nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
“Afgeschafte” belastingvermindering voor passiefhuizen blijft mogelijk voor wie al aan het bouwen was
 
In het kader van de besparingen heeft de regering onder meer de belastingvermindering voor passiefhuizen, lage energiewoningen en nulenergiewoningen afgeschaft met ingang van 2012. Er werd alleen een uitzondering gemaakt voor bouwers die vóór eind februari 2012 een certificaat konden voorleggen. Maar het Grondwettelijk Hof vindt dat ongrondwettelijk. Als de regering toch een overgangsmaatregel wou instellen, dan moest dat gebeuren op basis van de datum van het contract en niet op basis van de datum van het certificaat. Al wie een bouwcontract had vóór de publicatie van de afschaffingswet (30 december 2011), had het fiscale voordeel ingecalculeerd en moest er dus op kunnen vertrouwen dat hij het ook effectief zou krijgen.

Tot 2011 kon de bouwer of koper van een lage energiewoning, een passiefhuis of een nulenergiewoning tien jaar lang een belastingvermindering krijgen van respectievelijk 300, 600 en 1200 euro per jaar. Voorwaarde was wel dat men een passend certificaat kon voorleggen vóór het einde van het eerste jaar waarvoor men de belastingvermindering vroeg. Wie in 2011 begonnen was met het bouwen van bijvoorbeeld een passiefwoning, rekende natuurlijk op dat belastingvoordeel. Mogelijk was de bouw eind 2011 nog niet ver genoeg gevorderd om al een certificaat te krijgen, maar dan zou de bouwer waarschijnlijk wel een certificaat in handen hebben tegen eind 2012, zodat hij vanaf aanslagjaar 2013 (inkomstenjaar 2012) zonder verdere problemen de belastingvermindering kon krijgen. Althans dat dacht hij. Toen dan op 30 december 2012 ineens de wet verscheen waarmee de afschaffing van het fiscale voordeel afgekondigd werd vanaf aanslagjaar 2013, was dat dus wel een lelijke streep door de rekening van de betrokkenen.

Overgangsmaatregel is discriminerend

De regering besefte dat ook wel, en had daarom een zogenaamde overgangsmaatregel bedacht. Hoewel in theorie 31 december 2011 de uiterste datum was om een certificaat voor te leggen, zou toch ook nog rekening gehouden worden met certificaten die ten laatste eind februari 2012 uitgereikt waren.

Het Grondwettelijk Hof zegt nu dat dat niet voldoende is. Het is onredelijk om uit te gaan van de datum van het certificaat. Want de belastingplichtige heeft daar vaak geen invloed op. Het zou kunnen dat de werken vertraging oplopen door omstandigheden buiten zijn wel (het weer, nalatigheid van de aannemer...). En dan wordt de belastingplichtige in kwestie gediscrimineerd ten opzichte van iemand die op hetzelfde moment met de bouw begonnen was, in dezelfde mate verwachtte dat hij het fiscale voordeel ook effectief zou krijgen, maar gewoon minder pech had met de werken en daardoor nog net op tijd het certificaat ontving. Daarom vindt het Grondwettelijk Hof dat niet de datum van het certificaat maar wel die van het aannemings- of aankoopcontract het beslissende criterium moet zijn.

Contract van vóór 30.12.2011 is wat telt

De wetgever heeft natuurlijk het recht om een bepaald belastingvoordeel af te schaffen. Maar een eventuele overgangsmaatregel moet dan wel redelijk blijven, zegt het Hof. En dat is alleen het geval als iedereen die al een contract had vóór de publicatie van de wet (30 december 2011), toch nog in aanmerking komt voor de belastingvermindering. Een certificaat moet er hoe dan ook nog zijn, want de fiscus heeft een bewijsstuk nodig. Maar de datum van dat certificaat doet er dus niet toe. Het mag ook pas op of na 1 maart 2012 uitgereikt zijn. Gevolg: wie in dat geval is, mag op de binnenkort in te dienen aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2013 gewoon het bedrag van de belastingvermindering invullen, alsof de gunstmaatregel nooit afgeschaft is.

Merk wel op dat er door de afschaffing sowieso niets veranderd was voor wie al eerder een certificaat in handen had. Die belastingplichtigen blijven gewoon tien jaar lang recht hebben op de vermindering.

(Bron: arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 63/2013 van 8 mei 2013)



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lees meer
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lees meer
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lees meer
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
website door webalive