nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Rentevoet voor nalatigheids- en moratoriuminteresten gaat drastisch omlaag
 
Wie achterstallige belastingen moet betalen, zal vanaf volgend jaar geen onrealistisch hoge rentevoet van 7% meer aangerekend krijgen. Maar voor de fiscus is het nieuws nog beter: als hij moet terugbetalen aan de belastingplichtige, zal dat kunnen aan een lagere rentevoet dan in de omgekeerde richting. En de fiscus zal die moratoriuminteresten ook niet meer automatisch betalen.

Als de fiscus een reeds betaalde belasting moet teruggeven aan een burger, betaalt hij daarop moratoriuminteresten. Als de belastingplichtige te laat betaalt, worden hem nalatigheidsinteresten aangerekend. In beide gevallen werden die interesten tot nu toe berekend aan een rentevoet van 7%. Dat is al enige tijd absurd hoog in vergelijking tot de marktrente.

Daarom wordt, in het zog van de hervorming van de vennootschapsbelasting, de rentevoet een stuk verlaagd. Hij wordt nu gekoppeld aan de OLO-rente op 10 jaar, met een minimum van 4% voor nalatigheidsinteresten en 2% voor moratoriuminteresten. Voor volgend jaar zullen die minima ook de effectieve tarieven zijn.

2% voor fiscus, 4% voor belastingplichtige

Het verschil in tarief tussen nalatigheids- en moratoriuminteresten betekent dat de belastingplichtige meer betaalt dan de fiscus. Blijkbaar wil de regering nog altijd een element van sanctie behouden om de belastingplichtigen ertoe aan te zetten alles netjes op tijd te betalen. En met een moratoriuminterest die ongeveer gelijk is aan de actuele marktrente, verdwijnt ook het fenomeen dat “te veel” belastingen betalen (die later terugbetaald moeten worden) in bepaalde omstandigheden kon uitgroeien tot een interessante belegging voor de belastingplichtige (aan 7% op kosten van de fiscus), merkt de regering op.

Belastingplichtige moet er nu om vragen

Een belangrijke nieuwigheid is ook dat de moratoriuminteresten niet meer automatisch beginnen te lopen. De belastingplichtige moet er expliciet om vragen. Hij moet de fiscus immers in gebreke stellen. Gelukkig kan dat ook in het bezwaarschrift, dus zonder veel extra formaliteiten. Maar wie talmt of vergeetachtig is, riskeert dus (een deel van de) moratoriuminteresten mis te lopen.

Ten slotte wordt een bijkomende uitzondering geïntroduceerd. De fiscus zal geen moratoriuminteresten moeten betalen in gevallen waarin het onmogelijk was om het geld terug te storten omdat de belastingplichtige niet geïdentificeerd of gelokaliseerd kon worden. De regering wil vermijden dat iemand een tijd “spoorloos verdwijnt” naar het buitenland en dan een hele tijd later opnieuw opduikt om de terugbetaling te claimen met een pak moratoriuminteresten erbovenop.



07-01-20 Grijpt het arrest Fortum terug naar de theorie van de economische werkelijkheid?
De feiten kort samengevat: Fortum Project Finance (hierna: Fortum PF) is een Belgische vennootschap, in 2008 opgericht door Fortum OYI, een Finse vennootschap, en Fortum Holding bv, een Nederlandse vennootschap.....lire la suite
 
06-01-20 Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?
Inzake autofiscaliteit brengt het nieuwe jaar weinig goed nieuws. De laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking. En die bevat verschillende maatregelen die de aftrek van autokosten (nog verder) beperken. Sommigen ontspringen wel de dans.....lire la suite
 
02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lire la suite
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lire la suite