nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Wat verandert er voor ondernemers op 1 januari 2017?
 
Traditioneel is 1 januari ook de datum waarop een hele reeks nieuwe fiscale maatregelen in werking treedt. Deze keer is het lijstje misschien niet zo lang als andere jaren, maar voor interne meerwaarden, bedrijfswagens en studenten-ondernemers zijn er toch ingrijpende wijzigingen. We overlopen hieronder kort de nieuwigheden.

Tankkaarten verliezen hun fiscaal gunststatuut. Bedrijven die samen met een firmawagen ook een tankkaart ter beschikking stellen (of op een andere manier de brandstofkosten ten laste nemen), moeten een bedrag ten belope van 40% van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen, opnemen in verworpen uitgaven (in plaats van 17%). En een eventuele eigen bijdrage van de werknemer mag niet meer in mindering gebracht worden (zie ons artikel “Bedrijven betalen meer voor bedrijfswagen”).

Een minstens even revolutionaire maatregel betreft het aanpakken van interne meerwaarden. Er wordt een stokje gestoken voor het creëren van gestort kapitaal door inbreng van aandelen van een werkvennootschap in een holding. Alleen ten belope van het oorspronkelijke kapitaal van de werkvennootschap zal er bij de holding nog sprake zijn van gestort kapitaal. De (“interne”) meerwaarde komt niet meer in aanmerking als gestort kapitaal. Het zal dus niet meer mogelijk zijn om die meerwaarde nadien belastingvrij uit de holding te halen. De maatregel is van toepassing vanaf 1 januari 2017, met dien verstande dat “oude” inbrengen buiten schot blijven. De nieuwe omschrijving van gestort kapitaal geldt alleen voor inbrengen die gebeuren vanaf 1 januari 2017 (zie ons artikel “Interne meerwaarden liggen onder vuur”).

Ook aan jonge ondernemers is gedacht. Studenten die al eens willen proeven van het ondernemerschap, krijgen een eigen fiscaal en sociaal statuut, dat van “student-zelfstandige”. Fiscaal houdt dat in dat ze minder snel het statuut van “kind ten laste” verliezen (zie ons artikel “Studenten-ondernemers krijgen ook fiscale aanmoediging”).

Voorts is er een nieuwe “anti-hybridebepaling” die neerkomt op een bijkomende voorwaarde voor de DBI-aftrek. Bedoeling is om situaties te vermijden van dubbele niet-belasting. “Hybride” slaat dan op het feit dat een verrichting in twee landen verschillend gekwalificeerd wordt, bijvoorbeeld in het ene land als een lening en in het andere land als een deelneming in het kapitaal. Dat kan er dan toe leiden dat er in het ene land een aftrek toegepast wordt bij de dochter (voor de betaalde “interest”) en tegelijk in het andere land een vrijstelling bij de moeder (voor het ontvangen “dividend”). Dat wordt voortaan onmogelijk omdat de DBI-aftrek voor dividenden niet meer toegestaan wordt wanneer de uitkerende vennootschap dat “dividend” in aftrek genomen heeft (aanvulling artikel 203 WIB 1992).

De vrijstelling van meerwaarden op aandelen wordt op dezelfde manier ingeperkt, vermits de dividenden m.b.t. de vrijgestelde aandelen aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als voor de DBI-aftrek.

Overigens is het toepassingsgebied in België beperkt omdat er weinig voorbeelden zijn van hybride instrumenten die hier als deelnemingen in het kapitaal beschouwd worden en in een ander land als een lening. Maar in omgekeerde richting kan het wel, want de andere Europese landen hebben een vergelijkbare maatregel in hun wetgeving opgenomen.

Een grotere impact heeft wellicht een nieuwe antimisbruikbepaling bij uitkeringen tussen moeder- en dochtervennootschapen. Als het gaat om kunstmatige constructies die alleen gericht zijn op een belastingvoordeel, wordt geen vrijstelling aan de bron verleend (geen vrijstelling van roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden) en mag de moeder ook geen vrijstelling toepassen op het dividend dat ze ontvangt (in Belgische termen wil dat dus zeggen geen DBI-aftrek). Hoewel het gaat om een omzetting van een Europese richtlijn, is de antimisbruikbepaling ook van toepassing in de relatie tussen een Belgische dochter en een Belgische moeder.



01-04-20 Medisch materiaal schenken kan nu zonder BTW
Als een onderneming goederen aankoopt en de BTW in aftrek brengt, maar ze nadien niet verkoopt of niet voor haar bedrijfsactiviteit gebruikt, en ze “onttrekt” aan de onderneming, moet over die “onttrekking” in principe BTW betaald worden. Dat geldt ook als de goederen gratis weggegeven worden aan een goed doel.....lire la suite
 
01-04-20 Belastingaftrek voor wie medisch materiaal schenkt
Ondernemingen die hun steentje bijdragen aan de strijd tegen het coronavirus door medisch materiaal te schenken aan ziekenhuizen, worden daartoe niet alleen aangemoedigd met een specifieke BTW-regeling. De filosofie achter dat BTW-regime wordt ook doorgetrokken naar de vennootschapsbelasting.....lire la suite
 
01-04-20 UPDATE: Invloed van de corona-maatregelen op de organisatie van uw algemene vergadering en raad van bestuur
De COVID-19-maatregelen hebben een invloed op het dagelijkse leven van elke burger. Dit geldt echter ook voor de werking en organisatie van vennootschappen en verenigingen, die enerzijds de corona- regels (o.a. het samenscholingsverbod) en anderzijds ook de dwingende vennootschapsrechtelijke regels dienen te respecteren. Enkele praktische problemen steken de kop op.....lire la suite
 
23-03-20 Fiscus staat verder uitstel voor aangiften en betalingen toe wegens coronacrisis
Na een eerste pakket steunmaatregelen voor bedrijven die moeilijkheden ondervinden door de coronacrisis, kondigt de fiscus nog een reeks bijkomende maatregelen aan. Bovenop de mogelijkheid om op aanvraag uitstel van betaling te krijgen voor fiscale schulden, komt er nu een veralgemeend uitstel voor betalingen en voor aangiften die normaal gezien rond deze tijd zouden moeten gebeuren. ....lire la suite