nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Erfrecht kan niet omzeild worden met een levensverzekering
 
De wet van 10 december 2012 wijzigt artikel 124 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst om de inkorting of inbreng mogelijk te maken van het kapitaal dat uitbetaald wordt door de verzekeringsmaatschappij aan de begunstigde van een verzekeringspolis.

Deze wet breit een vervolg aan de arresten van het Grondwettelijk Hof van 26 juni 2008 en 16 december 2010.  Artikel 124 bepaalde dat de verzekeringspremies betaald door de overledene niet aan inkorting of inbreng onderworpen waren behalve voor zover ze kennelijk buiten verhouding stonden tot zijn vermogenstoestand.

Het Hof oordeelde dat dit artikel ongrondwettelijk was omdat het toeliet verzekeringsprestaties buiten het erfrecht te houden en erfgenamen verhinderde hun voorbehouden erfdeel op te eisen als het werd aangetast door een levensverzekering, ze konden geen "inkorting" vragen. In het tweede arrest oordeelde het hof dat de verzekeringnemer de begunstigde van de polis moest kunnen vrijstellen van inbreng zoals bij een gewone schenking ging.

Het doel van de wetgever is te voorkomen dat de levensverzekering wordt gebruikt als een middel om de rechten van de erfgenamen te ondermijnen. Als de levensverzekeringspolis een schenking uitmaakt - en dat zal moeten worden vastgesteld volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek - kunnen de erfgenamen de inkorting vragen, zoals ze kunnen doen voor een schenking die inbreuk maakt op hun reserve. Daarentegen, wordt de verzekeringnemer geacht de begunstigde vrijstelling te verlenen van inbreng, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld wordt.

Merk op dat waar de beslissingen van het Grondwettelijk Hof beperkt waren tot gemengde levensverzekeringen die een vorm van sparen of beleggen uitmaken (eerder dan een daad van voorzorg) is de nieuwe wet van toepassing op alle verzekeringen.



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
website door webalive