaties die nog gebeurd zijn vóór 1 maart, toen men nog uitging van een BTW van 6%, zal de betaling of de factuur te situeren zijn na die datum, en zou dus eigenlijk 12% BTW toegepast moeten worden. Voor veel klanten zou dat een streep door de rekening zijn.

Reservaties tot 28.2, voor zover BTW opeisbaar wordt ten laatste op 30.6

Om een oplossing te bieden voor dergelijke situaties, heeft de Minister nu een overgangsregeling aangekondigd.

De overgangsregeling houdt in dat het BTW-tarief van 6 % van toepassing blijft voor reservaties die gebeuren uiterlijk op 28 februari 2026 (vóór de inwerkingtreding van het nieuwe tarief dus), op voorwaarde wel dat de BTW op die reservaties opeisbaar wordt uiterlijk op 30 juni 2026.

De overgangsregeling is dus niet van toepassing:

- op reservaties die worden gemaakt na 28 februari

- op reservaties die weliswaar worden gemaakt ten laatste op 28 februari 2026 maar waarvoor de btw pas opeisbaar wordt (doorgaans ingevolge een betaling of het uitreiken van een factuur) op 1 juli 2026 of later.

De hotelexploitant moet het tijdstip van de reservatie bovendien kunnen bewijzen ten overstaan van de fiscus (bijv. met een bevestigingsmail, de betaling van een voorschot, etc.).

Technisch gaat het om “het verschaffen van gemeubeld logies” en het ter beschikking stellen van kampeerplaatsen. Die noties worden vrij ruim opgevat. Een “hotelverblijf” in deze context kan gaan tot drie maanden, kan dus ook gevallen omvatten die gemeenzaam als een verhuur betiteld worden, en ook zonder dat het gebouw formeel geafficheerd wordt als een hotel of motel. Om te spreken van een hoteldienst, moet de exploitant of verhuurder wel bijkomende diensten leveren, maar ook dat hoeft niet heel omvangrijk te zijn. Het kan gaan om een permanente receptie of (niet: en) de terbeschikkingstelling van bedlinnen of het aanbieden van een ontbijt.

Bron: https://www.minfin.fgov.be/myminfin-web/pages/public/fisconet/document/47e835f3-ca56-43f4-ac4a-33dac21684cc (randnr. 15 en 22). In het algemeen, zie ook: https://financien.belgium.be/nl/Actueel/hervorming-bepaalde-btw-tarieven-in-akkoord-meerjarenbegroting