nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Zijn verkiezingsuitgaven aftrekbaar?
 
Uitgaven voor politieke propaganda zijn in de ogen van de fiscus geen aftrekbare beroepskosten. Jarenlang was dat een onbetwistbaar standpunt. Maar de laatste tijd lijkt de rechtspraak enige nuance aan te brengen.

Politicus is een beroep als een ander. In principe zouden uitgaven die met dat beroep samenhangen, dus aftrekbare beroepskosten moeten zijn. Maar volgens de fiscus geldt dat dan toch niet voor verkiezingsuitgaven. Het standpunt van de fiscus is dat verkiezingsuitgaven per definitie niet aftrekbaar zijn. Want “uitgaven van persoonlijke aard” vormen volgens het wetboek geen aftrekbare beroepskosten (art. 53, 1° WIB 1992). En verkiezingsuitgaven vallen in die categorie, vindt de fiscus. Het zijn geen kosten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van een beroep, zelfs niet als de verkiezingskandidaat al een politiek mandaat bekleedt.

Dat staat zo al sinds jaar en dag in de administratieve commentaar. “Uitgaven gedaan met het oog op het voeren van politieke propaganda ten bate van de belastingplichtige of van personen of van een partij, waarmede hij sympathiseert, zijn geen beroepskosten. De door een kandidaat gemaakte uitgaven om, tijdens een verkiezingscampagne, zijn propaganda te verzorgen, zijn onbetwistbaar van persoonlijke aard en zijn derhalve geen kosten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het beroep; het doet niets terzake dat de betrokkene reeds vóór de verkiezingen een politiek mandaat uitoefende” (Com. IB 1992, art. 53/33.1).

Uitgaven van persoonlijke aard, zegt fiscus
 
Dat standpunt van de fiscus is ook meermaals bevestigd door de minister van Financiën, in antwoord op parlementaire vragen (Vraag nr. 52 van 21 april 1992, de Clippele en Vraag nr. 302 van 6 september 1991, Laverge). De toenmalige minister was zelfs zo zeker van zijn zaak dat hij zich er ooit (in 1995) tegen verzet heeft om in het wetboek uitdrukkelijk een aftrekverbod in te schrijven. Volgens hem was dat volledig overbodig.

Aangezien dat standpunt gebaseerd is op de rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 20 februari 1975), leek er nog weinig ruimte voor discussie.

Ook in de recentere rechtspraak van de hoven van beroep kreeg de fiscus meestal gelijk. Zo oordeelde het Hof van Beroep te Gent in 2004 dat verkiezingsuitgaven inderdaad persoonlijke uitgaven zijn, en dus niet aftrekbaar, zelfs niet voor iemand die al een mandaat bekleedt (Gent 17 februari 2004). Het ging toen om een gemeenteraadslid dat een kleine 600 euro ingebracht had als kosten voor zijn herverkiezingscampagne. Het feit dat de zitpenningen als gemeenteraadslid een belastbaar beroepsinkomen zijn, kon het Gentse Hof niet vermurwen. Ook het Luikse Hof van Beroep trad de fiscus bij, in het geval van een kandidaat-burgemeester (Luik 20 maart 2002).

Of toch inherent aan beroep?
 
Maar helemaal onwrikbaar blijkt dat afwijzende standpunt niet. Om te beginnen moet er een onderscheid gemaakt worden tussen verkiezingsuitgaven in strikte zin en de uitgaven die gemaakt worden buiten de eigenlijke campagneperiode. Dat die laatste wél aftrekbaar kunnen zijn, heeft zelfs de minister ooit laten verstaan. Hij had het over uitgaven van pre-electorale campagnes en over promotionele uitgaven die los staan van verkiezingen (sociaal dienstbetoon, publicaties ...). Die zouden toch voor aftrek in aanmerking komen (Parl. St., Senaat, 1994-95, doc. 1333/2, 7).

Het Hof van Beroep van Brussel heeft ooit een vergelijkbare redenering gemaakt. De vraag was of een burgemeester ondermeer de kosten van zijn jaarlijkse burgemeestersbal mocht aftrekken. Volgens het hof brengt het beroep van burgemeester noodzakelijk met zich mee dat hij de volgende verkiezingen voorbereidt en zijn populariteit bij de bevolking onderhoudt, bijvoorbeeld door bals te organiseren en recepties en feestelijkheden bij allerlei speciale gelegenheden (bijvoorbeeld een etentje dat hij aanbood bij de voorstelling van een nieuw boek van een plaatselijke beroemdheid, een drink voor een lokale vereniging die mee mocht doen aan een televisieprogramma...). En die kosten zou hij niet maken als hij geen burgemeester was. Daarom zijn ze aftrekbaar. Het hof verwijst ook naar zijn deelname aan allerlei lokale activiteiten, waar hij als burgemeester niet onderuit kan, en waarvan de kosten dus ook aftrekbaar zijn (Brussel 18 februari 1993).

Maar het onderscheid tussen verkiezingsuitgaven en “pre-electorale” kosten is in zekere zin kunstmatig. Zoals het Brusselse Hof in 1993 heeft laten verstaan, werkt een politicus eigenlijk de hele tijd aan zijn herverkiezing. En juist daarin schuilt een belangrijk criterium, vond recent de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Er is immers een onderscheid tussen kandidaten die nog géén politiek mandaat hebben, en kandidaten die herverkozen willen worden. Traditioneel gaat de fiscus ervan uit dat kosten die men maakt om een nieuw beroep te kunnen uitoefenen, niet aftrekbaar zijn (Com IB 1992, art. 49/483). Toegepast op een verkiezingskandidaat, zou dat betekenen dat een politicus die herverkozen wil worden, kosten maakt voor zijn huidige beroep, terwijl een kandidaat die voor de eerste keer verkozen wil worden, kosten maakt voor een nieuw beroep en dus geen recht heeft op aftrek van die kosten.

Voor een Brussels regionaal parlementslid en minister die herverkozen wou worden, zijn de kosten van zijn verkiezingscampagne (32.000 euro in zijn geval) dan ook aftrekbaar. Een rechtstreeks verband met zijn huidige beroep is er onmiskenbaar, en dus zijn de voorwaarden voor aftrek van beroepskosten vervuld, vindt de rechtbank (Rb. Brussel 24 april 2008).

Volgens de rechtbank is dat niet in tegenstrijd met de rechtspraak van het Hof van Cassatie, omdat het in het arrest van 1975 draaide om een kandidaat die nog géén politiek mandaat bekleedde.

Fiscus blijft streng
 
De fiscus heeft wel al laten weten dat hij zich niet neerlegt bij de uitspraak van de Brusselse rechtbank, en vasthoudt aan het aftrekverbod. De discussie blijft dus voorlopig open.

Voor de volledigheid vermelden we nog dat in het wetboek een uitdrukkelijk aftrekverbod opgenomen is voor de bijdragen die politici storten aan hun partij of aan “een van de geledingen ervan” (art. 53, 17° WIB 1992). Het verbod geldt echter niet voor burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden.

Voor gemeentelijke mandatarissen bestaat er overigens een speciaal beroepskostenforfait. Voor aanslagjaar 2010 (inkomsten van 2009) bedraagt het forfait 6.159,81 euro voor burgemeesters en 3.695,89 euro voor schepenen en OCMW-voorzitters. Als zij voor dat forfait kiezen, is er natuurlijk geen discussie.



24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....read more
 
22-05-17 BTW-administratie krijgt meer armslag om fraude aan te pakken
Ambtenaren van de BTW krijgen nu meer mogelijkheden om beslag te leggen in gevallen waarin zij vrezen dat de verschuldigde BTW niet betaald zal worden.....read more
 
21-05-17 Aangifte personenbelasting moet binnen tegen 29 juni, 13 juli of 26 oktober 2017
In de loop van mei verstuurt de fiscus de formulieren voor de aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2017. De uiterste indieningsdata zijn: ....read more
 
website by webalive