nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
Franse dividenden: Cassatie maakt einde aan dubbele belasting
 
De belasting die in Frankrijk betaald is op een dividend dat een Franse vennootschap uitkeert aan een Belgische aandeelhouder, moet verrekend worden met de Belgische belasting, ook al sluit de interne Belgische wetgeving dat eigenlijk uit. Dat heeft te maken met een specifieke passage in het dubbelbelastingverdrag België-Frankrijk. Het Hof van Cassatie maakt daarmee een einde aan een jarenlange discussie over de dubbele belasting van dividenden van Franse oorsprong.

Wie een dividend ontvangt van een Franse vennootschap, wordt twee maal belast: één keer in Frankrijk (waar 15% bronheffing ingehouden wordt) en één keer in België (waar het saldo dat overblijft na Franse belasting, belast wordt als een gewoon roerend inkomen, dus aan – intussen al – 30%). Wie een dividend ontvangt van een Belgische vennootschap, betaalt slechts één keer belasting: in principe wordt er 30% roerende voorheffing ingehouden. Van een Belgisch dividend houdt de aandeelhouder dus netto 70 over, van een Frans dividend slechts 59,5.

Fiscaal worden Belgische beleggers dus ontmoedigd om Franse aandelen te kopen, wat eigenlijk de vrije markt binnen Europa belemmert. De kwestie is dan ook al herhaalde malen voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Maar dat Hof heeft telkens geweigerd om België te veroordelen. De Belgische wetgeving op zich is immers niet discriminerend. Die maakt geen onderscheid tussen Belgische en Franse dividenden. Alleen het ongelukkige samenspel van de Franse en Belgische wetgeving leidt in dit geval tot een hogere belasting van Franse dividenden in vergelijking met Belgische. Zoiets moeten de betrokken landen onderling oplossen via een belastingverdrag, oordeelt het Hof van Justitie.

België schaft “interne” FBB af in 1988

Opmerkelijk genoeg is dat al in 1964 gebeurd. In het dubbelbelastingverdrag dat België en Frankrijk toen afgesloten hebben, staat dat “het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting” aftrekbaar moet zijn van de Belgische wetgeving (artikel 19, A, 1). Maar er staat ook bij: “onder de door de Belgische wetgeving vastgestelde voorwaarden”.

Tot 1988 bevatte de Belgische wetgeving een FBB-regeling (FBB staat voor “forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting”), maar die is nadien grotendeels afgeschaft. Particulieren zijn sowieso uitgesloten sinds 1988. Sindsdien weigert de fiscus een verrekening van de buitenlandse belasting met de Belgische belasting.

Wat met voorrang van verdrag?

Die houding van de fiscus is altijd fel bekritiseerd. Want normaal gezien heeft een verdrag voorrang op nationale wetgeving. Dus als het dubbelbelastingverdrag voorschrijft dat België zijn belasting moet verminderen met de in het buitenland betaalde belasting, dan moet België dat gewoon zo toepassen, wat er ook in de nationale wet staat (of niet staat). Maar de fiscus vindt dat het anders ligt als het verdrag expliciet naar de nationale wetgeving verwijst. Indien die nationale wetgeving dan geen FBB-regeling bevat of allerlei categorieën uitsluit (bijv. particulieren), dan wordt de voorrang van het verdrag niet geschonden door geen FBB toe te kennen. Het verdrag doet immers niets meer dan zeggen dat de nationale regels toegepast moeten worden.

Het Hof van Cassatie heeft de fiscus gelijk gegeven in 2000. De discussie betrof toen het (oude) verdrag België-Nederland. Dat verdrag verwijst gewoon naar de interne FBB-regels, en dus mag de fiscus FBB-verrekening weigeren op basis van die interne regels.

Frans verdrag is specifiek

Het verdrag België-Frankrijk is echter niet vergelijkbaar met het genoemde verdrag met Nederland of met de meeste andere verdragen, stelt het Hof van Cassatie nu vast in een nieuw arrest. Het verdrag met Frankrijk voegt immers na de verwijzing naar de nationale wetgeving nog toe: “zonder dat [het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting] minder dan 15 pct. van het evenvermelde nettobedrag mag belopen”. De verrekening moet dus verleend worden volgens de nationale regels maar zonder dat de verrekening minder dan 15% mag bedragen.

Door die specifieke toevoeging wordt de voorrang van het verdrag op de nationale wetgeving eigenlijk hersteld. Ook al is de FBB-regeling afgeschaft, België moet toch rekening houden met een FBB van (minstens) 15%.

Concreet zal, bij een Frans dividend van 100, het in België belastbare nettobedrag (85) verminderd moeten worden met (minstens) 15%. Netto houdt de belastingplichtige dus nog 72,25 over in plaats van 59,5. De Belgische belasting bedraagt voortaan 12,75 in plaats van 25,5. Fiscaal wordt een Frans dividend daardoor zelfs interessanter dan een Belgisch.

Bron: arrest van het Hof van Cassatie van 16 juni 2017, www.cassatie.be



14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....read more
 
29-05-19 Fiscus haalt het misbruikwapen boven tegen vastgeklikte reserves
Stilaan zien we in de rechtspraak de eerste toepassingen van de vernieuwde algemene rechtsmisbruikbepaling. In veel gevallen lijkt de fiscus voorlopig gelijk te krijgen. De nieuwe versie van artikel 344, §1 blijkt dus een krachtiger wapen in handen van de fiscus dan de oude versie. De fiscus roept die bepaling o.m. in tegen vennootschappen die gebruik maakten van de mogelijkheid om reserves “vast te klikken” in kapitaal met het oog op een latere belastingvrije uitkering, maar die in de ogen van de fiscus die regeling toepasten in situaties waarvoor ze niet bedoeld was.....read more
 
27-05-19 Wat hebben woningen in vennootschap te maken met “lusthuizen”?
Zowel fiscus als rechtspraak doen vaak moeilijk over de aftrek van kosten voor een woning die in de vennootschap zit en privé gebruikt wordt door de bedrijfsleider. Een poging om een doorbraak te forceren in die discussie via het Grondwettelijk Hof, is nu op niets uitgelopen.....read more
 
13-05-19 Nieuwe aangifte brengt extra voordelen maar ook extra complexiteit
De aangifte voor de personenbelasting voor aanslagjaar 2019 (inkomsten van 2018) is gepubliceerd en kan al online ingevuld worden. De uiterste indieningsdatum is 11 juli voor wie elektronisch indient via Tax-on-web, 24 oktober 2019 voor wie een mandataris inschakelt. Wie nog werkt met een papieren aangifte, krijgt slechts tijd tot 28 juni.....read more
 
website by webalive