nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Rulingcommissie is streng voor auteursrechten
 
Sinds begin 2008 is er een gunstig fiscaal regime voor auteursrechten. Over het toepassingsgebied daarvan bestaat nog veel onduidelijkheid, ook al omdat er nog altijd geen circulaire is. In afwachting hebben we wel al iets aan de vier rulings die er ondertussen over het onderwerp afgeleverd zijn. De Rulingcommissie schijnt een (te?) enge interpretatie te willen volgen, in navolging van de strenge richtlijnen die de minister heeft gegeven in een bericht in het Staatsblad. De Rulingcommissie hecht groot belang aan de tweeledigheid van de vergoeding: die vergoedt niet alleen auteursrechten maar ook arbeidsprestaties. Een opdeling is dan ook noodzakelijk. Zonder duidelijke afspraken in een contract, neemt de Commissie zelfs zondermeer aan dat de vergoeding voor auteursrechten nul bedraagt. Alleen voor werken die niet in opdracht gemaakt zijn, is de Commissie soepeler.

Auteursrechten worden nu fiscaal uitdrukkelijk ondergebracht onder de roerende inkomsten; “Inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht” worden belast als roerend inkomen (artikel 17, §1, 5° WIB 1992).

Roerende inkomsten
 
Bedoeling was om een einde te maken aan de oeverloze discussies waarbij dergelijke inkomsten nu eens als beroepsinkomsten, dan weer als diverse inkomsten enz. belast werden. Maar hoewel het nieuwe systeem al van toepassing is sinds inkomstenjaar 2008, bestaat er nog altijd veel verwarring over. De rechtsleer vat het nieuwe regime over het algemeen uiterst ruim op, terwijl de fiscus en de minister in een bericht in het Staatsblad van 9 december 2008 vooral in het vage blijven maar eerder pleiten voor een enge interpretatie.

Om het huidige standpunt van de fiscus in de praktijk te kennen, is het dan ook van groot belang dat er ondertussen enkele rulings afgeleverd zijn over het onderwerp.

In die rulings redeneert de Rulingcommissie in drie stappen:
1) zijn er auteursrechten, d.w.z. is er een werk gecreëerd dat beschermd wordt door de auteursrechtenwet?
2) worden de auteursrechten overgedragen? (cessie of concessie?)
3) wordt er een vergoeding betaald voor die overdracht?

Auteursrechten
 
De eerste stap roept nauwelijks discussie op. De auteursrechtenwet is immers enorm ruim. Een auteursrechtelijk beschermd werk moet het resultaat zijn van een intellectuele inspanning en moet origineel zijn. Maar die laatste voorwaarde wordt door de rechtspraak soepel geïnterpreteerd. Het is niet vereist dat het werk artistieke waarde heeft of van een hoog intellectueel niveau is. En “originaliteit” wil ook niet zeggen dat het werk moet getuigen van een bijzondere verbeeldingskracht. Het volstaat dat het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt.

De enige andere voorwaarde is dat het werk uitgedrukt moet zijn in een concrete vorm, zodat het publiek er kennis van kan nemen. Dat wil zeggen dat louter een idee niet in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming. Het idee moet eerst een concrete uitdrukking gekregen hebben op papier of in de vorm van een kunstwerk. Maar ook voordrachten of optredens komen in aanmerking.

Overdracht
 
De overdracht van de auteursrechten moet in principe met een contract geregeld worden. Zonder contract geen overdracht dus.

Toch aanvaardt de Rulingcommissie dat de overdracht ook impliciet kan gebeuren. Als een krantenuitgever de artikels van een journalist publiceert in verschillende dagbladen, dan is het evident dat hij die “werken” exploiteert en dat de journalist zijn auteursrechten dus afgestaan heeft.

Vergoeding
 
Het derde punt is het moeilijkste. De Rulingcommissie maakt een onderscheid tussen de vergoeding voor het creëren zelf van het werk, en de vergoeding voor het afstaan van de auteursrechten, zodat het werk verspreid kan worden onder het publiek. De eerste soort vergoeding is in de regel een beroepsinkomen, vindt de Commissie. Alleen de tweede soort vergoeding is fiscaal een roerend inkomen in de zin van het nieuwe regime.

Normaal gezien moet er een opdeling gemaakt worden tussen de twee soorten vergoedingen, concludeert de Rulingcommissie. Alles hangt daarbij af van de bepalingen uit het contract of de samenwerkingsovereenkomst.

Het wordt wel delicaat als er geen afspraken gemaakt zijn over die opdeling. Want in dat geval gaat de Rulingcommissie ervan uit dat de auteursrechten gratis overgedragen worden. Dus als er gewoon in het contract staat dat de auteursrechten overgedragen worden, zonder meer, dan veronderstelt de Rulingcommissie dat de hele vergoeding een vergoeding is voor arbeidsprestaties. Een persfotograaf kreeg om die reden geen positieve ruling.

En als er géén contract is, kan er volgens de Rulingcommissie al helemaal geen sprake zijn van een vergoeding voor de overdracht van auteursrechten. Een zelfstandige journalist kreeg om die reden de wind van voren van de Commissie.

Dat standpunt van de Rulingcommissie is voor kritiek vatbaar. Om te beginnen is het nogal onrealistisch om te veronderstellen dat auteursrechten gratis overgedragen worden aan een uitgever of andere opdrachtgever. Bovendien gaat het om contracten of samenwerkingsovereenkomsten die dateren van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe fiscale regime voor auteursrechten. Het is al even weinig realistisch om te verwachten dat iemand een gedetailleerde opdeling van de vergoeding gaat maken op een moment dat daar fiscaal geen enkele reden toe was. Men kan daar dan ook geen enkele uiting in zien van de wil om de auteursrechten gratis af te staan.

In opdracht of niet
 
Toch zijn er ook positieve rulings. De Rulingcommissie maakt namelijk een onderscheid tussen werken die in opdracht gemaakt worden, en werken die niet in opdracht gemaakt worden. Het statuut van die laatste categorie is gelukkig wél eenduidig. De Rulingcommissie aanvaardt namelijk dat de vergoeding voor een niet in opdracht gemaakt werk, volledig een vergoeding voor auteursrechten is. Dat heeft ze beslist in het geval van een freelancefotograag.

De auteur of artiest heeft dan als het ware uit eigen beweging en dus zonder vergoeding de arbeid geleverd die nodig was om het “werk” te maken. En als hij daarna het reeds bestaande werk (“uit stock” noemt de Rulingcommissie het) aanbiedt aan bijvoorbeeld een uitgever die het verder verspreidt, is het logisch dat de daarvoor betaalde vergoeding uitsluitend de overdracht van auteursrechten betreft, en niet meer de creatie zelf van het werk.

Maar als een “werk” wél in opdracht gemaakt is, dan gaat het volgens de Rulingcommissie ook en zelfs in de eerste plaats om een vergoeding voor een dienstprestatie (een gewoon beroepsinkomen dus). De opdracht bestaat er dan vooral in om een bepaalde arbeid te verrichten, en de vergoeding daarvoor is een beroepsinkomen.

De tweede positieve ruling betreft een docent die zijn handboeken en cursussen uitgeeft via zijn eigen vennootschap, die hem daarvoor een vergoeding toekent. Omdat de auteursrechten marktconform zijn, duidelijk geregeld in een contract met zijn vennootschap, en bovenop het inkomen als docent en zaakvoerder komen, aanvaardt de Rulingcommissie dat het om roerende inkomsten gaat.

Bron: ruling nr. 900.052 van 10 november 2009, nr. 900.053 van 10 november 2009, nr. 900.413 van 1 december 2009 en nr. 900.415 van 22 december 2009

 



10-07-17 Kilometervergoeding gaat eindelijk weer omhoog
De fiscaal aanvaarde kilometervergoeding is op 1 juli gestegen tot 0,3460 euro. De stijging komt na twee opeenvolgende jaren van daling – als gevolg van de dalende brandstofprijzen.....lees meer
 
09-07-17 Buitenlandse spaarboekjes niet langer gediscrimineerd?
Tot enkele jaren geleden was de vrijstelling voor interest op spaarboekjes (voor de eerste schijf van 1.880 euro aan rente) voorbehouden aan Belgische spaarboekjes.....lees meer
 
03-07-17 Fiscus wordt strenger voor relatiegeschenken
De fiscus heeft zijn standpunt over het BTW-regime van relatiegeschenken geactualiseerd.....lees meer
 
02-07-17 Maximaal vier eetfestijnen per jaar om geld in te zamelen
De fiscus legt een limiet op aan het aantal evenementen waarmee een VZW of culturele instelling geld kan inzamelen zonder aan BTW onderworpen te worden.....lees meer
 
website door webalive