nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Brussel hervormt belastingen
 
Naast de federale taxshift is er specifiek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ook een fiscale hervorming doorgevoerd. De personenbelasting daalt maar vastgoedbezit wordt zwaarder belast en er verdwijnen heel wat belastingverminderingen. Een onroerend goed schenken wordt dan weer goedkoper.

Terwijl de federale taxshift alle aandacht opeiste (zie ons artikel “Taxshift zorgt voor lagere personenbelasting”) is er met ingang van 1 januari 2016 ook op gewestelijk vlak heel wat nieuws te signaleren. Brussel heeft zelfs zijn eigen versie van de taxshift.

“Shift” van PB naar OV

Die houdt in dat de personenbelasting (een beetje) omlaag kan door het afschaffen van de aanvullende belasting van 1% ten voordele van de agglomeratie. Ook de forfaitaire gewestbelasting van 89 euro verdwijnt, voor gezinnen althans, niet voor bedrijven.

Ter compensatie worden wel de gewestelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing verhoogd. Gemiddeld stijgt die belasting met 12%. Maar die heffing moet opgebracht worden door de huiseigenaar. Veel eigenaars van Brusselse huizen wonen zelf niet in Brussel, dus die belastingverhoging treft slechts voor een deel de Brusselaars, is de redenering van de Brusselse regering.

Minder belastingverminderingen

Daarnaast wordt het mes gezet in het lijstje met belastingverminderingen. Vanaf 2016 wordt er geen fiscaal voordeel meer toegekend voor uitgaven voor beveiliging tegen inbraak of brand of voor dakisolatie. Ook enkele minder populaire verminderingen zoals voor de renovatie van een sociale huurwoning of een beschermd monument moeten het loodje leggen.

En de belastingvermindering voor dienstencheques wordt gehalveerd.

Volgend jaar zou bovendien de woonbonus aan de beurt zijn. De Brusselse regering kondigt nu al aan dat die zal sneuvelen in 2017.

Schenkingsrechten onroerende goederen verlaagd en vereenvoudigd

Positief is dan weer wel dat de tarieven van de schenkingsrechten voor onroerende goederen drastisch verlaagd zijn. De bedoeling is om schenkingen aan te moedigen en zo de inkomsten te verhogen. Brussel kopieert eigenlijk gewoon de hervorming die midden 2015 ook al in Vlaanderen doorgevoerd is. De tarieven zijn nu in beide gewesten dezelfde (voor schenkers met woonplaats in die gewesten). Met één uitzondering: feitelijk samenwonenden worden in Brussel niet gelijkgesteld met wettelijk samenwonenden, in Vlaanderen in veel gevallen wel.

Er wordt gesnoeid in het aantal verschillende tarieven, wat niet alleen voor een veel overzichtelijkere tariefstructuur zorgt maar ook maakt dat men minder snel in een hogere tariefschaal terechtkomt. Vooral buiten de rechte lijn (en tussen gehuwden en samenwonenden) wordt het flink goedkoper om een onroerend goed te schenken. Het hoogste tarief daalt van 80% tot 40%. Bovendien reikt de “goedkoopste” schijf (3% in rechte lijn, 10% daarbuiten) nu tot 150.000 euro. Aan dat bedrag kon men in het verleden al geconfronteerd worden met een tarief van 65% (voor “anderen”). En er komt een einde aan het gecompliceerde onderscheid tussen broers en zussen, ooms/tantes en neven/nichten, en alle anderen.

Geen progressievoorbehoud meer bij onverwacht overlijden

Een indirecte belastingverlaging wordt ook bereikt doordat een schenking van een onroerend goed geen invloed meer heeft op de berekening van de successierechten indien de schenker overlijdt binnen de drie jaar na de schenking. Tot nu toe werd dan met de waarde van de schenking rekening gehouden om het tarief in de successierechten te bepalen. Dat was het zogenaamde progressievoorbehoud. Op de schenking zelf betaalde men geen successierechten meer maar het tarief werd wel berekend alsof de schenking tot de nalatenschap behoorde, zodat men waarschijnlijk in een hogere schijf terecht kwam. Dat laatste effect verdwijnt nu.
De datum van inwerkingtreding stelt wel een beperking: de versoepeling geldt niet voor overlijdens vanaf 1 januari 2016 maar voor schenkingen die gedaan zijn vanaf 1 januari 2016. Bij een overlijden in 2017 of zelfs 2018 kan het progressievoorbehoud dus nog altijd toegepast worden als de schenking van 2015 dateert.



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive