nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Belgium simplifies proof of supply for intra-Community supplies
 
When a VAT payer in one EU Member State makes a supply of goods to a VAT payer in another EU Member State, that is an intra-Community supply. In such case, the place of supply is the place where the goods are delivered after dispatch or transport of the goods (article 40 of Council Directive 2006/112/EC of 28 November 2006 on the common system of value added tax).

VAT is due in the country where the receiver is located, and the supplier must issue an invoice without VAT. However, he can only use the VAT exemption if he proves that his customer is a VAT payer with a valid VAT number (see) and that the goods have been dispatched or transported to the other EU Member State.

The Belgian legislation is quite strict in respect of the obligation of the Belgian supplier to evidence that there has been an intra-Community transport to the other Member State. Article 3 of Royal Decree nr. 52 provides that the supplier must keep a set of commercial documents supporting the intra-Community transport. In practice, the VAT Authorities require any document such as contracts, invoices, purchase orders, payment and transport documents, and they clarify that taken separately, these documents are not acceptable as sufficient evidence, but that they can be sufficient together with other documents. In that respect, transport documents are generally considered essential.

When a Belgian supplier does not charge VAT on an intra-Community supply of goods, the VAT authorities may question that the supply has taken place, in particular where the supplier did not personally deliver the goods in person or when the customer took delivery of the goods in Belgium to transport them back to his own Member State. The penalties are, in particular, quite high, with fines up to 200% of the VAT on these invoices.

Destination Document

In a recent Practice Note nr. E.T. 129.460 dated 1 July 2015, the VAT Authorities admit that the requirements were too stringent in the light of article 273 of Council Directive 2006/112/EC that states that Member States may impose other obligations which they deem necessary to ensure the correct collection of VAT and to prevent evasion, subject to the requirement of equal treatment as between domestic transactions and transactions carried out between Member States by taxable persons and provided that such obligations do not, in trade between Member States, give rise to formalities connected with the crossing of frontiers.

To this effect, they introduce a new form, the ‘Destination Document’ that will be accepted as a simplified alternative that will evidence that goods have been dispatched or transported and supplied to a VAT payer in another EU Member State.

In this “Destination Document” the VAT-payer in the other EU Member State certifies that the goods have been received within the EU, irrespective of the terms of delivery terms agreed between parties. A separate document is not required for all intra-Community supplies of goods to the same customer; they can be grouped for periods of three months.

The destination document is drawn up by either the vendor or the purchaser, and it may be sent electronically. It is signed by a representative of the purchaser and mentions “received for [the purchaser]”. The vendor must have the identity of the representative confirmed by mail or by email.

If the vendor can provide the document that is a valid alternative for the transportation document and can be used to prove the intra-Community supply of goods. However, the VAT Authorities expect that the Belgian supplier will be able to present the sales invoice, the proof of payment, and possibly the invoice for the transport and that he does anything to avoid being involved in a VAT fraud.

The VAT Authorities reserve the right to demand other documents, other than transport documents, to check that the transaction is genuine and that it corresponds with the information mentioned in the Destination Document. In other words, the Belgian VAT-payer is not released of his obligation to provide other documents (such as contracts, invoices, purchase orders, payment and transport documents) to justify the VAT exemption.

19 July 2016 
Marc Quaghebeur
De Broeck Van Laere & Partners



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive