nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Geen gemeentebelasting op buitenlandse roerende inkomsten
 
België overtreedt de Europese regels door aanvullende gemeentebelasting aan te rekenen op buitenlandse roerende inkomsten waarop geen bevrijdende roerende voorheffing ingehouden is. Dat oordeelt het Europese Hof van Justitie in de Dijkman-zaak. Die gemeentebelasting wordt niet alleen toegepast in de aangifte Personenbelasting maar ook om het “normale tarief” te berekenen dat verschuldigd is bij een fiscale regularisatie. Moet men het arrest van het Hof van Justitie dus ook toepassen op de regularisatieheffing? Het Contactpunt Regularisaties bij de fiscus ziet daartoe alvast geen reden.

Als een belastingplichtige roerende inkomsten (intrest of dividend) ontvangt die van binnenlandse oorspong zijn, dan zal de uitbetalende instantie normaal gezien roerende voorheffing inhouden. Die voorheffing is “bevrijdend”, wat wil zeggen dat men niet meer verplicht is om het inkomen nadien ook nog eens in de aangifte Personenbelasting te vermelden. Dat ligt anders als het roerende inkomen vanuit het buitenland betaald wordt. De uitbetalende instantie - van wie men bezwaarlijk kan verwachten dat ze de Belgische regels kent, laat staan toepast - zal dan waarschijnlijk géén roerende voorheffing inhouden. De Belgische belastingplichtige die dergelijke inkomsten ontvangt, is daarom wél verplicht om ze te vermelden in zijn aangifte in de Personenbelasting.

Qua tarief maakt dat eigenlijk geen verschil: de personenbelasting wordt voor roerende inkomsten immers berekend aan hetzelfde tarief als de roerende voorheffing. Maar er is één betekenisvol onderscheid: bovenop dat tarief komt ook nog eens “aanvullende gemeentebelasting”.

Discriminatie van buitenlandse beleggingen
 
Volgens het Hof van Justitie in Luxemburg druist dat in tegen de vrijheid van kapitaalverkeer, die gewaarborgd wordt door het EG-Verdrag. Opbrengsten van een belegging in het (EU-)buitenland worden op die manier immers zwaarder belast dan inkomsten uit een binnenlandse belegging. Beleggen in een ander EU-land wordt daardoor ontmoedigd, en dat mag niet (arrest van 1 juli 2010, zaak C-233/09, Dijkman).

In principe zou de Belgische fiscus voortaan dus geen aanvullende gemeentebelasting meer mogen aanrekenen als dergelijke inkomsten aangegeven worden.

... ook bij regularisatie?
 
Aanvullende gemeentebelasting wordt echter niet alleen berekend bij roerende inkomsten die opgenomen worden in de aangifte Personenbelasting. Ook als men roerende inkomsten fiscaal regulariseert, is bovenop het gewone tarief nog eens aanvullende gemeentebelasting te betalen. De vraag is dan of op die praktijk niet dezelfde redenering als in het Dijkman-arrest toegepast moet worden. Vooral omdat de regularisatieheffing in principe overeen zou moeten komen met de belasting die via de aangifte verschuldigd is (we laten de “boete” dan even buiten beschouwing).

Ondertussen heeft het Contactpunt Regularisaties al officieel laten weten dat het niet vindt dat het Dijkman-arrest van toepassing is. Om te beginnen spreekt het arrest van het Hof van Justitie natuurlijk niet expliciet over de regularisatieheffing. Het Contactpunt verwijst voorts naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 26 april 2007. Het Hof heeft toen juist beslist dat er aanvullende gemeentebelasting aangerekend moet worden bovenop het “normale tarief” dat betaald moet worden bij de regularisatie van “overige inkomsten” (waar roerende inkomsten onder vallen).

Ten derde vindt het Contactpunt dat er geen sprake is van discriminatie in de context van een regularisatie omdat binnen- en buitenlandse inkomsten op dezelfde manier behandeld worden: in beide gevallen wordt aanvullende gemeentebelasting aangerekend. Er zou integendeel juist een discriminatie ontstaan als het Contactpunt het arrest van het Hof van Justitie zou toepassen op buitenlandse inkomsten, dus de gemeentebelasting laten vallen, en dan op binnenlandse inkomsten nog wel aanvullende gemeentebelasting aanrekenen (op basis van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 2007). Merk op dat regularisatie van binnenlandse roerende inkomsten wellicht zeldzaam is maar in theorie kan voorkomen bij belastingplichtigen die verschillende spaarboekjes hebben die samen het vrijgestelde bedrag overschrijden (momenteel 1730 euro aan intrest per jaar). In zo'n geval zal de bank geen roerende voorheffing ingehouden hebben.

Om al die redenen zal de regularisatieheffing op roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong nog altijd berekend worden met toepassing van aanvullende gemeentebelasting.



07-01-20 Grijpt het arrest Fortum terug naar de theorie van de economische werkelijkheid?
De feiten kort samengevat: Fortum Project Finance (hierna: Fortum PF) is een Belgische vennootschap, in 2008 opgericht door Fortum OYI, een Finse vennootschap, en Fortum Holding bv, een Nederlandse vennootschap.....lire la suite
 
06-01-20 Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?
Inzake autofiscaliteit brengt het nieuwe jaar weinig goed nieuws. De laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking. En die bevat verschillende maatregelen die de aftrek van autokosten (nog verder) beperken. Sommigen ontspringen wel de dans.....lire la suite
 
02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lire la suite
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lire la suite