nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Niet-inwoners zullen vaker effectief belast worden
 
Op 1 januari is een hele reeks kleinere maatregelen in werking getreden in de belasting van niet-inwoners. Bedoeling is om inkomsten met aanknopingspunten met België zoveel mogelijk ook effectief in België te belasten. Zowel de algemene bepalingen over belastbaarheid als de omschrijving van “vaste inrichting” worden aangepast.

De fiscus maakt zich al een tijd zorgen over het feit dat België niet alles kan belasten wat het mag belasten in de belasting van niet-inwoners. Het komt voor dat inkomsten van inwoners van een ander land belastbaar zijn in België volgens het dubbelbelastingverdrag dat België afgesloten heeft met dat andere land, maar dat België vervolgens het inkomen niet effectief kan belasten omdat er in de Belgische wetgeving geen bepaling is die belasting mogelijk maakt. Belastbaar volgens het verdrag maar niet volgens de interne Belgische wetgeving dus.

Belastbaarheid volgens verdrag volstaat niet als de interne wetgeving niet aangepast is

Een voorbeeld zijn vergoedingen voor technische bijstand die betaald worden aan een buitenlandse technicus of ingenieur die in België zijn diensten komt verlenen. Volgens bepaalde verdragen (bijvoorbeeld dat met India) valt zo'n vergoeding onder het begrip “royalty's”. En royalty's mogen volgens die verdragen ook belast worden in het land waaruit ze afkomstig zijn, België dus in ons voorbeeld. Het probleem is alleen dat de vergoeding volgens de interne Belgische regels geen royalty is maar een winst of een baat. En in het geval van een niet-inwoner kunnen die alleen in België belast worden als de technicus of ingenieur hier een vaste inrichting heeft.

Dergelijke “gaten” in de fiscale wetgeving worden nu opgevuld door een algemene bepaling die gewoon alles belastbaar stelt wat niet onder een expliciete regel valt en waarvoor een verdrag de heffingsbevoegdheid aan België toewijst.

“De belasting wordt eveneens geheven van de inkomsten die niet door [de bestaande BNI-bepalingen] worden beoogd maar die overeenkomstig de voorgaande titels van dit wetboek als belastbare inkomsten beschouwd worden en ten laste vallen [van een Belgische inwoner, rechtspersoon, overheid of inrichting] voor zover die inkomsten ingevolge een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting belastbaar zijn in België, of, wanneer dergelijke overeenkomst niet van toepassing is, voor zover de belastingplichtige niet bewijst dat de inkomsten daadwerkelijk belast werden in de Staat waarvan hij inwoner is.” (artikel 228, §3 WIB 1992)

Betaling vanuit België aan belastingparadijs: belastbaar

Ook het geval van landen waarmee België geen verdrag heeft, wordt dus geregeld in de nieuwe wet. Voor inwoners van een “belastingparadijs” (waar helemaal geen belasting geheven wordt) heeft dat grote gevolgen: op papier wordt elke betaling vanuit België nu automatisch belastbaar. Er komen echter nog richtlijnen over de concrete toepassing.

De belasting op die inkomsten wordt geïnd in de vorm van een bedrijfsvoorheffing van 33%. Er mag echter een forfaitaire kostenaftrek van 50% toegepast worden, zodat de effectieve aanslagvoet 16,5% bedraagt.

“Vaste inrichting” beter omschreven

Hetzelfde effect - effectieve belasting verzekeren als België heffingsbevoegd is - wil men bereiken door het concept “vaste inrichting” nauwkeuriger te omschrijven. De aanwezigheid van zo'n “vaste inrichting” in ons land is in veel gevallen immers het aanknopingspunt voor belastbaarheid in België.

Daarom wordt een nieuwe omschrijving ingevoerd die neerkomt op het concept van een “diensteninrichting” (artikel 229, §2/1 WIB 1992). Daarvan is sprake als een buitenlandse onderneming minstens 30 dagen lang diensten levert in België door middel van één of meer natuurlijke personen die hier verblijven.

Bepaalde verdragen (bijvoorbeeld dat met China) wijzen immers inkomsten toe aan een inrichting die geen bedrijfsinrichting is. Aangezien België tot nu toe alleen maar omschrijvingen van een vaste inrichting kende die overeenkwamen met “bedrijfsinrichtingen”, kon het tot nu toe in zo'n geval geen belastingen heffen. Dankzij de nieuwe omschrijving kan dat voortaan wel.

Daarnaast wordt een stokje gestoken voor “misbruiken” van de minimumtermijn voor een vaste inrichting. Bij bouwwerkzaamheden is er formeel pas sprake van een vaste inrichting na 30 dagen. Voor werken die langer duren, was het tot nu toe mogelijk om de kwalificatie als “vaste inrichting” te ontwijken door het werk te laten overnemen door een verwante onderneming net vóór de termijn van 30 dagen voorbij was, zodat geen enkele onderneming apart de grens van 30 dagen overschreed. Dat maakt voortaan geen verschil meer, want voor vennootschappen die tot dezelfde groep behoren, worden de termijnen nu samengeteld.

Er zijn tot slot ook enkele louter terminologische aanpassingen. Zo wordt nu de term “vaste bedrijfsinrichting” gebruikt in plaats van “vaste inrichting” als het specifiek gaat om een materiële inrichting (artikel 229 §1 WIB 1992). Daarmee wordt de terminologie overgenomen uit de verdragen en is er minder kans op verwarring met het nieuwe concept van een diensteninrichting zoals hierboven geschetst.

(Bron: Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, Staatsblad van 20 december 2012)




20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lees meer
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lees meer
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lees meer
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
website door webalive