nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Administratieve Beslissing van 22 maart 2016 over esthetische ingrepen/behandelingen en BTW
 
Eind vorig jaar werd door de zogenaamde “tax shift”-wet (Wet van 26 december 2015, B.S. 30 december 2015) de BTW-vrijstelling op het vlak van de medische verzorging verengd. Meer bepaald werd artikel 44  BTW-Wetboek herschreven, zodat esthetische ingrepen en behandelingen niet langer van de BTW-vrijstelling kunnen genieten. Alzo conformeert de Belgische wetgever zich aan artikel 132, lid 1, sub b) en c) van de BTW-Richtlijn, zoals geïnterpreteerd en uitgelegd in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 maart 2013 (zaak C-91/12 inzake PFC Clinic AB).

Normaal gezien zou deze maatregel al met ingang van 1 januari 2016 van toepassing moeten zijn, maar omwille van tal van toepassingsmoeilijkheden die op zeer korte termijn moest opgelost worden, heeft de administratie beslist de inwerkingtreding te verdagen.

In een lijvige Beslissing nr. E.T.127.740 van 22 maart 2016 becommentarieert de fiscale administratie de nieuwe regeling. Omtrent de inwerkingtreding stelt deze Beslissing het volgende:

“111. Om reden dat onderhavige commentaar pas na de inwerkingtreding van de wetswijziging wordt gepubliceerd, besliste de administratie dat de aanvragen tot btw-identificatie of tot wijziging van btw identificatie van de betrokken belastingplichtigen (artsen, doktersvennootschappen, ziekenhuizen, privé klinieken) als tijdig zullen worden aangemerkt wanneer deze geschieden uiterlijk op 31 mei 2016.

Teneinde de rechtszekerheid en gelijkberechtiging te eerbiedigen, zal de ontvangst van een aanvraag (604 A) of verzoek tot wijziging (604 B) door het bevoegde btw-controlekantoor vastgesteld worden door een bewijs van ontvangst van de aanvraag of verzoek af te leveren.

112. In het kader van de bezorgdheid geuit door de beroepsgroep wordt er tevens in een realistische overgangsregeling voorzien die de volgende modaliteiten bevat:

De geviseerde handelingen verricht door artsen en ziekenhuizen blijven vrijgesteld van btw indien volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

* uiterlijk op 29 februari 2016 is er met de patiënt een overeenkomst om de ingreep/behandeling te verrichten op een welbepaalde datum;

* de ingreep/behandeling wordt effectief uitgevoerd tegen uiterlijk 30 juni 2016.

Om deze redenen werd eveneens beslist dat de vanaf 1 maart 2016 verrichte handelingen die niet van voormelde overgangsregeling zouden kunnen genieten, zonder enige sanctie wegens laattijdigheid, nog kunnen worden aangegeven in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van juni 2016 (maandaangevers) of van het tweede kwartaal 2016 (kwartaalaangevers).”

Bron



07-01-20 Grijpt het arrest Fortum terug naar de theorie van de economische werkelijkheid?
De feiten kort samengevat: Fortum Project Finance (hierna: Fortum PF) is een Belgische vennootschap, in 2008 opgericht door Fortum OYI, een Finse vennootschap, en Fortum Holding bv, een Nederlandse vennootschap.....lees meer
 
06-01-20 Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?
Inzake autofiscaliteit brengt het nieuwe jaar weinig goed nieuws. De laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking. En die bevat verschillende maatregelen die de aftrek van autokosten (nog verder) beperken. Sommigen ontspringen wel de dans.....lees meer
 
02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lees meer
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lees meer