nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Bewijsmiddelen: Cassatie laat vermoeden op vermoeden toe, so what?
 
Volgens het Hof van Cassatie is er geen principieel bezwaar tegen een opeenstapeling van vermoedens. Het Hof gaat daarmee regelrecht in tegen een principe dat jarenlang onbetwistbaar leek. De fiscus schijnt  zo heel wat meer speelruimte te hebben om via een bewijsvoering door vermoedens bijvoorbeeld een niet-aangegeven inkomen vast te stellen of te ramen.

Tot de bewijsmiddelen die de fiscus tot zijn beschikking heeft, behoort ook het bewijs door (feitelijke) vermoedens. Het gaat om een bewijsmiddel uit het gemeen recht, dat principieel van toepassing is in het fiscaal recht, tenzij dit laatste ervan afwijkt.

Artikel 1349 van het Burgerlijk Wetboek (“BW”) bepaalt dat vermoedens gevolgtrekkingen zijn die de wet (vb. de indiciaire taxatie - artikel 341 WIB) of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

De fiscus kan het belastbaar inkomen van een belastingplichtige dus ook vaststellen aan de hand van vermoedens. Als er geen boekhouding is, zou de fiscus bijvoorbeeld kunnen “vermoeden” dat de belastbare inkomsten dezelfde zijn als vorig jaar. Of als uitkomt dat een bakker bloem aangekocht heeft in het zwart, zou de fiscus kunnen “vermoeden” dat hij die zwarte bloem ook gebruikt heeft om brood te bakken dat hij aan zijn klanten verkoopt.

Volgens de omschrijving in artikel 1349 BW komt een bewijs door vermoeden erop neer dat een onbekend feit (bv. de omzet van het jaar zonder boekhouding) afgeleid wordt uit een bekend feit (bv. de gedocumenteerde omzet van het jaar daarvoor). Een “bekend feit” moet logischerwijs zeker zijn, moet vast staan. Een “bekend feit” kan dus zelf geen vermoeden zijn. Een vermoeden op een vermoeden bouwen, vermoedens als het ware opstapelen, mag met andere woorden niet.

Tot voor kort vond iedereen dat vanzelfsprekend, temeer daar het legaliteitsbeginsel in fiscalibus grondwettelijk is verankerd in artikel 170 van de Grondwet (“Geen belasting kan ingevoerd worden dan door een wet”).

Fiscus reconstrueert omzet restaurant

De zaak die voor het Hof van Cassatie voorlag, betrof de eigenaar van een restaurant wiens boekhouding nogal grove tekortkomingen vertoonde. Bij gebrek aan sluitende boekhouding reconstrueerde de fiscus dan maar de omzet aan de hand van het enige gegeven dat vaststond: de leveringen van drank. Vervolgens veronderstelde de administratie dat er één maaltijd verkocht werd voor elke halve fles wijn en twee glazen frisdrank of water. En ten slotte werd uitgegaan van een gemiddelde prijs per maaltijd van 10 euro.

Strikt genomen zou men kunnen zeggen dat de fiscus daarmee zijn boekje nog niet al te ver te buiten ging, al komt er toch al heel wat giswerk aan te pas. In zekere zin was er maar één echt vermoeden, één echt onbekend feit: de hoeveelheid drank per maaltijd. De gemiddelde prijs van een maaltijd was gesuggereerd door de restauranthouder zelf in een (vergeefse) poging om met de fiscus tot een vergelijk te komen. En dat ingekochte drank ook effectief geserveerd wordt, is - als we niet moeilijk doen over een kleine foutenmarge - ook geen al te gewaagde veronderstelling, zeker als de belastingplichtige geen voorraadinventaris blijkt te hebben. Met wat goede wil zou kunnen worden gesteld dat het hier nog niet echt ging om een flagrante opeenstapeling van vermoedens.

Specifieke context, algemeen antwoord

Maar zo zag de restauranthouder het niet. Hij trok naar de rechtbank en kwam uiteindelijk bij het Hof van Cassatie terecht, waar hij het pleit gemakkelijk dacht te kunnen winnen door het Hof te laten antwoorden op de heel principiële vraag: mag de fiscus vermoedens op vermoedens bouwen? Maar verrassend genoeg antwoordt het Hof “ja”. Meer specifiek zegt het Hof van Cassatie dat het aannemen van een “bekend feit” zelf het resultaat kan zijn van een bewijsvoering door vermoedens. Een “bekend feit” kan zelf bewezen worden door vermoedens. Het verbod op een opeenstapeling van vermoedens lijkt daarmee onderuitgehaald te worden.

Het is nu afwachten of de fiscus de redenering van het Hof van Cassatie alleen gaat toepassen in flagrante gevallen zoals in de beschreven zaak, of ook meer algemeen gaat inroepen. Dit laatste lijkt absoluut niet evident te zijn voor de fiscus, omdat het besproken cassatiearrest zeker geen vrijgeleide vormt voor ongebreidelde kunst- en vliegwerktaxaties. Immers, van het bekend feit moet de fiscus komen tot het onbekende feit via “logische deductie”, en dit binnen het voormelde grondwettelijk legaliteitskader (cf. artikel 170 GW). Wellicht zullen de fiscale inspecteurs, een paar uitzonderingen niet te na gesproken, hun handels- en taxatiewijze niet veranderen omwille van het besproken arrest.

Bron: arrest van het Hof van Cassatie van 22 mei 2014 (F.13.0086.F), www.cass.be



10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....lees meer
 
26-01-20 “Cash for car”-systeem is ongrondwettelijk
Het Grondwettelijk Hof vernietigt de regeling van de mobiliteitsvergoeding, gemeenzaam gekend onder de benaming “cash for car”. De regeling bood werknemers met een bedrijfswagen de kans om afstand te doen van dat voordeel zonder een fiscaal nadeel te lijden. Maar het Grondwettelijk Hof struikelt over de discriminatie die ontstaat doordat de vergoeding fiscaal en sociaal veel gunstiger behandeld wordt dan een gewoon loon. Voorlopig mag het systeem echter blijven bestaan.....lees meer
 
20-01-20 Hervorming Vlaamse erfbelasting op komst
Successieplanning zal binnenkort wellicht anders georganiseerd worden. De Vlaamse regering kondigt namelijk drie ingrepen in de erfbelasting aan. Het systeem van het duolegaat wordt grondig hervormd. Daarnaast maakt de “vriendenerfenis” zijn opwachting. En het registreren van schenkingen wordt aangemoedigd door de kans te verhogen dat er later erfbelasting betaald moet worden op niet-geregistreerde schenkingen.....lees meer