nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Bemiddelingsdienst gaat van start
 
Na meer dan drie jaar is de fiscale bemiddelingsdienst eindelijk operationeel. Wie geen gehoor meer vindt bij de administratie maar nog niet naar de rechtbank wil stappen, kan nu (gratis) een fiscaal bemiddelaar inschakelen. Er is dus een bijkomende mogelijkheid om een geschil met de fiscus in der minne te regelen.

Sinds kort bestaat er een nieuwe manier om fiscale geschillen op te lossen: het inschakelen van een “fiscaal bemiddelaar”. De wet daarover dateert wel al van 2007, maar door allerlei vertragingen is pas onlangs het nodige personeel aangesteld om die dienst te bemannen. Er konden tot nu toe al wel aanvragen ingediend worden, maar die werden nog niet behandeld. Nu gebeurt dat laatste dus wel. En wie een nieuwe aanvraag wil indienen, kan dat officieel op het volgende adres:

Fiscale bemiddelingsdienst
Koning Albert II-laan 33, bus 46 (North Galaxy, toren B)
1030 Brussel
T 0257/62 360, F 0257/98 057
e-mail : fiscaal.bemiddelaars@minfin.fed.be

Aanvragen kunnen per brief, per e-mail of per fax gebeuren, ofwel mondeling ter plaatse bij de fiscale bemiddelingsdienst zelf. Binnen de 15 werkdagen laat de dienst dan weten of de aanvraag ontvankelijk is en behandeld zal worden.

Na bezwaar en vóór rechtbank
 
Eventuele onontvankelijkheid zal vooral te maken hebben met het verkeerde moment van indiening. Want een aanvraag kan alleen maar gebeuren tijdens een vrij beperkte fase van de procedure. De fiscaal bemiddelaar mag namelijk alleen in actie schieten als de belastingplichtige al een bezwaarschrift ingediend heeft. En aan zijn rol komt een einde van zodra de gewestelijke directeur een beslissing genomen heeft over het bezwaarschrift ofwel van zodra de belastingplichtige naar de rechtbank stapt (we spreken dan over inkomstenbelastingen).

In theorie houdt dat een risico in. Want in de wet staat nergens dat de gewestelijke directeur moet wachten tot de bemiddelaar klaar is met zijn werk. Hij kan dus de bemiddelingsprocedure “saboteren” door een beslissing te nemen over het bezwaarschrift vooraleer de bemiddelaar iets heeft kunnen doen. Of het in de praktijk zo'n vaart zal lopen, is voorlopig nog koffiedik kijken. Wel werkt men binnen de administratie aan afspraken die een zekere fair play moeten garanderen.

Er is wel een uitzondering op de regel dat een beslissing over het bezwaar of een vordering voor de rechtbank een einde maakt aan de rol van de bemiddelaar. Want de bemiddelaar kan ook ingeschakeld worden in de fase van de invordering. Vrijstelling van interesten, spreiding van betaling, of de kwijtschelding van een deel van de belastingschuld volgens de wettelijke voorwaarden kunnen dan een discussiepunt zijn.

BTW en registratie- en successierechten: eerst overleg met administratie
 
Voor de BTW bestaat er geen formele bezwaarmogelijkheid, dus daar ligt het iets ingewikkelder dan bij de inkomstenbelastingen. Maar het basisprincipe blijft hetzelfde: men moet eerst gebruik maken van de normale mogelijkheden tot overleg met de administratie. De mogelijkheid om de fiscale bemiddelingsdienst in te schakelen, bestaat concreet vanaf het moment dat de BTW-plichtige alle discussiemogelijkheden met de taxatieambtenaar uitgeput heeft en vervolgens een administratief beroep ingediend heeft bij de minister van Financiën op basis van artikel 84 van het BTW-wetboek. Een BTW-plichtige kan géén verzoek tot bemiddeling meer indienen als hij verzet bij de rechtbank heeft aangetekend tegen het dwangbevel of een deskundige schatting vordert, of als de minister van Financiën (de gedelegeerde ambtenaar in de praktijk) al uitspraak gedaan heeft over het beroep. Als één van die dingen gebeurt tijdens een lopende bemiddelingsprocedure, komt daardoor automatisch een einde aan de bemiddeling.

Ook inzake registratie- en successierechten bestaat er geen formeel bezwaar. Maar ook daar geldt de regel dat de belastingplichtige eerst geprobeerd moet hebben om het geschil op te lossen met “ernstige” onderhandelingen met de administratie. En ook daar verliest de bemiddelaar zijn bevoegdheid zodra de zaak voor de rechter komt.

Tegen de conclusies of aanbevelingen van de fiscaal bemiddelaar is geen beroep mogelijk.

Neutraal en objectief
 
Hoewel alle bemiddelaars ambtenaren van Financiën zijn, worden zij geacht in alle objectiviteit te oordelen. Zij “ontvangen van geen enkele overheid instructies” en werken “volledig onafhankelijk van de hiërarchie”. Dat zoiets meer dan mooie woorden zijn, mag blijken uit het voorbeeld van de Rulingdienst, die op vergelijkbare manier georganiseerd is maar toch een redelijke mate van neutraliteit aan de dag weet te leggen.

In principe is het overigens niet de bedoeling dat de bemiddelaar inhoudelijk standpunten inneemt. Hij gaat zelf de knoop niet doorhakken in het voordeel van de belastingplichtige of de fiscus. En als hij toch een standpunt inneemt, is de fiscus niet verplicht om daar rekening mee te houden. Officieel bestaat zijn rol er alleen in om de partijen dichter tot elkaar te brengen. Dat kan uitmonden in een akkoord, maar als er geen akkoord is, beperkt de bemiddelaar zich tot het oplijsten van de uiteenlopende standpunten in zijn bemiddelingsverslag. Maar de bedoeling van de wetgever was hoe dan ook om het aantal geschillen dat voor de rechtbank komt, te verminderen. Dus kunnen we alleszins verwachten dat de fiscale bemiddelingsdienst serieus genomen wordt door (de rest van) de administratie.

Dat de fiscale bemiddeling meer is dan een formaliteit, blijkt ook uit het feit dat de bemiddelingsdienst zekere onderzoeksbevoegdheden gekregen heeft. Hij kan bijvoorbeeld personen horen en vaststellingen ter plaatse doen.

Niet voor onroerende voorheffing
 
De bemiddelaars kunnen alleen maar optreden voor federale belastingen. Daar horen ook de belastingen bij die weliswaar geregionaliseerd zijn maar die nog altijd geïnd worden door de federale administratie. Voorbeelden daarvan zijn de successie- en registratierechten. Vlaanderen is wel vrij actief geweest inzake het zelf in handen nemen van de inning van belastingen. Concreet kan men voor betwistingen over de onroerende voorheffing dus geen beroep doen op de fiscaal bemiddelaar. Binnenkort geldt hetzelfde voor de verkeersbelasting. En voor alle eigenlijke gewestbelastingen (bv. de leegstandheffing) heeft de bemiddelaar sowieso geen bevoegdheid. Idem voor gemeentebelastingen. Maar een geschil over de vaststelling van het kadastraal inkomen valt dan weer wel onder de bevoegdheid van de fiscale bemiddelingsdienst (na bezwaar).

(Bronnen: art. 116-131 van de Wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen IV, Staatsblad van 8 mei 2007, ed. 3; KB van 9 mei 2007, Staatsblad van 24 mei 2007; bericht over benoemingen in Staatsblad van 1 februari 2010, p. 4389; circulaire AFZ 1/2008 van 29 januari 2008; art. 376quinquies, 399bis en 501bis van het WIB 1992, 84quater en 85ter van het BTW-wetboek, art. 219 van het Wetboek registratierechten, art. 141 van het Wetboek Successierechten)



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive