nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Studeren en politiek: fiscus sponsort onder voorwaarden
 
Conform artikel 49 WIB92 zijn beroepskosten aftrekbaar in zoverre zij worden gemaakt met het oog op “belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden”. Dit criterium impliceert eenvoudigweg dat kosten een noodzakelijk verband moeten vertonen met de uitgeoefende beroepswerkzaamheid of daaraan eigen moeten zijn (Cass. 16 oktober 2009, Arr.Cass. 2009, afl. 10, 2384). Uitgaven van persoonlijke aard kunnen niet worden aangemerkt als beroepskosten (artikel 53, 1° WIB 92).

Fiscus sponsort studiekosten

Volgens een ruling van 8 oktober 2013 zijn kosten voor het volgen van een MBA-opleiding alvast wel fiscaal aftrekbaar als beroepskosten. Wanneer de werkgever uiteindelijk zou tussenkomen in deze studiekosten zou dit moeten worden aangegeven als een belastbaar voordeel. Deze kosten omvatten alle nodige kosten i.v.m. de MBA-opleiding, namelijk: de inschrijvingsgelden, reis-- en transportkosten, studiekosten, huur appartement (gedeeltelijk) alsook verzekering voor hospitalisatie. Deze recente ruling is in overeenstemming met een eerdere ruling (Voorafg. Beslissing nr. 2011.346 dd. 27.09.2011).

In voormelde rulings wordt verwezen naar het standpunt van de fiscus die een direct verband vereist tussen de studies en de beroepswerkzaamheid die op hetzelfde ogenblik worden uitgeoefend. (Com. IB 92 nr. 52/209). Kosten voor studies die op het ogenblik van de beroepswerkzaamheid worden gevolgd en noodzakelijk zijn voor de werkzaamheid, zijn aftrekbaar. Daartegenover staan studiekosten die geen verband houden met de tot dusver uitgeoefende beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige. Volgens de administratie zijn dit kosten van persoonlijke aard die niet aftrekbaar zijn (overeenkomstig artikel 53, 1° WIB 92).

Recente cassatierechtspraak bevestigt het belang van de directe band met de uitgeoefende beroepswerkzaamheid waardoor studiekosten voor een toekomstige activiteit niet aftrekbaar zijn (Cass. 3 april 2014, www.monkey.be, nr. C. 14/0459).

Analogie met verkiezingskosten?

De fiscus is reeds jaar en dag van mening dat verkiezingskosten uitgaven van persoonlijke aard vormen die aldus niet fiscaal aftrekbaar zijn (artikel 53,1° WIB 92). Zij baseert zich hiervoor nog steeds op oude Cassatierechtspraak uit 1975 die bepaalt dat “de door de kandidaat gemaakte uitgaven om tijdens een verkiezingscampagne zijn propaganda te verzorgen, onbetwistbaar van persoonlijke aard zijn en derhalve niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening zelf van het beroep” (zie Cass. 20 februari 1975, Pas. 1975, I, 635).

Deze cassatierechtspraak blijkt intussen achterhaald In het licht van de hierboven geciteerde cassatierechtspraak inzake studiekosten.

Wanneer men voor de eerste keer een politiek mandaat wil uitoefenen en ter gelegenheid hiervan campagnekosten maakt, kan de analogie worden gemaakt met de niet-aftrekbaarheid van studiekosten. De kosten hebben immers geen intrinsiek verband met een bestaande beroepswerkzaamheid. Zij dienen enkel om de toegang tot het beroep mogelijk te maken. In dit geval zou men het strenge standpunt van de fiscus nog kunnen aanvaarden.

Dat is anders bij personen die reeds een politiek mandaat uitoefenen en naar aanleiding van hun campagne tot herverkiezing kosten maken. Op dat moment hebben de gemaakte kosten wél een intrinsiek verband met de bestaande beroepswerkzaamheid en zouden zij in de regel wél aftrekbaar moeten zijn.

Zo was ook het Hof van Beroep van Brussel van mening dat de uitgaven voor verkiezingspropaganda die een gedeputeerde heeft gedragen om herkozen te worden, uitgaven vormen met het oog op het verwerven of behouden van beroepsmatige inkomsten en derhalve aftrekbaar zijn. Het Hof vervolgde, onder verwijzing naar artikel 49 WIB92, dat het feit dat de uitgaven werden gedragen bij het einde van de legislatuur en zodoende samengingen met het einde van het mandaat, niet verhindert dat zij hun oorzaak vinden in de beroepsmatige activiteit van de belastingplichtige, vermits hij reeds die politieke activiteit uitoefende (zie Brussel 21 maart 2013, FJF 2013, afl. 9, 887).



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive