nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Onroerende verhuur kan binnenkort aan btw onderworpen worden<
 
Dat onroerende verhuur vrijgesteld is van BTW, heeft als keerzijde dat de verhuurder geen BTW kan aftrekken. Aan dat nadeel zou een einde komen vanaf 1 oktober 2018. De verhuurder zou er voortaan voor kunnen opteren om de verhuur aan BTW te onderwerpen. Een wetsontwerp in die zin wordt binnenkort ingediend in het parlement.

Als onderdeel van het “zomerakkoord” van juli 2017 was al aangekondigd dat onroerende verhuur optioneel aan BTW onderworpen zou kunnen worden.       Maar kort daarna werd dat voornemen ingetrokken. Nu is het echter opnieuw op de regeringstafel beland en formeel goedgekeurd op de Ministerraad.

De verhuurder kan er dus binnenkort voor kiezen om de verhuur van een gebouw (of een deel ervan) te onderwerpen aan BTW. Hij moet dan BTW aanrekenen aan de huurder (21%) maar krijgt wel de mogelijkheid om de BTW af te trekken die hij zelf betaald heeft op de kosten met betrekking tot het gebouw.

Professioneel gebruik, en akkoord huurder

Er zijn wel duidelijke beperkingen. Onderwerping aan BTW kan alleen als de huurder een BTW-plichtige is en het gebouw professioneel gebruikt.                 De BTW op de factuur maakt dan in principe geen verschil voor de huurder omdat hij die toch kan aftrekken.

Bovendien moet de huurder akkoord gaan. Als de huurder bijvoorbeeld een BTW-plichtige is zonder volledig recht op aftrek, en opziet tegen de BTW op de factuur, kan hij er belang bij hebben om zijn akkoord te weigeren. Op die manier kan hij ontsnappen aan het betalen van BTW die hij niet kan aftrekken en dus voor hem een echte meerkost zou vormen.

Niet voor bestaande gebouwen

Een andere belangrijke beperking is dat de maatregel niet geldt voor bestaande gebouwen. De scharnierdatum is 1 oktober 2018. Vereenvoudigd gezegd komen dus alleen gebouwen die na die datum gebouwd worden, in aanmerking. Meer specifiek gaat het om gebouwen waarvoor nog geen BTW opeisbaar geworden is op die datum, m.a.w. waarvoor nog geen factuur uitgereikt is of nog niets betaald is op die datum. Het kan dus de moeite lonen om geplande bouwwerken uit te stellen tot na die datum. Overigens tellen alle kosten mee, dus niet alleen van de eigenlijke bouwwerken. Ook met de planning en de voorbereiding van de bouw moet men desgevallend dus wachten tot na            1 oktober 2018, als men van de nieuwe maatregel gebruik wil maken.

Een ingrijpende renovatie wordt gelijk gesteld met een nieuwbouw, komt dus ook in aanmerking voor onderwerping aan BTW van de verhuur.

Opslagruimte

Een geval apart is de verhuur van een (deel van een) gebouw dat gebruikt wordt als opslagruimte. In principe was een dergelijke verhuur al onderworpen aan BTW. Verhuur van opslagruimte vormde (en vormt) namelijk een uitzondering op de algemene regel dat onroerende verhuur vrijgesteld is van BTW. Dat was (en is) dus positief voor een verhuurder die de BTW kan aftrekken.

Maar in de praktijk bleek onderwerping aan BTW vaak onmogelijk omdat de fiscus strenge voorwaarden stelde. De fiscus eiste namelijk dat de opslagruimte exclusief voor opslag gebruikt wordt. Slechts 10% van de ruimte mocht ingenomen worden voor bijvoorbeeld een kantoortje voor de bewaking of het beheer van de bergruimte. Veelal had men bij de verhuur van opslagruimte dus hetzelfde probleem als voor “gewone” onroerende verhuur: geen onderwerping aan BTW en dus ook geen BTW-aftrek.

Toen eind vorig jaar het wetsontwerp over de onderwerping van onroerende verhuur aan BTW ingetrokken werd (tijdelijk, zo blijkt nu), vond de regering dat er dan op zijn minst voor opslagruimte iets gedaan moest worden. Ze kondigde dan ook aan dat de genoemde 10%-beperking versoepeld zou worden.          De vereiste van exclusief gebruik voor opslag zou vervangen worden door de vereiste van hoofdzakelijk gebruik voor opslag (dus minstens 50%). Onderwerping aan BTW zou daardoor een stuk gemakkelijker worden.

Nu er dan toch een algemene oplossing zou komen voor onroerende verhuur, is die versoepeling in zekere zin overbodig geworden. De verhuur van opslagruimte valt uitdrukkelijk ook onder de nieuwe mogelijkheid om te opteren voor onderwerping aan BTW. De genoemde 10%-beperking speelt daardoor niet meer. Bovendien zou bestaande opslagruimte niet uitgesloten worden van de optiemogelijkheid, in tegenstelling tot andere onroerende verhuur (zie hoger). Hoe er overgestapt kan (of moet) worden van de oude op de nieuwe regeling, is echter niet in alle gevallen evident. Daarover zullen nog nadere regels uitgewerkt worden.

Ondanks het feit dat de aangekondigde versoepeling van de 10%-beperking dus tot op zekere hoogte overbodig geworden is, schijnt de regering echter bij haar voornemen te blijven om die beperking te versoepelen. Dat kan inderdaad nog zijn nut hebben in gevallen waarin de nieuwe optiemogelijkheid niet van toepassing is (bijv. verhuur aan een particulier).

Bron:



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lire la suite
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lire la suite
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lire la suite
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lire la suite
 
site web par webalive