nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Risico op herkwalificatie van interest in dividend wordt kleiner
 
Als een bedrijfsleider aan zijn vennootschap iets verkoopt met uitstel van betaling, dan is er in de regel geen sprake van dat hij een lening toegestaan heeft aan zijn vennootschap. Het Hof van Cassatie gaat met die uitspraak in tegen het standpunt van de fiscus. Zonder lening is er ook geen sprake van een interest die geherkwalificeerd kan worden in een dividend op basis van artikel 18, 1e lid, 4° WIB 1992, met alle nadelige fiscale gevolgen vandien.

Het geval is klassiek. Een vrije beroeper of zelfstandige draagt zijn praktijk of een deel van de activa ervan over aan zijn vennootschap. Formeel tegen betaling natuurlijk, maar de schuld van de vennootschap aan de zelfstandige wordt gewoon ingeschreven in rekening-courant. De vennootschap doet dus geen effectieve betaling voor de overdracht van de activa, ook al keert ze wellicht interest uit op de openstaande schuld.

Uitstel van betaling of “lening”?
 
In zo'n geval vindt de fiscus veelal dat de vennoot/bedrijfsleider een lening toegestaan heeft aan zijn vennootschap.

Dat de operatie als een “lening” bestempeld wordt, is van belang omdat de fiscus dan artikel 18, 1e lid, 4° WIB 1992 kan toepassen. Volgens die bepaling wordt “interest van voorschotten” boven bepaalde grenswaarden fiscaal als een dividend behandeld. En daar wordt aan toegevoegd: “Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als [bedrijfsleider] uitoefent ...”

Lening aan eigen vennootschap: interest wordt dividend
 
Dat de interest op een lening fiscaal niet als interest maar als dividend behandeld wordt, is in verschillende opzichten nadelig. Om te beginnen maken dividenden deel uit van het belastbaar resultaat van de vennootschap die ze uitkeert. Bovendien moet op dividenden in principe 25% roerende voorheffing ingehouden worden, tegenover maar 15% op interesten. En ten slotte riskeert de vennootschap het voordeel van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te verliezen. Want het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting is uitgesloten voor (ondermeer) vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk (artikel 215, 3e lid, 3° WIB 1992). Hoe meer dividend er uitgekeerd wordt - ook al gaat het om “geherkwalificeerde” interest - hoe minder kans de vennootschap maakt op het verlaagd tarief dus.

De eerste voorwaarde bij dat alles blijft wel dat er sprake is van een “geldlening” door een natuurlijke persoon/bedrijfsleider aan zijn vennootschap.

Wanneer is er “geldlening”?
 
De fiscus interpreteert het begrip “geldlening” traditioneel heel ruim. Als in de geschetste situatie de bedrijfsleider geen onmiddellijke betaling eist voor de overdracht van de activa, dan staat hij eigenlijk een lening toe aan zijn vennootschap, en is artikel 18, 1e lid, 4° WIB 1992 dus van toepassing, aldus de fiscus.

Daarover woedt al jaren een felle discussie tussen fiscus en belastingplichtigen. Een belangrijk argument van die laatsten is altijd geweest dat men het begrip “geldlening” in zijn burgerrechtelijke betekenis moet begrijpen (vermits het niet gedefinieerd wordt in de fiscale wetgeving zelf). En dat wil zeggen dat er een effectieve overdracht van geld moet zijn. Wanneer het gaat om een uitstel van betaling, bijvoorbeeld door inschrijving op rekening-courant, overhandigt de bedrijfsleider niet effectief een geldbedrag aan zijn vennootschap, en dus staat hij ook geen “geldlening” toe. Dat is toch de redenering. Herkwalificatie van interest in dividend op basis van artikel 18, 1e lid, 4° WIB 1992 is dan niet mogelijk.

Inschrijving in rekening-courant “kan” geldlening zijn
 
De lagere rechtspraak volgde in het begin vaak het standpunt van de belastingplichtige. Maar de fiscus gaf niet op en bracht de zaak tot voor het Hof van Cassatie. Aanvankelijk leek dat Hof de fiscus gelijk te geven. Want in een eerste arrest (van 16 november 2006) zei Cassatie dat een inschrijving in rekening-courant wel degelijk een “geldlening” kan uitmaken.

Maar uit recentere rechtspraak blijkt dat het Hof van Cassatie zeker niet zomaar het standpunt van de fiscus volgt. Met name in een arrest van 20 mei 2010 zet het Hof nu de puntjes op de “i”.

... maar is het “in de regel” niet
 
“Een aan de koper van een goed gegeven uitstel van de volledige betaling van de koopprijs is in de regel geen lening gegeven door de verkoper aan de koper”, aldus het Hof.

De algemene regel is daarmee duidelijk. Maar toch blijft het oppassen geblazen. Want Cassatie zegt erbij dat de feitenrechter nog altijd kan nagaan of er geen sprake is van een verdoken geldlening. Uit de afspraken tussen de partijen zou eventueel kunnen blijken dat ze eigenlijk de bedoeling hadden om een lening toe te staan, maar dat ze die om fiscale redenen vermomd hebben als een uitstel van betaling. En dat is uiteindelijk een feitenkwestie. Ook al wordt de fiscus dus teruggefloten in het arrest van 10 mei 2010, toch mogen we er niet van uitgaan dat de discussie daarmee definitief gesloten is.



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive