nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Betalingen aan belastingparadijs: circulaire interpreteert aangifteplicht voor de fiscale aftrekbaarheid ervan heel ruim
 
Sinds 1 januari 2010 zijn vennootschappen verplicht om betalingen aan personen in zogenaamde “belastingparadijzen” aan te geven als het gaat om meer dan 100.000 euro per jaar. Anders verliezen ze hun recht op aftrek. Over die maatregel is nu een circulaire verschenen.

Vennootschappen zijn verplicht om aangifte te doen van “alle betalingen die zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben gedaan aan personen gevestigd in een Staat die (...) voorkomt op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting” (artikel 307, §1, lid 3 e.v. WIB 1992). “Lage belasting” is dan te verstaan als een nominaal tarief van de vennootschapsbelasting dat lager is dan 10%. De lijst van die landen - het zijn er een 30-tal in totaal - staat in artikel 179 KB/WIB 1992 (zie daarvoor onze bijdrage “Betalingen aan Monaco, Jersey en Dubai aangeven”). Aangifte gebeurt met het formulier 275F, dat bij de aangifte in de vennootschapsbelasting (of de BNI/vennootschappen) gevoegd moet worden.

Nu is er een circulaire verschenen over de draagwijdte van die aangifteplicht. De circulaire maakt vooral duidelijk dat alle mogelijke betalingen in aanmerking komen. Van bezoldigingen en commissies over huur tot rentebetalingen, het valt allemaal onder de maatregel. Zelfs betalingen in natura moeten aangegeven worden, vindt de fiscus.

Ook betalingen via of aan bijkantoor
 
Verder tellen betalingen door buitenlandse inrichtingen van een Belgische vennootschap ook mee. Andersom telt ook een betaling mee aan een buitenlandse inrichting van een vennootschap in een belastingparadijs, zelfs als die inrichting zelf niet in een belastingparadijs gevestigd is.

“Gevestigd” in een belastingparadijs moet dus ruim opgevat worden. Het adres van diegene die de betaling ontvangt, is daarbij in principe bepalend. Maar ook dat de begunstigde een rekening heeft in een belastingparadijs, betekent in principe al dat de betalingen aangegeven moeten worden, zelfs als de persoon in kwestie niet feitelijk “gevestigd” is in een belastingparadijs. De belastingplichtige heeft wel de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren dat de begunstigde van de betaling niet gevestigd is in een belastingparadijs.

Uitzondering voor banken
 
Er is wel een uitzondering op de aangifteplicht voor banken en andere financiële instellingen. Betalingen in opdracht van een klant moeten aangegeven worden door die klant, niet door de bank.

OESO-standaard
 
Volgens de letter van de wet gaat het niet alleen om betalingen aan een land zonder of met een lage vennootschapsbelasting, maar ook om betalingen aan een land dat “door het Mondiaal Forum van de OESO inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen, na een grondige beoordeling van de mate waarin de OESO-standaard op het gebied van uitwisseling van inlichtingen in deze Staat is toegepast, werd aangemerkt als een Staat die niet effectief of substantieel deze standaard toepast”.

De circulaire bevestigt nu dat er voorlopig geen landen beantwoorden aan dat criterium. Die “grondige beoordeling” is immers nog niet gebeurd. Tot nu toe bestond daarover discussie in de rechtsleer (zie ons artikel “Betalingen aan Monaco, Jersey en Dubai aangeven”). Voor de voortgang van die “grondige beoordeling” (de zgn. “peer review”): zie www.oecd.org/tax/transparency.

Geen aangifte, geen aftrek
 
De aangifteplicht is slechts één onderdeel van de nieuwe maatregel. Tegelijk is immers ook een aftrekverbod ingevoerd voor “de betalingen die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn verricht naar Staten die in artikel 307, § 1, derde lid, zijn bedoeld, en die niet zijn aangegeven ..., of, als ze toch aangegeven zijn, waarvoor de belastingplichtige niet door alle rechtsmiddelen bewijst dat zij in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen en die met personen andere dan artificiële constructies zijn verricht” (artikel 198, lid 1, 10° WIB 1992).

De circulaire lijkt te suggereren dat men in geval van twijfel best zoveel mogelijk aangeeft, want het aftrekverbod zal streng worden toegepast.

Stel dat een vennootschap becijfert dat ze voor 90.000 euro betalingen heeft gedaan aan belastingparadijzen. Ze zou er dan niet zonder reden van uit kunnen gaan dat ze geen aangifte hoeft te doen omdat ze onder de drempel van 100.000 euro gebleven is. Maar stel dat de fiscus achteraf nog voor 30.000 euro aan betalingen ontdekt waarvan hij bijvoorbeeld vindt dat ze onrechtstreeks in een belastingparadijs terecht gekomen zijn. Als de vennootschap dan niets aangegeven heeft, zal de aftrek van de volledige 120.000 euro verworpen worden.

Of stel dat de vennootschap ingeschreven heeft op een kapitaalverhoging bij een vennootschap in een belastingparadijs. Misschien redeneert ze dan dat aangifte niet nodig is omdat de fiscus toch de aftrek niet kan verwerpen (het gaat hoe dan ook niet om een aftrekbare beroepskost). Maar die redenering leidt wel tot verwerping van de aftrek van alle overige betalingen aan personen in een belastingparadijs, ook al blijven die ruim onder de aangiftedrempel van 100.000 euro.

Bron: circulaire nr. Ci.RH.421/607.890 (AFZ 13/2010) van 30 november 2010



21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....lees meer
 
20-03-17 Kwartaalaangevers hoeven geen voorschotten meer te betalen
De formaliteiten voor BTW-plichtigen worden verder vereenvoudigd. ....lees meer
 
17-03-17 Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. ....lees meer
 
28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....lees meer
 
website door webalive