nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
"DEFINITIEF" standpunt van vlabel over de maatschap
 
Op 26 april jl. heeft Vlabel een “definitief” standpunt (nr. 15004) ingenomen over maatschappen die geldbeleggingen en/of een effectenportefeuille aanhouden en waarvan de deelbewijzen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor een Nederlandse notaris worden geschonken. Hieronder treft u de visie van Vlabel.

Een burgerlijke maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid en is fiscaal transparant. Wanneer er een overdracht van deelgerechtigdheden in een burgerlijke maatschap is, is er sprake van een overdracht van de achterliggende goederen die tot de maatschap behoren. De Vlaamse Belastingdienst beoordeelt de overdracht van deelgerechtigdheden in een burgerlijke maatschap in het kader van de registratie- en erfbelasting als een overdracht van de respectievelijke goederen die in de maatschap werden ingebracht waarbij de aard van die goederen de belastbaarheid bepaalt. Er kan slechts toepassing zijn van artikel 2.7.1.0.7 VCF als de achterliggende activa van de burgerlijke maatschap effecten of geldbeleggingen zijn.

Het moet bovendien gaan om effecten en geldbeleggingen die gesplitst zijn ingeschreven, voor het vruchtgebruik op naam van de erflater en voor de blote eigendom op naam van een derde. De Vlaamse Belastingdienst kijkt voor de toepassing van artikel 2.7.1.0.7 VCF :

• ofwel naar de materiële gesplitste inschrijving van de effecten of geldbeleggingen; 
• ofwel naar de juridische gesplitste inschrijving van de effecten of geldbeleggingen.

Voor de toepassing van art. 2.7.1.0.7 VCF blijkt de gesplitste inschrijving van een effectenportefeuille of geldbelegging die door een burgerlijke maatschap wordt aangehouden dus uit :

• ofwel de vermeldingen in het matenregister (materiële gesplitste inschrijving);
• ofwel de vermeldingen in de documenten zoals door de financiële instellingen bijgehouden (materiële gesplitste inschrijving);
• ofwel de zakenrechtelijke situatie van de effectenportefeuille of geldbeleggingen (juridische gesplitste inschrijving). Bijvoorbeeld: een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik hetzij van de effectenportefeuille, hetzij van de deelgerechtigdheden in de maatschap.

Indien de zakenrechtelijke situatie uit een schenking is ontstaan, moet er bewezen worden dat deze schenking onderworpen werd aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenking onder levenden, opdat artikel 2.7.1.0.7 VCF niet van toepassing zou zijn.

Indien de vruchtgebruiker met de aan hem uitgekeerde opbrengsten (in de zin van burgerlijke vruchten) van de effecten nieuwe effecten koopt, die eveneens gesplitst worden ingeschreven, dan is er sprake van een nieuwe gesplitste inschrijving die eveneens onder de toepassing valt van artikel 2.7.1.0.7 VCF. Hetzelfde geldt indien de opbrengsten van de effectenportefeuille niet worden uitgekeerd ingevolge een beslissing van de algemene vergadering, in die zin dat elke niet uitgekeerde opbrengst wordt beschouwd als een nieuwe gesplitste inschrijving.

De vervanging van de initiële effecten door andere met dezelfde waarde wordt niet als een nieuwe gesplitste inschrijving beschouwd. Het bewijs dat artikel 2.7.1.0.7 VCF niet van toepassing is, moet dus geleverd worden voor de initiële gesplitste inschrijving.

Dit standpunt geldt voor alle gesplitste inschrijvingen die gebeuren vanaf 1 juni 2017. Maatschappen waarvan de deelbewijzen onder voorbehoud van vruchtgebruik vóór deze datum werden/worden geschonken voor een Nederlandse notaris blijven dus buiten schot.



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive