nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
 Gezinswoning Brussel vrijstelling successierechten
 
Ook in Brussel geen successierechten op gezinswoning

Vanaf 1 januari 2014 betaalt de langstlevende partner in Brussel geen successierechten op de gezinswoning. Brussel volgt daarmee het voorbeeld van Vlaanderen. Zo wordt de schrijnende situatie vermeden waarin iemand na het overlijden van zijn of haar partner het huis moet verkopen waarin hij of zij al jaren woont, alleen maar om de successierechten te kunnen betalen.

Sinds 2007 al bestaat in het Vlaamse Gewest een gunstregeling ten voordele van de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner. Die hoeft geen successierechten te betalen op het aandeel in de gezinswoning dat hij of zij erft. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voert nu een bijna identieke vrijstelling in. Voor Brusselaars valt dus een fiscaal motief weg om naar het Vlaams Gewest te verhuizen.

Gelijklopende regeling in Vlaanderen

Er is wel één belangrijk verschil: in Vlaanderen kunnen ook feitelijk samenwonenden de vrijstelling krijgen als ze al enige tijd samenleven. In Brussel is de regeling beperkt tot gehuwden en wettelijk samenwonenden.

De gezinswoning is de woning waar men samenwoont op het moment van het overlijden van de partner. En in principe moet dat blijken uit de bevolkingsregisters. Er wordt wel een uitzondering toegestaan bij een feitelijke scheiding en als het onmogelijk geworden is om in de gezinswoning te blijven wonen omdat één van de partners daar niet meer de nodige zorgen kan krijgen. Dan maakt het voor de vrijstelling geen verschil dat één van de partners in een rusthuis, een verzorgingstehuis of een serviceflat verblijft op het moment van het overlijden. Het is zelfs toegestaan dat beide partners daar verblijven als ze beiden zorgbehoevend zijn. In zulke gevallen wordt de vrijstelling verleend voor de woning waar ze samenwoonden vóór het vertrek naar de instelling.

Alleen voor echte koppels

Een beperking is dan weer dat de vrijstelling niet geldt voor bloedverwanten (kinderen, ouders, ooms en tantes...), ook al is het mogelijk met een bloedverwant een contract van wettelijke samenwoning af te sluiten.

Niet noodzakelijk voor hele woning

Als een woning bestaat uit dan één wooneenheid, dan moeten die afgesplitst worden, zelfs als ze geen afzonderlijk kadastraal perceel vormen. De vrijstelling wordt in principe alleen toegestaan voor de aparte wooneenheid waar de overledene samenwoonde met zijn of haar partner. Afsplitsing is dan weer niet vereist voor bijvoorbeeld een studentenkamer, die immers geen echte, permanente woning vormt.

Ook als een woning gemengd gebruikt wordt - d.w.z. gedeeltelijk beroepsmatig - is het mogelijk dat de vrijstelling van successierechten niet voor het hele huis geldt. Maar als het beroepsmatige gedeelte slechts een relatief beperkt deel van de woning uitmaakt, dus “ondergeschikt” is aan het woongedeelte, is er geen en wordt de vrijstelling niet ingeperkt.

Lening

De vrijstelling geldt alleen voor het netto-aandeel in de woning. Als er een lening is afgesloten om de woning te verwerven of te behouden, moet die schuldenlast specifiek toegerekend worden aan de gezinswoning. Dat deel van het passief kan dus niet in mindering gebracht worden van de rest van de nalatenschap.

Bron: Ordonnantie van 30 januari 2014, Staatsblad van 6 maart 2014, die een nieuw artikel 55bis invoert in het (Brusselse) Wetboek van Successierechten




17-02-20 Goed nieuws voor dieselhybrides
Hybride auto’s met een dieselmotor worden fiscaal niet gelijk gesteld met gewone dieselmodellen. Daardoor valt het aftrekpercentage algauw enkele percenten hoger uit.....lees meer
 
13-02-20 Bordje met “privé” houdt fiscus niet tegen
In een privéwoning mag de fiscus alleen binnen met een machtiging van de politierechter. Die machtiging moet gemotiveerd zijn. Maar volgens het Hof van Cassatie hoeft die motivering nu ook weer niet zo ver te gaan dat er aanwijzingen moeten zijn van beroepsmatige activiteiten in de pure privévertrekken. Dat de maatschappelijke zetel gevestigd is op het adres van een privéwoning, volstaat als motivatie. De fiscus heeft dan meteen de toelating om niet alleen in de kantoorruimte maar ook in de woonkamer en de andere privévertrekken rond te snuffelen. Met een bordje “privé” op de deur hoeft hij dan geen rekening te houden.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....lees meer
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....lees meer