nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Nieuwe definitie van kleine vennootschap werkt niet (volledig) door op fiscaal gebied
 
De omzetting in Belgisch recht van de nieuwe Europese Boekhoudrichtlijn houdt ondermeer in dat het statuut van kleine vennootschap niet meer geconsolideerd bekeken wordt. Maar fiscaal blijft op dat punt alles bij het oude. Voortaan verwijst de fiscale wet immers niet meer naar het nieuwe artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen in zijn geheel.

Het statuut van kleine vennootschap moet tot nog toe op geconsolideerde basis beoordeeld worden. De omzet, het balanstotaal en het personeelsbestand van verbonden vennootschappen tellen namelijk ook mee. Verbonden vennootschappen hebben het daarom moeilijker om het statuut van “kleine vennootschap” te verwerven in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Meteen maken ze ook minder kans op de talrijke voordelen die gekoppeld zijn aan het statuut van kleine vennootschap, zoals een gunstiger afschrijvingsregime, een hoger tarief voor de notionele interestaftrek of de mogelijkheid om een liquidatiereserve aan te leggen.

Doelgroep fiscale KMO-voordelen niet uitgebreid

Als gevolg van de nieuwe Europese Boekhoudrichtlijn is België echter verplicht de definitie van kleine vennootschap aan te passen. De belangrijkste nieuwigheid is dat de diverse criteria niet meer op geconsolideerde basis ingevuld mogen worden. Op zich “kleine” vennootschappen die het statuut tot nu toe misliepen omdat ze verbonden zijn met andere vennootschappen, voldoen daardoor nu ineens wel aan de criteria. Het leek er daarom op dat een groot aantal vennootschappen die tot nu toe niet in aanmerking kwamen voor de fiscale KMO-voordelen, daar nu toch gebruik van zou kunnen maken.

Maar de nieuwe definitie van kleine vennootschap in het Wetboek van Vennootschappen is zodanig geschreven dat dit effect zich niet voordoet. Paragraaf 6 van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen in zijn nieuwe versie schrijft nog altijd voor dat de criteria geconsolideerd bekeken moeten worden. De daaropvolgende paragraaf voegt daar onmiddellijk aan toe dat dat alleen van toepassing is op moedervennootschappen (waarvoor volgens de richtlijn inderdaad een uitzondering gemaakt mag worden).

Criteria nog steeds op geconsolideerde basis

Het gevolg van die spitsvondige formulering is dat de Belgische wetgeving op vennootschapsrechtelijk vlak perfect in overeenstemming is met de Boekhoudrechtlijn. Maar tegelijk wordt overal in de fiscale wetgeving de verwijzing naar artikel 15 (in zijn geheel) van het Wetboek van Vennootschappen vervangen door een verwijzing naar §1 tot 6 van artikel 15. Zo heeft de afschaffing van de consolidatie (§7) geen doorwerking op fiscaal gebied.

De nieuwe omschrijving van kleine vennootschap heeft dus wel belang voor de rapporteringsverplichtingen van de betrokken ondernemingen maar niet voor de fiscale voordelen die ze kunnen krijgen.

Criteria “geïndexeerd”

Eén aanpassing werkt echter wel door op fiscaal gebied, en dat is de aanpassing van de grensbedragen. Die zijn al tien jaar niet meer geïndexeerd, en dus vond de regering de tijd rijp voor een kleine verhoging. Het grensbedrag voor het balanstotaal stijgt tot 4.500.000 euro (tot nu toe 3.650.000), dat voor de jaaromzet wordt op 9.000.000 euro gebracht (tot nu toe 7.300.000). Voor het personeelsbestand blijft de bovengrens op 50 liggen, maar het absolute maximum van 100 wordt geschrapt. De regel dat de vennootschap één van die drie drempelwaarden mag overschrijden (voor het laatste en het voorlaatst afgesloten boekjaar), wordt voortaan dus consequent toegepast, en vervalt niet meer zodra het personeelsbestand boven de 100 uitstijgt.

Bovendien gaat het statuut van kleine vennootschap niet langer verloren bij een eenmalige overschrijding. Een kleine vennootschap wordt pas “groot” als er twee jaar na mekaar een overschrijding geweest is.
Als gevolg van die beide aanpassingen zal wel een (beperkt) bijkomend aantal vennootschappen in aanmerking komen voor de fiscale gunstregimes voor KMO's.

Het nieuwe artikel 15 is van toepassing op boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2016. Het betreffende wetsontwerp is nu ingediend in de Kamer maar is nog niet definitief goedgekeurd.

Bron: parlementaire stukken Kamer, document nr. 1444



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lees meer
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lees meer
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lees meer
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
website door webalive