nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
GEEN VLAAMSE SUCCESSIERECHTEN MEER OP DE GEZINSWONING VOOR DE LANGSTLEVENDE PARTNER
 
Met het decreet van 7 juli 2006 (B.S. 20 september 2006) zal de langstlevende partner met ingang van 1 januari 2007 voortaan geen successierechten meer moeten betalen op de nettowaarde van de gezinswoning.

Het begrip “gezinswoning” wordt voor de toepassing van deze bepaling zeer ruim opgevat. Het is de woning die de erflater en zijn of haar echtgenoot of samenwonende partner tot gezinswoning diende op het moment van overlijden. Met andere woorden de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de erflater en zijn of haar overlevende echtgenoot of samenwonende partner.

Een uittreksel uit het bevolkingsregister geldt als bewijs van het houden van een gezamenlijke hoofdverblijfplaats. Het houdt een weerlegbaar vermoeden in van ononderbroken samenwoning en van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Bij gebrek aan een inschrijving hebben de partijen steeds de mogelijkheid om de samenwoning met alle andere middelen aan te tonen.

In drie specifieke gevallen voorziet het decreet in een afwijking en zal het de laatste gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de echtgenoten of samenwonende partners zijn die in aanmerking wordt genomen voor de vrijstelling. Hier is sprake van (1) bij een feitelijke scheiding van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden op het ogenblik van het overlijden; (2) wanneer overmacht het samenleven tot op het ogenblik van het overlijden onmogelijk heeft gemaakt; en (3) wanneer één van beide echtgenoten of partners op het ogenblik van overlijden in een rust- of verzorgingsinstelling, een serviceflatgebouw of een woningcomplex met dienstverlening verblijft.

De vrijstelling die wordt voorzien geldt enkel en alleen voor de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner. Voor de andere erfgenamen of legatarissen zal de gezinswoning een belastbaar actiefbestanddeel blijven. De vrijstelling is ook niet van toepassing wanneer de samenwoner een erfgenaam in rechte lijn is (ouder, kind, kleinkind) of een verkrijger die daarmee wordt gelijkgesteld (stiefkind, zorgkind,...).

Voor feitelijke samenwoners wordt de vrijstelling voor de gezinswoning slechts toegekend voor wie op de dag van het openvallen van de nalatenschap ten minste drie jaar ononderbroken met de erflater samenwoont en er een gemeenschappelijke huishouding mee voert.

Het decreet voorziet tevens dat schulden die specifiek werden aangegaan om de gezinswoning te verwerven of te behouden bij voorrang worden aangerekend op de waarde van de gezinswoning. Het overblijvende saldo kan in eerste instantie worden toegerekend op de waarde van de andere belastbare onroerende goederen, en in tweede instantie op de waarde van de roerende goederen.

Bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner zal het recht van successie uiteraard worden geheven op de volledige waarde van de gezinswoning.

Gregory GOOSSENS, advocaat bij
DE BROECK - VAN LAERE - VAN CAMP - COOPMAN



17-02-20 Goed nieuws voor dieselhybrides
Hybride auto’s met een dieselmotor worden fiscaal niet gelijk gesteld met gewone dieselmodellen. Daardoor valt het aftrekpercentage algauw enkele percenten hoger uit.....read more
 
13-02-20 Bordje met “privé” houdt fiscus niet tegen
In een privéwoning mag de fiscus alleen binnen met een machtiging van de politierechter. Die machtiging moet gemotiveerd zijn. Maar volgens het Hof van Cassatie hoeft die motivering nu ook weer niet zo ver te gaan dat er aanwijzingen moeten zijn van beroepsmatige activiteiten in de pure privévertrekken. Dat de maatschappelijke zetel gevestigd is op het adres van een privéwoning, volstaat als motivatie. De fiscus heeft dan meteen de toelating om niet alleen in de kantoorruimte maar ook in de woonkamer en de andere privévertrekken rond te snuffelen. Met een bordje “privé” op de deur hoeft hij dan geen rekening te houden.....read more
 
10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....read more
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....read more