nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Internationale gegevensuitwisseling en fiscale regularisatie (CPR)
 
Heel wat Belgische ingezetenen die nog rekeningen in het buitenland aanhouden, zijn zeer onlangs in het vizier gekomen van de Belgische fiscus, die volop vragen om inlichtingen aan het versturen is.

Via automatische internationale gegevensuitwisseling (Common Reporting Standard) heeft de Belgische fiscus inderdaad een schat aan informatie bekomen van Belgische ingezetenen die in het buitenland nog tegoeden aanhouden. Hoewel het een massa aan informatie betreft (naar verluid meer dan 500.000 inlichtingen), schijnt de fiscus (BBI) dit relatief gemakkelijk te verwerken, en tot actie over te gaan.

Wanneer blijkt dat met deze buitenlandse vermogens één en ander fiscaal niet in orde is, kan men zich nog altijd bij het Contactpunt Regularisatie (CPR) aanbieden, om tot rechtzetting over te gaan.

Het is evenwel zo dat een fiscale regularisatie in de regel spontaan dient te zijn, m.a.w. mag men niet verontrust worden door bijvoorbeeld een vraag om inlichtingen van de fiscus (in casu dus wellicht de BBI).

Het CPR (eigenlijk op aanzet van de Minister van Financiën) laat weten dat de toegang tot het CPR toch in welbepaalde gevallen mogelijk is, ook al is deze toegang niet echt meer ‘spontaan’ (bijv. dat men toch al een vraag om inlichtingen heeft ontvangen). In concreto worden twee pistes aangereikt.

Ofwel “zal (de BBI) de betrokken belastingplichtigen uitnodigen om fiscaal verjaard kapitaal te regulariseren. Aangezien er op de fiscaal verjaarde periode per definitie geen fiscaal onderzoek van de BBI kan lopen, blijft de regularisatiewetgeving immers ook onverkort van toepassing. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, zal een dossier worden doorgestuurd naar het parket” (PV Johan Klaps, nr. P2603).

Ofwel kan men “tot vrijdag 13 april 2018 regularisatieaangiften indienen met  
1 EUR, waarbij de exacte bedragen worden aangevuld na het verkrijgen van de bankstukken en uiterlijk binnen 6 maanden na de indiening van de regularisatieaangifte.

Indien de aangifte niet binnen de 6 maanden wordt aangevuld, zal het dossier als onontvankelijk worden beschouwd en kan men in de toekomst ook geen regularisatieaangifte meer indienen” (PV Johan Klaps, Q24031).

Hoewel deze “vluchtroutes” wellicht goed bedoeld zijn, dient men er naar ons oordeel toch voorzichtig mee om te springen, omdat artikel 6, 3° van de Regularisatiewet 21 juli 2016 duidelijk stelt dat een regularisatieprocedure uitgesloten is indien de aangever in kwestie schriftelijk in kennis werd gesteld van lopende specifieke onderzoeksdaden.

Hopelijk licht de Minister van Financiën zijn standpunten nog verder toe, alvorens belastingplichtigen hals-over-kop-beslissingen moeten treffen
(vóór 13 april 2018).



07-01-20 Grijpt het arrest Fortum terug naar de theorie van de economische werkelijkheid?
De feiten kort samengevat: Fortum Project Finance (hierna: Fortum PF) is een Belgische vennootschap, in 2008 opgericht door Fortum OYI, een Finse vennootschap, en Fortum Holding bv, een Nederlandse vennootschap.....lire la suite
 
06-01-20 Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?
Inzake autofiscaliteit brengt het nieuwe jaar weinig goed nieuws. De laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking. En die bevat verschillende maatregelen die de aftrek van autokosten (nog verder) beperken. Sommigen ontspringen wel de dans.....lire la suite
 
02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lire la suite
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lire la suite