nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Aftrekbaarheid van commissies betaald aan agent in Hong Kong in vraag gesteld
 
Tot nu toe was de rechtspraak vaak streng voor de fiscus als die probeerde op basis van artikel 54 van het WIB 1992 de aftrek te verwerpen van betalingen aan een inwoner van een belastingparadijs. Maar nu krijgt de fiscus in een specifiek geval gelijk van het Hof van Beroep van Antwerpen. Het ging om betalingen van commissies aan een “trading company” in Hong Kong, die niet belast werd op zogenaamde “off shore”-inkomsten.

Het Wetboek Inkomstenbelastingen bevat een bepaling die de aftrek als beroepskost verbiedt van betalingen aan een particulier of vennootschap die gevestigd is in een zogenaamd vluchtland. Tenzij de belastingplichtige kan bewijzen dat het om een reële verrichting gaat aan een marktconforme prijs, dan wordt de aftrek wél toegestaan.

Artikel 54 viseert belastingparadijzen
 
Artikel 54 zegt met name dat interest, royalty's of bezoldigingen voor prestaties of diensten, niet als beroepskosten aangemerkt worden indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald of toegekend aan een niet-inwoner of aan een buitenlandse inrichting “die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij gevestigd zijn, niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen of voor zulke inkomsten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan die inkomsten in België zijn onderworpen, tenzij de belastingplichtige door alle rechtsmiddelen bewijst dat zij verband houden met werkelijke en oprechte verrichtingen en mits zij de normale grenzen niet overschrijden”.

Voor de fiscus is het vaak niet simpel gebleken om dat artikel toe te passen. Zo is er rechtspraak die zegt dat de administratie eerst maar eens moet bewijzen dat het land waar de begunstigde van de betalingen gevestigd is, wel degelijk een belastingparadijs is. En zelfs voor een land als Liechtenstein neemt de rechtspraak dat niet zomaar aan (zie bv. Antwerpen 2 maart 2004, Fiscale Koerier 2004, 456; Antwerpen 6 februari 2001, F.J.F. nr. 2003/08; Rb. Brussel 26 januari 2005, Fiscale Koerier 2005, 333).

Hong Kong: geen belasting op buitenlandse inkomsten
 
Maar in een recent arrest toont het Hof van Beroep te Antwerpen minder begrip voor de belastingplichtige. Een Belgische diamanthandelaar had in twee jaar tijd bijna 750.000 euro commissies betaald aan twee “trading companies” in Hong Kong die optraden als agent bij diamantverkopen. Het probleem - in de ogen van de fiscus - was dat Hong Kong een zogenaamd territoriaal belastingregime kent. Dat wil zeggen dat alleen inkomsten uit Hong Kong zelf normaal belast worden. Inkomsten uit het buitenland (“off shore” inkomsten) blijven daarentegen vrij van belasting. De twee “trading companies” betaalden dus geen belasting op de commissies die ze vanuit België kregen. Volgens de fiscus waren die commissies bijgevolg “niet aan een inkomstenbelasting onderworpen of ... aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling onderworpen” in de zin van artikel 54 van het WIB 1992.

Aanvankelijk zag het er nog goed uit voor de belastingplichtige, want hij kreeg in eerste instantie gelijk van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen (vonnis van 15 oktober 2008). De rechtbank oordeelde dat de eerste toepassingsvoorwaarde van artikel 54 (“niet aan een inkomstenbelasting onderworpen”) niet vervuld was omdat in Hong Kong gevestigde vennootschappen wel degelijk aan een inkomstenbelasting onderworpen zijn. De rechtbank onderzocht dus alleen de tweede voorwaarde (“aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling onderworpen”). Ze stelde vast dat de effectieve belasting in België voor een dergelijk buitenlands inkomen ook maar 9,75% zou bedragen, als men rekening houdt met de vermindering voor buitenlandse inkomsten (die bepaling - het oude artikel 217 van het WIB 1992 - is ondertussen wel afgeschaft). Het tarief in Hong Kong is weliswaar nóg lager - namelijk 0% - maar is in de ogen van de rechtbank niet aanzienlijk lager dan het Belgische. Bovendien komt Hong Kong niet voor op één van de diverse lijsten met belastingparadijzen die de Belgische fiscus hanteert. Aftrek dus toegestaan omdat artikel 54 niet van toepassing is.

Niet kijken naar belastingregime in zijn geheel, maar regime van betreffende inkomsten
 
Maar het Hof van Beroep denkt daar nu, zoals gezegd, anders over. Dat vennootschappen in Hong Kong aan een inkomstenbelasting onderworpen zijn, heeft geen belang in de ogen van het Hof. Wat telt, is dat buitenlandse inkomsten niet aan belasting onderworpen zijn. De commissies waarrond het hier draait, worden dus niet belast in Hong Kong. De letterlijke tekst van artikel 54 van het WIB 1992 verwijst volgens het Hof niet naar het gemeenrechtelijke belastingregime aldaar (het regime in z'n geheel), maar naar het specifieke belastingregime van de inkomsten in kwestie. Aan de toepassingsvoorwaarde dat de betreffende inkomsten “niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen”, is dus voldaan.

Voorts legt de belastingplichtige geen bewijs voor van het feit dat de “trading companies” effectief als agent zijn opgetreden, en bewijst dus niet dat het gaat om “werkelijke en oprechte verrichtingen”. De contracten met die “trading companies” en een uiteenzetting over de geplogenheden in de sector, volstaan niet als bewijs. “Evenmin kan de betrokkene de hem opgelegde verplichting naleven door slechts akten en bescheiden in juridische juiste vorm over te leggen, want de wetgever heeft precies willen optreden tegen dit soort misbruik van rechtsvormen, waarbij ernaar gestreefd wordt een schijn van werkelijkheid te geven aan louter fictieve verrichtingen”, aldus het Hof.

Ook het marktconforme karakter van het bedrag aan commissies acht het Hof niet afdoende bewezen. Eén document van een andere onderneming die ook een commissie van 1% toestaat, en een verklaring van de Hoge Raad voor de Diamant, is in de ogen van het Hof blijkbaar niet genoeg om te kunnen zeggen dat het om het gebruikelijke tarief gaat in de sector.

En commissies aan vennootschappen vallen wel degelijk onder het begrip “bezoldigingen” in artikel 54, vindt het Hof. De slotsom: de fiscus krijgt gelijk en de aftrek van de commissies wordt geweigerd.

Hof spreekt minister tegen
 
Impliciet spreekt het Hof daarmee ook de minister van Financiën tegen. Die heeft namelijk ooit uitdrukkelijk gezegd dat de officiële lijsten van belastingparadijzen (vooral artikel 73-4quater van het KB/WIB 1992) ook voor artikel 54 gebruikt mogen worden. Maar aangezien Hong Kong niet op die lijsten voorkomt, en toch als een belastingparadijs bestempeld wordt door het Hof in de context van artikel 54, moet die bewering van de minister dus op zijn minst wel genuanceerd worden.

Hele aftrek verworpen, niet alleen overdreven gedeelte
 
Tot slot wijst het Hof erop dat toepassing van artikel 54 impliceert dat aftrek van de hele kost verworpen wordt, en niet alleen van het overdreven of niet-marktconforme gedeelte van de commissies. Dat artikel 54 een verdere verduidelijking is van artikel 49 en dus principieel toch beroepskosten betreft, doet niet ter zake.

Besluit: het is afwachten of dit arrest nog navolging zal kennen in de rechtspraak, hetgeen niet zeker is aangezien over een paar principiële stellingnames toch wel serieus kan worden gediscussieerd. Bovendien moet worden onderlijnd dat ook het Hof uitdrukkelijk aanvaardt dat de belastingplichtige steeds kan bewijzen dat het om werkelijke en oprechte verrichtingen gaat, in welk geval - evident - de aftrek wel toegelaten is. Men moet het dossier dan wel zeer goed documenteren, wat in onderhavige casus volgens het Hof niet het geval was.

Bron: arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 14 september 2010



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive