nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten: bron van discussie?
 
Om de langstlevende echtgenoot ruim te bevoordelen op een fiscaal interessante wijze, wordt soms geopteerd voor de techniek van de wederzijdse schenkingen (ook spiegelschenkingen genaamd) tussen
echtgenoten.

De Dienst voorafgaande beslissingen heeft in een beslissing van 5 juni 2007 de wettelijkheid van de techniek van de wederzijdse schenking erkend (Voorafgaande beslissing nr. 600.544 van 5 juni 2007, www.ruling.be, Fiscoloog nr. 1100, 9).

De techniek van de wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten houdt in dat de schenkingen worden verbonden aan een “ontbindende” voorwaarde van vooroverlijden van de begiftigde. Dat wil zeggen dat de schenking gedaan aan de andere echtgeno(o)t(e) vervalt indien deze laatste vooroverlijdt. De geschonken goederen keren dan terug naar het vermogen van de langstlevende echtgenoot; het is alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden.

Impact van het huwelijksstelsel
 
Echtgenoten kunnen elkaar slechts hun eigen goederen schenken. Echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapsstelsel die opteren voor de techniek van de wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten, zullen dus in de regel moeten overgaan tot de wijziging van hun huwelijksstelsel naar een stelsel van scheiding van goederen via de bij Wet van 18 juli 2008 ingestelde vereenvoudigde procedure.

Deze schenkingen zijn wel eenzijdig herroepbaar
 
Schenkingen tussen echtgenoten - tenzij het een schenking betreft die opgenomen is in het huwelijkscontract of in een akte houdende wijziging van het huwelijkscontract - zijn steeds ad nutum herroepbaar, met andere woorden kunnen steeds eenzijdig worden herroepen (artikel 1096 Burgerlijk
Wetboek).

Schenking voor een Belgische of voor een Nederlandse notaris?
Overeenkomstig artikel 1097 van het Burgerlijk Wetboek kunnen wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten niet geschieden door middel van één en dezelfde akte.

Wanneer de wederzijdse schenkingen voor een Belgische notaris bij twee verschillende notariële schenkingsakten worden verleden, dan zijn twee maal de evenredige registratierechten van 3 % (schenkingsrechten) verschuldigd.

Dat de schenkingsakten ter registratie worden aangeboden, heeft als voordeel dat men niet onder de fictiebepaling van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten kan vallen. Artikel 7 van het Wetboek van
Successierechten vindt geen toepassing als een schenking wordt geregistreerd (tegen het tarief van 3 %).

Indien de schenkingsakten niet worden verleden voor een notaris, maar de schenkingen plaatsvinden door middel van een handgift en/of bankgift, dan zijn geen schenkingsrechten verschuldigd, maar dan kan de fictiebepaling van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten toepassing vinden.

Men zou ervoor kunnen opteren om de schenkingsakte te laten verlijden door een Nederlandse notaris. Schenkings- noch successierechten zijn dan in principe verschuldigd (op voorwaarde dat de schenkende echtgenoten niet overlijden binnen de drie jaar na de schenking).

De rechtszekerheid is kleiner indien men opteert voor een schenking voor Nederlands notaris. De beslissing dd. 5 juni 2007 waarbij de Dienst voorafgaande beslissingen de wettelijkheid van de techniek van de
wederzijdse schenking heeft erkend, geldt immers niet voor wederzijdse schenkingen die zijn verleden voor een Nederlandse notaris (Voorafgaande beslissing nr. 600.544 van 5 juni 2007, www.ruling.be, Fiscoloog nr. 1100, 9).

Eén of twee maal schenkingsrechten verschuldigd?
 
De Dienst voorafgaande beslissingen heeft in een recente beslissing bevestigd dat artikel 14 van het Wetboek van Registratierechten toepassing vindt op de wederzijdse schenkingen van actuele goederen bij bankgiften tussen echtgenoten die later worden bevestigd in één bevestigingsakte, de pacte adjoint (Beslissing nr. 900.097 van 23 juni 2009; Fiscoloog 2009, afl. 1171, 3). Artikel 14 van het Wetboek Registratierechten bepaalt dat wanneer een akte verschillende onder dezelfde contractanten tot stand gekomen beschikkingen bevat, waarvan de ene van de andere afhankelijk zijn of de ene uit de andere noodzakelijk voortvloeien, slechts één maal registratierechten voor deze gezamenlijke beschikkingen is verschuldigd. Het registratierecht wordt dan geheven op de schenking die aanleiding geeft tot het hoogste schenkingsrecht.

Overeenkomstig artikel 1097 van het Burgerlijk Wetboek kan een wederzijdse schenking tussen echtgenoten niet geschieden door middel van één en dezelfde akte. Dit artikel was echter in het aan de Dienst voorafgaande beslissingen voorgelegde geval niet van toepassing, aangezien het ging om schenkingen via bankoverschrijvingen, m.a.w. onrechtstreekse schenkingen, en voormeld artikel enkel van toepassing is op formele schenkingen (H. DE PAGE, Traité, t. VIII1, nr. 766, p. 862; R. DILLEMANS in L. WEYTS (ed.), De schenkingsakten, Antwerpen, Kluwer, 1982, p. 78; Rb. Gent 11 november 1896, Pas. 1897, III, 27; Rb. Antwerpen 9 mei 1990, T.Not. 1991, 389).

Een onrechtstreekse schenking (bankgift) moet niet verplicht worden geregistreerd (zie de limitatieve opsomming van de verplicht te registreren akten en verklaringen in artikel 19 van het Wetboek van Registratierechten). Het bevestigingsdocument van de wederzijdse onrechtstreekse schenkingen, in casu de pacte adjoint, kan evenwel vrijwillig ter registratie worden aangeboden. Het evenredig schenkingsrecht moet dan worden geheven (Beslissing dd. 25 april 2005, nr. EE/100.528, R.J. R. 12/15-01).

De Dienst voorafgaande beslissingen is van oordeel dat aangezien de bevestigingsakte de titel is voor de heffing van registratierechten, en de in de bevestigingsakte vermelde wederzijdse onrechtstreekse schenkingen dienen te worden aangemerkt als afhankelijke beschikkingen zoals voorzien in artikel 14 W.Reg., de bevestigingsakte slechts zal onderworpen zijn aan één evenredig registratierecht van 3 %.

In een nog recentere beslissing heeft de Dienst voorafgaande beslissingen haar standpunt bevestigd (Beslissing nr. 900.469 dd. 20 april 2010, www.monkey.be, Fiscoloog 2010, afl. 1205, p. 10).

Indien de wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten evenwel plaatsvinden door middel van rechtstreekse schenkingen die overeenkomstig artikel 931 en artikel 1097 van het Burgerlijk Wetboek bij twee verschillende
notariële akten moeten worden verleden, zouden wel twee maal de evenredige registratierechten van 3 % moeten worden geheven.

En de kinderen dan?
 
Indien de echtgenoten kinderen hebben, moeten deze in dit scenario van wederzijdse schenkingen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot natuurlijk wel successierechten betalen op het roerend vermogen dat zij erven. Dit kan eventueel gedeeltelijk worden ondervangen door in de schenkingen tussen echtgenoten reeds een restschenking te stipuleren (fideï-commis de residuo).

Zou de administratie de nietigheid kunnen inroepen?
 
Gezaghebbende rechtsleer leidt uit de voorafgaande beslissing nr. 600.544 (van 5 juni 2007, www.ruling.be, Fiscoloog nr. 1100, 9) af dat de administratie geen graten ziet in de techniek van de wederzijdse schenking
onder ontbindende voorwaarde van overlijden tussen echtgenoten (E. SPRUYT, “Reeks Vermogensplanning. De schenking: het paradepaard van de successieplanning”, AFT 2008, afl. 08-03, nr. 208). Hij wijst er evenwel
op dat de rechtbanken zich er tot op heden bij zijn weten nog niet over hebben uitgesproken.

In notariskringen rijzen bedenkingen bij de techniek van wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten, en meer specifiek bij de situatie waarbij echtgenoten overgaan tot de wijziging van het gemeenschapsstelsel
naar een stelsel van scheiding van goederen en naderhand elk de helft van het verdeelde roerend vermogen aan elkaar schenken. Het voorwerp van beide schenkingen is dus volledig hetzelfde of gelijk(w)aardig. Deze wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten zouden herkwalificeerbaar zijn in een overeenkomst ten bezwarende titel, met name een “ruil”. De verkoop of de ruil tussen echtgenoten is echter nietig. Bovendien zou de schenking een “lege doos” kunnen uitmaken waarbij elke vrijgevigheid ontbreekt
wanneer de tussen echtgenoten geschonken goederen gelijk(w)aardig zijn, aangezien beide echtgenoten goederen schenken maar anderzijds ontvangen zij gelijkwaardige goederen 'ter compensatie' van die schenking.

Onzes inziens is in dit kader van belang dat na de dood van de schenker de eventuele nietigheid, die ter bescherming van de erfgenamen zou zijn ingesteld, relatief wordt (art. 1340 Burgerlijk Wetboek; zie ook Rb.
Gent 14 juli 1956, Rec.gén.enr.not., nr. 20156; Rb. Brussel 3 januari 1986, Rec.gén.enr.not., nr. 23.765; DE PAGE, Traité élémentaire de Droit Civil Belge, Tôme VIII, nr. 487). Niet zomaar elke belanghebbende kan dan de
nietigheid inroepen. Na het overlijden van de schenker kan niemand anders dan zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden, de nietigverklaring van een door hem gedane schenking vorderen (J. DECUYPER en J. RUYSSEVELDT, Successierechten 2006-2007, II, Mechelen, Kluwer, 2006, 1112, nr. 1653). De erfgenamen of rechtverkrijgenden kunnen de schenking bevestigen, hetzij door ze uit te voeren, als dat nog moet gebeuren, hetzij door te verzaken aan de vordering tot nietigheid. Uit de bevestiging van de schenking, volgt de afstand hunnerzijds van het recht om de relatieve nietigheid van de schenking in te roepen. De bevestiging van een schenking door de erfgenamen of rechtverkrijgenden van de schenker heeft dus tot
gevolg dat de schenking geldig wordt verklaard op de dag waarop zij werd gerealiseerd (Luik 9 mei 1995, www.monkey.be).

De Minister van Financiën heeft in een antwoord op een parlementaire vraag bevestigd dat de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, wettelijk belast met de vestiging en invordering van het successierecht, rekening dient te houden met een door een gebrek aangetaste overeenkomst, zolang de nietigheid ervan niet is vastgesteld. Dit geldt zowel voor de relatieve als voor de absolute nietigheid. De administratie kan de vordering tot nietigverklaring niet instellen wanneer de overeenkomst is aangetast door een relatieve nietigheid. In dit geval kan de vernietiging slechts gevorderd worden door de partijen of door hun erfopvolgers (kinderen) (Vr. en Antw. Senaat 1997-98, nr. 1-77, p. 4043-4044, vr. nr. 1049 DELCROIX dd. 30 april 1998).

Ook in een administratieve beslissing dd. 1 juli 1957 wordt bevestigd dat de Staat zich ervan onthoudt de nietigheid van een schenking in te roepen wegens een gebrek in de vorm wanneer de omstandigheden van de zaak er op wijzen dat de schenking door de erfgenamen of rechtverkrijgenden van de schenking door de erfgenamen of rechtverkrijgenden van de schenker bevestigd of bekrachtigd ofwel vrijwillig en zonder bedrog zal worden uitgevoerd (Beslissing dd. 1 juli 1957, Rep.R.J., nr. E.E./74.020, Rec.gén.enr.not., nr. 20.157).

De vraag rijst dus wie een eventuele nietigheid van de wederzijdse schenkingen - waarvan onzes inziens geen sprake kan zijn - zal inroepen? De schenkende echtgenoten en hun kinderen zullen dit hoogstwaarschijnlijk niet doen. Na het overlijden van de schenker, wanneer de nietigheid relatief wordt, zal de administratie de nietigheid van de schenking ook niet kunnen inroepen. De administratie heeft overigens, zoals hierboven gesteld, de wettelijkheid van de techniek van de wederzijdse schenkingen tussen
echtgenoten erkend.

Is herkwalificatie mogelijk door de administratie?
 
Zoals al aangestipt, worden bedenkingen gemaakt omtrent een mogelijke herkwalificatie van de wederzijdse schenkingen in een ruil. Overeenkomstig de artikelen 1469 en 1595 van het Burgerlijk Wetboek is de verkoop of de ruil tussen echtgenoten verboden.

Wederzijdse schenkingen vertonen inderdaad gelijkenissen met een ruil. Men zou kunnen beweren dat bij de wederzijdse schenking de rechtsgrond van iedere schenking kan worden gevonden in de schenking van de andere partij, hetgeen vergelijkbaar is met een ruil die niet te kostelozen titel, maar te bezwarenden titel is.

Wanneer de schenkingsakten worden verleden voor een Belgische notaris, geven de wederzijdse schenkingen nochtans in de praktijk aanleiding tot de heffing van evenredige registratierechten. Is er sprake van een ruil, dan zou de registratie van de akte houdende ruil van roerende goederen slechts aanleiding geven tot de heffing van het algemeen vast registratierecht van 25 EUR.

Voorts zijn in de praktijk wederzijdse schenkingen steeds voorwaardelijk en bestaat de voorwaarde doorgaans in het vooroverlijden van één van de begiftigden (tevens schenkers). Bij vooroverlijden van één
van de begiftigden, wordt deze schenking retroactief teniet gedaan en zal dus slechts één van de schenkingen uitwerking krijgen. Uiteindelijk zal er werkelijk verarming en verrijking zijn zonder tegenprestatie.
De wederzijdse schenking is naar ons aanvoelen ingegeven door een vrijgevigheidsgedachte, de animus donandi. Volgens bepaalde rechtsleer volstaat het dat de ene partij weet dat ze zich kan verarmen om de
andere te verrijken (M. PLANIOL en G. RIPERT, Traité pratique de droit civil français, Tome V, Donations et Testaments, Paris, Librairie générale de droit et de jurisprudence, 1957, nr. 330). Het verschil tussen de
wederzijdse schenkingen en de ruil bestaat er dan in dat de schenking die de ene partij aan de andere doet, haar rechtsgrond niet vindt in de schenking van de andere partij, doch veeleer wordt ingegeven door vrijgevigheid en erkentelijkheid (F. WERDEFROY, Registratierechten 2008-2009, nr. 1123).

Hoe dan ook, indien de artikelen 1469 en 1595 van het Burgerlijk Wetboek niet zouden zijn nageleefd, wordt zulks gesanctioneerd met een relatieve nietigheid die enkel door de beschermde partij kan worden ingeroepen (Cass. 25 februari 1926, Pas. 1926, I, 264; Rb. Brussel 1 oktober 1982, RRD 1983, 137; Luik 31 januari 1997, JLMB 1997, 1402; H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, Tome IV, Brussel, Bruylant, 1972, nr.
63; N. DELFORGE, “Bijzondere problemen in verband met de bekwaamheid bij het sluiten van de overeenkomst”, in D. MEULEMANS (ed.), Een woning kopen en verkopen, Leuven, Acco, 1991, 35; LAURENT, t. XXIV, nr. 42).

In de rechtsleer bestaat onenigheid omtrent de vraag wie deze 'beschermde partijen' zijn die de vordering tot nietigverklaring kunnen instellen. Bepaalde rechtsleer is van oordeel dat dit enkel de echtgenoten zijn (AUBRY en RAU, 5e ed., t. V, § 351, noot 31; HUC, t. X, nr. 47; LAURENT, t. XXIV, nr. 42). Andere rechtsleer is de mening toegedaan dat ook de schuldeisers van de echtgenoten beschermde partijen zijn die de nietigheid kunnen inroepen (H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, Tome IV, Brussel, Bruylant, 1972, nr. 63; PLANIOL, t. II, nr. 1440; BAUDRY-LACANTINERIE, Vente, nr. 227; A. VANDEWIELE en E. HAEGEMAN, “Verkoop tussen echtgenoten”, T.Not. 2010, afl. 4, 163).

Aangezien de echtgenoten vermoedelijk in een normaal geval de nietigheid niet zullen inroepen en wanneer de echtgenoten zich niet geconfronteerd zien met benadeelde schuldeisers, zal de nietigheid van de ruil (in een hypothese van mogelijke herkwalificatie) normaal gezien niet worden gevorderd.

Per analogie: in de circulaire nr. 17 van 22 oktober 1992 (www.fisconet.be), wordt een vermoeden ingesteld dat bij een beding van aanwas tussen echtgenoten, er sprake is van wederzijdse schenkingen. Dit
vermoeden mag worden weerlegd. Deze circulaire toont aan dat bij beschikkingen tussen echtgenoten de administratie eerder aanneemt dat het om wederzijdse schenkingen gaat, dan om handelingen te bezwarenden titel.

In een aanschrijving van 20 november 1996 heeft de Minister bevestigd dat de antirechtsmisbruikbepalingen waarin de artikelen 18 van het Wetboek der Registratierechten en 106 van het Wetboek van Successierechten voorzien, slechts van toepassing zijn op verrichtingen die tot de economische sfeer
behoren. Handelingen die gesteld worden in het kader van het beheer van het privévermogen, vallen buiten het toepassingsgebied van deze bepalingen. In de aanschrijving wordt uitdrukkelijk gesteld dat daaruit volgt dat artikel 106, tweede lid, van het Wetboek der Successierechten ieder nut verliest (Aanschrijving nr. 11 (E.E./E.L. 118 - E.E./Parl. 8) dd. 20 november 1996).

In geval van wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten gaat het om verrichtingen die uitsluitend het privé- en familievermogen aangaan.

Er wordt aangenomen dat, gelet op de positieve beslissing dd. 5 juni 2007 van de Dienst voorafgaande beslissingen, de techniek van de wederzijdse schenking, mits de juridische gevolgen van de schenking (eigendomsoverdracht) worden gerespecteerd, niet als veinzing kan worden beschouwd (P. DE MULDER met promoter J. BAEL, “Het begrip veinzing in de context van familiale vermogensplanning”, 2008-09, http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/391/781/RUG01-001391781_2010_0001_AC.pdf).

Om helemaal zeker te zijn dat de wettelijkheid van de techniek van de wederzijdse schenking ook in Vlaanderen door de fiscus wordt aanvaard (en niet zal worden geherkwalificeerd) indien het voorwerp van beide schenkingen volledig hetzelfde of gelijk(w)aardig is, kan een rulingaanvraag worden ingediend bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB).

Bart Coopman, Advocaat-vennoot (bco@dvp-law.com) en Annelies Clara, Advocaat (acl@dvp-law.com)



08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....lire la suite
 
07-08-17 Oldtimer pas vanaf 30 jaar
Samen met de ‘vergroening’ van de verkeersbelasting voor lichte vrachtwagens heeft de Vlaamse regering ook het fiscale statuut van oldtimers aangepast.....lire la suite
 
06-08-17 Vier maanden extra voor fiscale bemiddeling
De fiscale bemiddelingsdienst biedt een extra mogelijkheid om een geschil met de fiscus in der minne te regelen.....lire la suite
 
01-08-17 Fiscale regularisatie: formulieren voor ‘onsplitsbare bedragen’ in Staatsblad verschenen (BS 31/7/2017)
Op 23 mei 2017 werd zoals wij al eerder meedeelden een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....lire la suite
 
site web par webalive