nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Met Kaaimantaks kijkt fiscus door buitenlandse constructies heen
 
De komende programmawet bevat ook de regeling voor de veelbesproken Kaaimantaks. Belgen die een juridische constructie opgericht hebben in een belastingparadijs, zullen belast worden op de inkomsten uit die constructie. Er wordt dus gedaan alsof niet de constructie maar de oprichter het inkomen verworven heeft. Die “doorkijkbelasting” zou al van toepassing zijn op inkomsten van 2015.

Sinds vorig jaar zijn belastingplichtigen verplicht om op hun aangifte in de personenbelasting te vermelden of ze oprichter of begunstigde zijn van een “juridische constructie”. Van meet af aan was het de bedoeling om aan die aangifteplicht ook een belasting te koppelen. Belastingplichtigen die hun vermogen onderbrengen in een buitenlandse constructie om zo aan Belgische belasting te ontsnappen, zouden op die manier toch nog belast kunnen worden in België. Vanaf dit jaar komt die belasting er effectief. Dat was ook al aangekondigd in het federale regeerakkoord. Officieus wordt gesproken van de Kaaimantaks, een naam die verwijst naar een bekend belastingparadijs, de
Kaaimaneilanden.

Fiscale fictie

Oprichters van een juridische constructie in het buitenland zullen belast worden op de inkomsten van die constructie alsof ze die zelf behaald hebben. De regering spreekt daarom van een “doorkijkbelasting”: er wordt doorheen de constructie gekeken en het inkomen wordt rechtstreeks belast in hoofde van de oprichter. Die zal dus ook belasting betalen als hij zelf geen inkomen ontvangt.

Er zijn nog steeds twee categorieën van juridische constructies: met en zonder rechtspersoonlijkheid. Met constructies zonder rechtspersoonlijkheid zijn in de eerste plaats trusts bedoeld. De omschrijving van constructies met rechtspersoonlijkheid wordt lichtjes aangepast in vergelijking met de definitie die we al kenden van de aangifteplicht. Voortaan gaat het om eender welke vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit.

Laag belaste constructie

Zowat alles kan er dus onder vallen, althans op voorwaarde dat de constructie niet belast wordt, ofwel aan een aanzienlijk gunstiger belastingregime dan in België onderworpen is. “Aanzienlijk gunstiger” wordt concreet gedefinieerd als een belastingtarief van minder dan 15%. Ter wille van de rechtszekerheid komt er nog een lijst met “constructies” die niet aan die norm voldoen. Voor de huidige aangifteplicht bestaat een dergelijke lijst al, en de nieuwe lijst zal daar wellicht sterk op lijken.

Het principe van een “doorkijkbelasting” houdt ook in dat de inkomsten hun oorspronkelijke kwalificatie bewaren. Wanneer de buitenlandse constructie roerende inkomsten ontvangt, zullen die ook in hoofde van de oprichter als roerende inkomsten belast worden, dus aan een tarief van 25%. Gaat het om beroepsinkomsten, dan zal de oprichter belast worden aan het progressieve tarief, dus in de meeste gevallen 50%. De oprichter zal zelf moeten bepalen om welk soort inkomsten het gaat en ze in het juiste vak van zijn aangifte personenbelasting invullen.

Oprichter, aandeelhouder, begunstigde...

Naast de oprichter kunnen ook diens erfgenamen belast worden, evenals “derde begunstigden” en aandeelhouders of certificaathouders. Vooral de positie van de “derde begunstigde” is bijzonder: als die effectief iets uitgekeerd krijgt door de juridische constructie van de inkomsten waarop de doorkijkbelasting van toepassing is (en alleen dan), kan de oprichter een deel van “zijn” belasting afwentelen op de derde begunstigde.

De oprichter enzovoort kan een natuurlijke persoon zijn, wat natuurlijk voor de hand ligt, maar ook een (Belgische) rechtspersoon die onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting. Het gaat dan voornamelijk om VZW's en stichtingen. (Belgische) vennootschappen zijn niet onderworpen aan de Kaaimantaks.

Uitkering

Naast de doorkijkbelasting bevat het wetsontwerp over de Kaaimantaks ook een belasting bij uitkering, hoewel die niet in alle gevallen van toepassing is. Op die manier kan een inkomen van de buitenlandse constructie dat niet via de doorkijkbelasting belast kan worden, nog belast worden bij een eventuele uitkering aan de oprichter enzovoort.

De hele regeling is van toepassing vanaf 1 januari 2015. De belasting kan ook bij wijze van roerende of bedrijfsvoorheffing geïnd worden.

Voor de andere maatregelen uit de komende programmawet: zie onze artikels “Fiscale steun voor startende ondernemingen”, “Liquidatiereserve krijgt ruimere toepassing” en “Fiscaal voordeel voor beveiliging tegen hackers”.



17-02-20 Goed nieuws voor dieselhybrides
Hybride auto’s met een dieselmotor worden fiscaal niet gelijk gesteld met gewone dieselmodellen. Daardoor valt het aftrekpercentage algauw enkele percenten hoger uit.....lees meer
 
13-02-20 Bordje met “privé” houdt fiscus niet tegen
In een privéwoning mag de fiscus alleen binnen met een machtiging van de politierechter. Die machtiging moet gemotiveerd zijn. Maar volgens het Hof van Cassatie hoeft die motivering nu ook weer niet zo ver te gaan dat er aanwijzingen moeten zijn van beroepsmatige activiteiten in de pure privévertrekken. Dat de maatschappelijke zetel gevestigd is op het adres van een privéwoning, volstaat als motivatie. De fiscus heeft dan meteen de toelating om niet alleen in de kantoorruimte maar ook in de woonkamer en de andere privévertrekken rond te snuffelen. Met een bordje “privé” op de deur hoeft hij dan geen rekening te houden.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....lees meer