nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Het woon-werkverkeer praktisch bekeken
 
Het woon-werkverkeer is op de aangifte in de personenbelasting misschien wel één van de meest gebruikte en “lucratiefste” maar ook één van de moeilijkste categorieën. Daarom geven we nog eens een overzicht van de belangrijkste praktische problemen. De regeling is helemaal anders naargelang men kiest voor het beroepskostenforfait of zijn werkelijke beroepskosten bewijst. In een eerste artikel gaan we in op die laatste situatie.

Eigen auto
 
Belastingplichtigen die geen gebruik maken van het algemene beroepskostenforfait maar hun “werkelijke kosten” bewijzen, kunnen onder die beroepskosten ook de kosten van het woon-werkverkeer opnemen. We spreken dan van belastingplichtigen die code 1258/2258 invullen in Vak IV op de aangifte.

Aftrek van werkelijke kosten en toch forfait

Ook al gaat het officieel om de aftrek van “werkelijke kosten”, specifiek voor woon-werkverkeer met de eigen auto moet men genoegen nemen met een forfait. Dat bedraagt al sinds jaar en dag 0,15 euro per kilometer. Wie méér kosten maakt, kan die niet inbrengen. De maatregel is bedoeld als ontrading van het autoverkeer, en daarom wordt het kilometertarief zelfs niet geïndexeerd. De afstand daarentegen is ongelimiteerd.

Het forfait omvat alle kosten. Dus ook bijvoorbeeld de eventuele minderwaarde bij de verkoop van de auto, of de huur van een garage. De enige uitzondering zijn de financieringskosten en gsm-kosten. Die mogen nog afgetrokken worden bovenop het forfait.

"Eigen" auto slaat op de auto die eigendom is van de belastingplichtige, van zijn/haar echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner of van zijn/haar ouders. Ook een auto die hem “ter beschikking staat”, telt mee. Daarmee is dan meestal een auto van de werkgever bedoeld. Het feit dat men gratis gebruik mag maken van die auto van de werkgever, belet inderdaad niet dat men “kosten” mag inbrengen voor woon-werkverkeer.

Wie in dat laatste geval verkeert, moet echter oppassen. Te veel kilometers inbrengen kan immers leiden tot een hogere belasting. De reden is dat de belastingplichtige voor het gratis gebruik van die auto ook belasting moet betalen - op het zogenaamde voordeel van alle aard. Het belastbare “voordeel” wordt wel op een gunstige manier berekend: de fiscus neemt aan dat de auto per jaar voor maar 5000 of 7500 km gebruikt wordt (naargelang de afstand tussen woning en werk). Maar men brengt dan best niet méér kilometers in als beroepskost dan die 5000 of 7500 km waarop het voordeel van alle aard berekend wordt. Anders wordt ook het belastbare voordeel van alle aard berekend op een hoger kilometeraantal.

Vaste plaats van tewerkstelling

In sommige opzichten mag de notie “woon-werkverkeer” eng geïnterpreteerd worden. Het kilometerforfait moet namelijk alleen toegepast worden als men zich verplaatst naar een vaste plaats van tewerkstelling. Wie bijvoorbeeld van thuis uit vertrekt om klanten te bezoeken zonder eerst op kantoor te passeren, mag dus zijn werkelijke kilometerkosten inbrengen. En wie meer dan één vaste plaats van tewerkstelling heeft, hoeft het forfait alleen maar toe te passen op de verplaatsing tussen de woonst en de eerste vaste plaats van tewerkstelling. De fiscus maakt wel een uitzondering als die “eerste” vaste plaats van tewerkstelling op hetzelfde adres ligt als de woonplaats. Een dokter die thuis een kabinet heeft waar hij patiënten ontvangt, en daarnaast ook werkt in een ziekenhuis, mag dus voor de verplaatsing van thuis naar het ziekenhuis alleen het kilometerforfait gebruiken. Een plaats van tewerkstelling is “vast” in de ogen van de fiscus als men er minstens 40 dagen per jaar werkt. Maar men hoeft er niet de hele dag te werken. En die 40 dagen hoeven ook niet op mekaar te volgen. Dat men tijdelijk een opleiding volgt of een bepaalde klant regelmatig bezoekt, kan dus met zich meebrengen dat men op dat adres een “vaste” plaats van tewerkstelling heeft.

Bewijzen

Zoals altijd bij de aftrek van werkelijke kosten (ook al is het hier dus onder de vorm van een forfait) is het aan de belastingplichtige om te bewijzen dat de kosten verband houden met zijn beroep én dat de kosten echt gemaakt zijn. Gelukkig doet de fiscus meestal niet moeilijk als het om woon-werkverkeer gaat. Meestal neemt hij genoegen met een werkschema of uurrooster waaruit blijkt dat men effectief zoveel dagen gewerkt heeft, en stukken die het aannemelijk maken dat men effectief de auto gebruikt heeft om naar het werk te rijden. Dat laatste kan bijvoorbeeld met onderhoudsfacturen waaruit blijkt dat de auto minstens het aantal kilometers afgelegd heeft waarvoor men een aftrek claimt.

Er zijn echter geen vaste regels, en dat leidt er - in uitzonderlijke gevallen - al wel eens toe dat de fiscus moeilijk doet over de bewijsstukken of over de juiste afstand naar het werk. In theorie is de belastingplichtige namelijk niet verplicht om de kortste weg te nemen als er een route bestaat die handiger of gebruikelijker is. Maar een omweg maken om een boodschap te doen of de kinderen af te zetten aan de school, mag niet.

Ander vervoermiddel
 
Gebruikt men een ander vervoermiddel dan de eigen auto om naar het werk te gaan, dan zijn er meer mogelijkheden. Wie geen kosten kan of wil bewijzen, kan nog altijd een forfait gebruiken. Dat bedraagt, net zoals voor woon-werkverkeer met de eigen auto, 0,15 euro per kilometer. Het tarief is weliswaar hetzelfde, maar er is een belangrijk verschil: voor andere vervoermiddelen dan de eigen auto geldt een kilometerbeperking. De afstand tussen woonplaats en werk mag namelijk hoogstens 100 km bedragen (dus 200 km heen en terug).

Kilometerforfait óf werkelijke kosten

De belastingplichtige mag echter ook zijn werkelijke kosten bewijzen. Dat is een tweede belangrijk verschil met de regeling voor de eigen auto, waar alleen het forfait van 0,15 euro per kilometer toegelaten is. Wie niet met de eigen auto naar het werk gaat, kan de regeling kiezen die hem het beste uitkomt: werkelijke kosten bewijzen als die hoger liggen dan 0,15 euro per kilometer, of het forfait als de werkelijke kosten lager liggen dan 0,15 euro per kilometer. Ook als men helemaal géén kosten maakt (bv. verplaatsing te voet) mag men nog altijd het forfait gebruiken. Men kan dus de aftrek vragen van onbestaande kosten!

Een “ander vervoermiddel dan de eigen auto” kan op eender welk transportmiddel slaan: het openbaar vervoer, de motorfiets, de fiets, te voet... Ook meerijden in de “eigen auto” van een ander is toegelaten. Dat geldt zelfs voor gezinsleden. Als die allemaal samen naar het werk rijden in de gezinsauto, kan bijvoorbeeld de man dus het forfait voor de “eigen auto” gebruiken, en de vrouw en de zoon of dochter het forfait voor een “ander vervoermiddel” (zelfde bedrag maar met kilometerbeperking).

Combinaties toegelaten
 
Het is mogelijk het forfait voor de eigen auto te combineren met het forfait voor een ander vervoermiddel. Of met de aftrek van werkelijke kosten voor een ander vervoermiddel. Bijvoorbeeld als men met de auto naar het station rijdt en vandaar verder met de trein naar het werk.

Ook mogelijk is een combinatie van het forfait voor een ander vervoermiddel met de aftrek van werkelijke kosten voor een ander “ander vervoermiddel”. Bijvoorbeeld voor wie met de fiets naar het station rijdt (geen of weinig kosten, dus best forfait) en daarna de trein neemt (eventueel tickets inbrengen als werkelijke kosten). Of voor wie met de motor naar het station rijdt (waarschijn hoge kilometerkosten, dus forfait is minder interessant) en daarna met de trein verdergaat (gemakshalve forfait).

Maar wat nooit kan, is dat men in het hier besproken stelsel de vrijstelling van de woon-werkvergoeding toepast (code 1255/2255 van de aangifte). Die is namelijk strikt voorbehouden aan belastingplichtigen die genoegen nemen met het algemene beroepskostenforfait. We komen daarop terug in een volgend artikel.

Alleen de vrijstelling van de specifieke fietsvergoeding is combineerbaar met de aftrek van werkelijke beroepskosten.



21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....lees meer
 
20-03-17 Kwartaalaangevers hoeven geen voorschotten meer te betalen
De formaliteiten voor BTW-plichtigen worden verder vereenvoudigd. ....lees meer
 
17-03-17 Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. ....lees meer
 
28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....lees meer
 
website door webalive