nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Fiscale steun voor startende ondernemingen
 
De nieuwe programmawet, die eind mei besproken wordt in het parlement, bevat maar liefst drie maatregelen ten voordele van startende ondernemingen. De ondernemers zelf kunnen een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de lonen van hun werknemers, voor zichzelf houden. Bovendien zullen ze gemakkelijker aan financiering geraken. Particulieren worden namelijk met een belastingvoordeel aangemoedigd  om kapitaal ter beschikking te stellen van een startende onderneming. Alle maatregelen zijn van toepassing vanaf 1 juli 2015.

Bedrijfsvoorheffing

De eerste fiscale steunmaatregel voor startende ondernemingen betreft een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De werkgever hoeft een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing niet door te storten aan de Schatkist, maar mag het geld voor zichzelf houden, als een soort subsidie. Alleen kleine ondernemingen komen in aanmerking voor het voordeel. Standaard bedraagt de vrijstelling van doorstorting 10%. Maar “micro-ondernemingen” worden extra begunstigd met een vrijstelling van 20%. Een micro-onderneming heeft maximaal 10 personeelsleden, een omzet van hoogstens 700.000 euro en een balanstotaal van niet meer dan 350.000 euro. Zowel vennootschappen als zelfstandigen kunnen gebruik maken van de maatregel.

De twee andere maatregelen zijn bedoeld om particulier kapitaal te mobiliseren ten voordele van startende ondernemingen. Die kunnen dus een beroep doen op “crowdfunding” om aan het nodige geld te geraken. Particulieren die op die manier kapitaal verschaffen, krijgen een belastingvermindering in de personenbelasting.

Belastingvermindering voor kapitaalinbreng

Een eerste manier om te financieren, is via een kapitaalinbreng. Particulieren die aandelen van een starter kopen, krijgen een belastingvermindering van 30% van het geïnvesteerde bedrag als het om een kleine onderneming gaat, en 45% als het om een micro-onderneming gaat (zie hoger voor de definitie).

Er zijn wel een paar beperkingen. Maximaal 100.000 euro geeft recht op een fiscaal voordeel. En de startende onderneming zelf mag op deze manier ten hoogste 250.000 euro kapitaal ophalen. Bovendien zijn inbrengen in natura uitgesloten. En de ondernemer mag het kapitaal niet gebruiken om een dividend uit te keren of een lening toe te staan.

Voorts komt niet iedereen in aanmerking. Een bedrijfsleider die zijn eigen vennootschap financiert, heeft geen recht op het voordeel. En onder meer managementvennootschappen of patrimoniumvenootschappen zijn uitgesloten. Het is niet de bedoeling dat de vennootschap gebruikt wordt om de woning van de bedrijfsleider in onder te brengen.

Belastingvoordeel voor “crowdfunding”

Kapitaal ter beschikking stellen van een startende onderneming kan ook gewoon via een lening. Als een dergelijke lening toegestaan wordt via een bestaand crowdfunding-platform, hangt daar een vrijstelling van roerende voorheffing aan vast. Een particulier die geld leent aan een starter, is dus geen belasting verschuldigd op de intresten die de starter hem betaalt voor die lening. De vrijstelling wordt toegekend op de eerste schijf van 15.000 euro.

Er zijn minder beperkingen dan bij de vorige maatregel. Zo zijn bedrijfsleiders die een lening toestaan aan hun eigen vennootschap, niet uitgesloten. Voorts is de regeling niet beperkt tot kleine ondernemingen. Ook “middelgrote” komen in aanmerking (d.w.z. maximaal 50 personeelsleden, 20 miljoen euro balanstotaal en 40 miljoen euro omzet).

Belangrijk: een startende onderneming wordt geacht maximaal vier jaar oud te zijn. Men kan dus vier jaar lang van de gunstmaatregelen gebruik maken na de oprichting. Die limiet omzeilen, wordt overigens moeilijk gemaakt. Want bij omzetting van een eenmanszaak in een vennootschap of bij overname van een andere onderneming wordt altijd gekeken naar de allereerste opstart van de activiteit.



10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....lees meer
 
26-01-20 “Cash for car”-systeem is ongrondwettelijk
Het Grondwettelijk Hof vernietigt de regeling van de mobiliteitsvergoeding, gemeenzaam gekend onder de benaming “cash for car”. De regeling bood werknemers met een bedrijfswagen de kans om afstand te doen van dat voordeel zonder een fiscaal nadeel te lijden. Maar het Grondwettelijk Hof struikelt over de discriminatie die ontstaat doordat de vergoeding fiscaal en sociaal veel gunstiger behandeld wordt dan een gewoon loon. Voorlopig mag het systeem echter blijven bestaan.....lees meer
 
20-01-20 Hervorming Vlaamse erfbelasting op komst
Successieplanning zal binnenkort wellicht anders georganiseerd worden. De Vlaamse regering kondigt namelijk drie ingrepen in de erfbelasting aan. Het systeem van het duolegaat wordt grondig hervormd. Daarnaast maakt de “vriendenerfenis” zijn opwachting. En het registreren van schenkingen wordt aangemoedigd door de kans te verhogen dat er later erfbelasting betaald moet worden op niet-geregistreerde schenkingen.....lees meer