nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector
 
De bestaande vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid wordt vanaf dit jaar uitgebreid tot de bouwsector.
De voorwaarden zijn soepeler dan in de bestaande maatregel maar het vrijstellingspercentage ligt ook lager. Voorlopig bedraagt het slechts 3%.
Dat wordt echter in twee fasen opgetrokken tijdens de volgende jaren.
De regering wil daarmee de loonkost verlagen in een sector die gevoelig is voor zwartwerk en sociale dumping. Van de gelegenheid wordt ook gebruik gemaakt om de vrijstelling gunstiger te berekenen (ook buiten de bouwsector).


Vanaf 1 januari 2018 moet een werkgever in de bouwsector een deel van de bedrijfsvoorheffing die hij inhoudt op het loon van zijn werknemers, niet meer doorstorten aan de Schatkist. Hij mag dat deel voor zichzelf houden, als een soort subsidie. Dat deel beloopt in een eerste fase 3% van het brutoloon. Volgend jaar stijgt het percentage tot 6% en na nog een jaar (vanaf 1 januari 2020) bedraagt het 18%.

Geen opeenvolgende ploegen nodig, wel minimumloon

Die nieuwe fiscale stimulans is een uitbreiding van de bestaande maatregel ten gunste van ploegen- en nachtarbeid. Maar die bestaande maatregel bleef in de praktijk beperkt tot de industrie omdat de vrijstelling alleen gold voor werknemers die in opeenvolgende ploegen werken (bijv. een vroege, een late en een nachtshift). Die voorwaarde wordt nu geschrapt speciaal voor de bouwsector. Ook de voorwaarde dat alle leden van de ploeg “hetzelfde” werk moeten doen, wordt niet gesteld voor de bouwsector. “Complementair” werk mag namelijk ook. Een ploeg wordt wel nog steeds gedefinieerd als bestaande uit minstens twee werknemers.

En nieuw voor de bouwsector is ook dat er een minimumloon opgelegd wordt. De vrijstelling kan pas toegepast worden als het brutoloon ten minste 17,42 euro per uur bedraagt (geïndexeerd bedrag voor 2018).

Werken in onroerende staat

De bouwsector in deze context is niet de officiële sector in termen van het paritair comité voor de bouw, maar iedere onderneming die zich bezighoudt met “werk in onroerende staat” in de zin van de BTW-wetgeving. Dat is een zeer ruim begrip dat niet alleen het bouwen omvat maar ook het verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen of afbreken van een uit zijn aard onroerend goed (of een stuk ervan). Bovendien valt ook levering, installatie en onderhoud van een hele reeks voorzieningen eronder: centrale verwarming of airconditioning, sanitair, de elektrische installatie van een gebouw, een alarm, een huistelefoon, opbergkasten, gootstenen en wastafels, dampkappen, luiken, rolluiken en rolgordijnen, wandbekleding of vloerbedekking.

Anderzijds komen niet alle werknemers in aanmerking. De vrijstelling van doorstorting kan alleen toegepast worden voor personeel dat werkt “op locatie”, dus op de werf. Administratief personeel geeft geen recht op de vrijstelling.

Vrijstelling beter “benut”

Tegelijk wordt de vrijstelling ook soepeler berekend. Die verbetering geldt zowel voor de bestaande maatregel als (in theorie) voor de nieuwe uitbreiding tot de bouwsector. Het komt erop neer dat, als de vrijstelling niet volledig benut kan worden omdat de effectieve bedrijfsvoorheffing te laag is, de “misgelopen” vrijstelling gerecupereerd kan worden bij een werknemer voor wie de effectieve bedrijfsvoorheffing wel hoog genoeg is.

Voorbeeld: er zijn 3 werknemers met elk een loon van 100 in een industriële onderneming. Voor elk van die werknemers bedraagt de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing dus 22,8 (bestaand vrijstellingspercentage van 22,8%). Stel dat op het loon van werknemer A volgens de normale regels 20 bedrijfsvoorheffing ingehouden moet worden.
De theoretische vrijstelling (22,8) kan dan maar ten belope van 20 effectief benut worden. Een deel van de vrijstelling ging dus tot nu toe verloren.
Stel dat volgens de normale regels op het loon van B 24 ingehouden moet worden en op het loon van C 25. Daarvan is op zich 22,8 vrijgesteld van doorstorting.
Maar het “tekort” m.b.t. A kan gecompenseerd worden door een hogere vrijstelling m.b.t. B en C. Van de totale effectieve bedrijfsvoorheffing van 69 (20 + 24 + 25) moet dus 68,4 niet doorgestort worden. De vrijstelling wordt met andere woorden bekeken voor alle werknemers samen in plaats van individueel.

Bron: wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie; 2 circulaires van 11 en 15 juni 2018, en 



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive