nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Administratie gaat nog een stapje verder inzake overdracht van DBI-overschotten
 
In een eerdere versie van deze nieuwsbrief zijn we reeds uitvoerig ingegaan op het arrest van 12 februari 2009 van het Europees Hof van Justitie in het dossier Cobelfret (H.v.J. 12 februari 2009, C-138/07, Belgische Staat tegen Cobelfret NV) en op de Circulaire Ci.RH.421/597.150 van 23 juni 2009 waarin de administratie haar interpretatie gaf over de draagwijdte van dit arrest. In een recent addendum op deze circulaire gaat de administratie verder in op de impact van de rechtspraak op de Belgische regeling (addendum d.d. 19.05.2010 aan de circulaire nr. Ci.RH.421/597.150 (AOIF Nr. 32/2009) d.d. 23.06.2009).

Belgische regeling inzake DBI's
 
In de artikelen 202-205 WIB 1992 wordt er voorzien in een aftrek voor “definitief belaste inkomsten” (DBI) en dit in het kader van de bepaling van de belastbare grondslag voor vennootschappen. DBI's zijn dividenden die
worden ontvangen door een vennootschap van een andere vennootschap waarmee een band bestaat (deelneming van ten minste 10% of met een aanschaffingswaarde van minstens 2.5 mio EUR) en die voor
aftrek in aanmerking komen indien zij voldoen aan een aantal kwalitatieve voorwaarden.

In de Belgische wetgeving werd de “vrijstellingsmethode” geïmplementeerd die voorzien was in de Moederdochterrichtlijn
(richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten). Dit gebeurde
door de ontvangen dividenden toe te voegen aan de belastbare basis, maar deze nadien terug in mindering te brengen, weliswaar slechts ten belope van 95% en slechts in de mate dat er voldoende belastbare winst overblijft na vorige aftrekbewerkingen ter bepaling van de belastbare grondslag van een
vennootschap.

De Belgische wetgeving beperkte derhalve de DBI-aftrek in die zin dat een DBI-overschot van een belastbaar tijdperk (zijnde het bedrag aan DBI dat niet kan worden afgetrokken tijdens het belastbaar tijdperk waarin het dividendinkomen werd genoten, hetzij bij gebrek aan voldoende winst in dat belastbaar tijdperk, hetzij doordat artikel 205 §2 WIB 1992 niet toelaat de DBI af te trekken van bepaalde verworpen uitgaven) niet overdraagbaar was als zodanig naar volgende belastbare tijdperken en evenmin kon leiden
tot een overdraagbaar fiscaal verlies. Hierdoor ging het DBI-overschot in feite definitief verloren voor de vennootschap en werd het bedrag aan overdraagbare verliezen beperkt.

Het Hof van Justitie heeft deze beperking afgewezen als zijnde strijdig met de richtlijn.

De Circulaire van 23 juni 2009 aanvaardde voortaan de overdraagbaarheid, ook voor Belgische DBI's
 
De overdracht werd aanvaard voor de dividenden verkregen van een vennootschap gevestigd in de Europese Economische Ruimte (EER) (voor dividenden verkregen vóór 1/1/1994 is dit enkel de EG) en dit met inbegrip van België. Deze regel is van toepassing op de dividenden die zijn verkregen tijdens belastbare tijdperken die verbonden zijn aan aanslagjaar 1992 en volgende.

Bovendien worden die DBI waarvan de overschotten mogen worden overgedragen, in mindering gebracht na de DBI waarvan de overschotten niet mogen worden overgedragen, zodat vennootschappen de meest
gunstige aanrekening mogen verkiezen. Tot aan aanslagjaar 2010 voorzag de circulaire in een voorlopige verwerking in de aangifte (via een bijzondere bijlage).

In de wet houdende fiscale en diverse bepalingen van 21 december 2009 (B.S. 31 december 2009) werd de overdraagbaarheid van DBI-overschotten uiteindelijk wettelijk geregeld. De overdraagbaarheid geldt volgens de wet enkel voor dividenden afkomstig van dochterondernemingen in de zin van de Europese Moeder-Dochterrichtlijn.

In bepaalde gevallen was de administratie nochtans impliciet van oordeel dat de overdracht alsnog zou kunnen beperkt worden:
- Indien bepaalde 'slechte' verworpen uitgaven (VU) vervat zitten in de belastbare basis (hierop kan geen aanrekening gebeuren);
- Indien er abnormale of goedgunstige voordelen werden verkregen (hierop kan ook geen aanrekening gebeuren);
- Of ten slotte indien de vennootschap reeds belastbare winst had verkregen waarop het overschot in principe had kunnen aangerekend worden (dus enkel als vennootschap steeds in verlies was, bleef
overdracht volledig behouden).

Had de betrokken belastingplichtige nog geen betwisting hangende, kon hij alsnog de overdracht vorderen door het indienen van een bezwaar (binnen de zes maanden na ontvangst aanslagbiljet) of door het indienen van een verzoek tot ontheffing van ambtswege (binnen de zes maanden na het Cobelfret-arrest dat geldt als nieuw feit en dit voor de aanslagen gevestigd in de vijf vorige jaren).

Rechtspraak ging verder dan de Circulaire van 23 juni 2009
 
In rechtspraak die voorafging aan en volgde op het Cobelfret-arrest hanteerde men evenwel nog een ruimere toepassing van het arrest van het Hof van Justitie.

Ten onrechte zou immers art. 205 § 2 WIB 1992 voorzien dat er geen aftrek kan zijn in de mate dat de belastbare winst bepaalde VU's omvat zoals verworpen autokosten, restaurantkosten, niet aftrekbare sociale voordelen, de niet aftrekbare belastingen, niet aftrekbare waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen...

Merk op dat de wetgever en de administratie de verrekening met de 'slechte' VU's wel reeds aanvaardde vanaf AJ 2005 voor dochterondernemingen uit de Europese Unie (art. 205 § 2, tweede en derde lid WIB 92, zoals ingevoegd bij de wet van 2 mei 2005 tot wijziging van art. 205 § 2 van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 inzake aftrekken van de belastbare winst, BS 31 mei 2005), maar deze bleef weigeren voor de voorgaande aanslagjaren.

De rechtspraak ging evenwel verder dan de wetgever. Zo had de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel reeds in een vonnis van 25 april 2003 (Rb. Brussel 25 april 2003, rolnr. 02/5728, FiscalNet) gesteld dat ook een
aanrekening van DBI-overschotten moest mogelijk zijn op de zogenaamde 'slechte' VU's. Hetzelfde standpunt werd ingenomen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen in haar vonnis van 16 december 2005 (Rb. Antwerpen 16 december 2005, rolnr. 03/3300/A en 03/3408/A, FiscalNet).

In een arrest van 28 april 2009 ging het Hof van Beroep te Antwerpen zelfs nog verder (Antwerpen 28 april 2009, T.F.R. 2009, 730 e.v.), ook  aanrekening op verkregen abnormale of goedgunstige voordelen moest
mogelijk zijn.

Administratie verruimde reeds het toepassinggebied van de Circulaire van 23 juni 2009 door een addendum van 12 oktober 2009 en een nieuwe circulaire
 
Naast de dividenden van EER-landen, aanvaardde de administratie in dit addendum ook de aftrek van dividenden van derde landen indien deze (1) een dubbelbelastingverdrag hadden gesloten met België dat voorzag in een clausule van gelijke behandeling van dividenden of (2) indien in de landen het vrij van kapitaal diende gewaarborgd zoals voorzien door art. 56 EG.

Dit standpunt werd ook verder verduidelijkt in Circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 van 12 oktober 2009, waarbij in bijlage zelf een lijst gevoegd werd met een overzicht van land tot land die onder dergelijke regeling kon vallen met aanduiding van de betrokken aanslagjaren.

Administratie verruimt nogmaals het toepassinggebied van de Circulaire van 23 juni 2009 door een addendum van 19 mei 2010
 
In een nieuw addendum van 19 mei 2010 aan de circulaire van 23 juni 2009 bepaalt de administratie nu dat voor de dividenden die zijn verleend of toegekend door een vennootschap die is gevestigd in een lidstaat
van de EER of in een land zoals bedoeld in het addendum van 12 oktober 2009 aan de circulaire en in art. 202, §2, WIB 92, de overdracht van de DBI-overschotten moet worden bepaald zonder rekening te houden
met de beperking inzake 'slechte' VU's.

Derhalve is de overdraagbaarheid ook mogelijk ten bedrage van deze 'slechte' VU's.

Zelfs het feit dat er voorheen reeds belastbare winst was, waarmede men in principe dit bedrag had kunnen verrekenen, belet voortaan deze overdracht niet meer. Dit is zo omdat vermoedelijk de administratie veronderstelt dat men voorheen niet kon vermoeden dat dergelijke aanrekening mogelijk zou zijn geweest. In tegenstelling tot de gewone overdracht van DBI's gaat hier de verrekening niet verloren door het behalen van winst in de vorige jaren.

Toch zijn nog niet alle discussiepunten uitgeklaard met de administratie
 
Zoals boven vermeld blijft de administratie - ten onrechte - klaarblijkelijk nog de verrekening weigeren met verkregen abnormale of goedgunstige voordelen. Het standpunt van het Hof van Beroep te Antwerpen werd ter zake al hierboven toegelicht.

Bovendien lijkt het dat de administratie ten onrechte ook nog de beperking inzake overdracht zou wensen te betwisten indien reeds voorheen een verzoek tot ontheffing van ambtswege (en niet een bezwaar) werd ingediend tegen eerder gevestigde aanslagen. Het betreft hier dossiers waar de belastingplichtige dergelijk verzoek indiende vóór het arrest van het Hof van Justitie en dit op basis van de vermeende “dubbele belasting”.

Na het arrest kon men op basis van een 'nieuw feit' immers enkel winstgevende jaren trachten te herzien die betrekking hadden op aanslagen die binnen de voorafgaande vijf jaar werden gevestigd. Eerdere aanslagjaren zouden dus onaantastbaar blijven.

Het lijkt mij echter dat tijdig ingediende verzoeken tot ontheffing van ambtswege ook voor eerdere aanslagjaren wel degelijk ontvankelijk waren op basis van artikel 376 § 1 WIB 1992. Er is in casu immers sprake
van een dubbele belasting en deze dubbele belasting wordt wel degelijk door de wet (in casu de Moederdochter richtlijn) uitgesloten. Derhalve zijn alle voorwaarden voldaan.

Het blijft dan ook afwachten of de administratie zich ook zal neerleggen bij het verwijderen van deze laatste obstakels om tot een correcte doorwerking te komen van de Moeder-dochterrichtlijn en op die wijze alle hangende betwistingen te beëindigen.

Alain Claes, Advocaat-vennoot (ac@dvp-law.com)



12-12-17 RENTEVOET VOOR NALATIGHEIDS- EN MORATORIUMINTERESTEN GAAT DRASTISCH OMLAAG
Wie achterstallige belastingen moet betalen, zal vanaf volgend jaar geen onrealistisch hoge rentevoet van 7% meer aangerekend krijgen. ....lire la suite
 
11-12-17 AFTREK AUTOKOSTEN WORDT VERDER BEPERKT
De hervorming van de vennootschapsbelasting omvat tevens een grondige hervorming van de aftrek van autokosten, ook voor zelfstandigen.....lire la suite
 
07-12-17 24 DECEMBER 2017 – DEADLINE BETALING DECEMBERVOORSCHOT BTW
Sinds 1 april 2017, en zoals gepubliceerd op onze website, dienen btw-kwartaalaangevers niet langer voorschotten te betalen. ....lire la suite
 
20-11-17 Conforme factuur is geen voorwaarde voor BTW-aftrek
De fiscus vond ooit dat fouten op de factuur een voldoende reden zijn om de BTW-aftrek te verwerpen.....lire la suite
 
site web par webalive