nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Betalingen aan Monaco, Jersey en Dubai aangeven
 
Een vennootschap die een betaling doet aan een belastingparadijs, is nu verplicht die aan te geven. Vennootschappen met een gebroken boekjaar zullen dat wellicht al moeten doen ter gelegenheid van de aangifte voor aanslagjaar 2010 die binnenkort ingediend moet worden. Het formulier dat daarvoor gebruikt moet worden, is nu verschenen in het Staatsblad. En ook de lijst van de betrokken landen is gepubliceerd.

Vennootschappen die voor meer dan 100.000 euro per jaar betalingen doen aan natuurlijke of rechtspersonen in belastingparadijzen, zijn nu verplicht daarvan aangifte te doen. Wie geen aangifte doet, verliest het recht op aftrek voor de betalingen in kwestie. En zelfs wie aangeeft, kan de betalingen alleen maar in aftrek brengen als hij bewijst dat het gaat om “werkelijke en oprechte verrichtingen” en dat er geen “artificiële constructies” in het spel zijn (zie ons artikel “Nieuwigheden vanaf 1 januari 2010: fiscus is streng voor auto's en belastingparadijzen”).

Een belastingparadijs is in de eerste plaats een land “zonder of met een lage belasting”. Concreet wordt daarmee bedoeld: een nominaal tarief in de vennootschapsbelasting van minder dan 10%. Om zekerheid te verschaffen, zegt de wet er wel onmiddellijk bij dat er bij koninklijk besluit een lijst vastgelegd zal worden van de landen die aan die omschrijving beantwoorden.

En wat ook opvallend is: de aangifteplicht geldt eigenlijk niet voor betalingen aan landen met een te lage belasting, maar wel voor landen die “voorkomen op de lijst”. In theorie zou het dus kunnen dat een land een belastingtarief hanteert van meer dan 10%, maar dat er toch aangifteplicht is voor betalingen aan dat land omdat het nu eenmaal op de lijst staat.

Lijst belastingparadijzen gepubliceerd
 
Het koninklijk besluit dat die lijst bevat, is nu gepubliceerd (KB van 6 mei 2010, dat artikel 179 invoert in het KB/WIB 1992).

Er staan 30 landen of “jurisdicties” op de lijst:
- 9 in Europa (Andorra, het Eiland Man, Moldavië, Monaco, Montenegro en vier van de Kanaaleilanden: Guernsey, Jersey, Jethou en Sark)
- 7 in de Caraïben (Anguilla, de Bahama's, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden, Saint-Barthelemy en de Turks en Caicos Eilanden)
- 8 op het Arabische schiereiland (Bahrein en de zeven emiraten van de Verenigde Arabische Emiraten: Abu Dhabi, Ajman, , Dubai, Fujairah, Ras al Khaimah, Sharjah en Umm al Qaiwain)
- 5 in de Stille Oceaan (de Federatie van Micronesië, Nauru, Palau, Vanuatu en Wallis-en-Futuna)
- de Maldiven in de Indische Oceaan

Formulier gepubliceerd
 
In het Staatsblad van 25 mei is ook het formulier verschenen waarmee de aangifte van betalingen aan personen in die landen moet gebeuren.

Het formulier is gewoon een tabel met vijf kolommen. Voor elke betaling moet het land vermeld worden (het belastingparadijs in kwestie), de verkrijger (naam en adres), de datum, de aard en het bedrag (in euro, aan de wisselkoers op het moment van de betaling). Wie zoveel betalingen heeft gedaan dat hij niet genoeg heeft aan het aantal lijntjes op het formulier, moet meerdere aangifteformulieren gebruiken.

Alle mogelijke betalingen aangeven
 
In een toelichting op de achterkant van het formulier verduidelijkt de administratie dat de “aard” van de betaling kan slaan op “bijvoorbeeld” huur, interesten, retributies, aankoop van goederen of vaste activa, dienstverrichtingen, bezoldigingen, commissies, makelaarslonen, erelonen, “enz.” Blijkbaar is het dus de bedoeling dat het begrip “betaling” in de wet zo ruim mogelijk opgevat wordt en dat elke mogelijke betaling in aanmerking komt.

De toelichting bij de kolom “verkrijger” herinnert er wel aan dat ook onrechtstreekse betalingen aan een belastingparadijs aangegeven moeten worden. Maar tegelijk staat er dat de belastingplichtige op het formulier het adres van de verkrijger in de betreffende Staat moet invullen. Het moet met andere woorden gaan om een verkrijger met een adres in een belastingparadijs. Wijst dat er op dat de fiscus niet zo streng gaat toezien op de aangifteplicht voor onrechtstreekse betalingen aan een belastingparadijs?

Het formulier moet worden gevoegd bij de aangifte in de vennootschapsbelasting of de aangifte in de belasting van niet-inwoners/vennootschappen.

OESO-standaard
 
De volledige officiële benaming van het formulier luidt overigens: “aangifte van gedane betalingen naar staten die niet effectief of substantieel de OESO-standaard op het gebied van uitwisseling van inlichtingen toepassen of naar staten zonder of met een lage belasting”. En inderdaad zijn er volgens de wet in deze context twee criteria voor een belastingparadijs. Niet alleen het belastingtarief maar ook of het betrokken land de OESO-standaard toepast. De landenlijst waarover we het hierboven gehad hebben, betreft alleen het eerste criterium (te lage belastingen). Over het tweede criterium is er dus officieel nog altijd geen duidelijkheid.

Daarover bestaan twee standpunten. Een eerste houdt in dat men het criterium zo strikt mogelijk bekijkt en dat men dus simpelweg moet nagaan of een land de OESO-standaard op dit moment effectief toepast. Dat is niet moeilijk, want de OESO publiceert op geregelde basis lijsten van landen die dat doen. Er is een zogenaamde witte lijst van landen die de standaard volgen, een zwarte lijst van landen die dat helemaal niet doen, en daar tussenin een “grijze lijst” van landen die beloofd hebben de standaard zo vlug mogelijk te implementeren maar op dit moment de normen nog niet helemaal halen. Overigens heeft ook België vorig jaar op die zogenaamde grijze lijst geprijkt (zie ons artikel “Uitwisseling bankgegevens: al akkoorden met 37 landen”). Op het eerste gezicht lijkt het dus eenvoudig: een land dat op de grijze lijst van de OESO staat, heeft misschien wel van alles beloofd maar haalt op dit moment de normen niet. Het is dus een belastingparadijs. Een land dat op die grijze lijst staat maar niet in het net gepubliceerde KB, is bijvoorbeeld Maleisië. Op de zwarte lijst staat overigens op dit moment geen enkel land meer. Alle landen hebben immers beloofd werk te maken van de implementatie van de OESO-standaard.

Er is echter ook een tweede interpretatie. Zowel de letterlijke wettekst (artikel 307 WIB 1992) als de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat uiteindelijk leidde tot de invoering van die wettekst, verwijzen naar de “grondige beoordeling” die gaat gebeuren in de schoot van de OESO. Er zal eerst grondig onderzocht worden in welke mate de verschillende landen de OESO-standaard effectief toepassen - en niet alleen op basis van enkele formele criteria zoals het aantal dubbelbelastingverdragen met uitwisselingsclausule dat die landen ondertekend hebben. In vakkringen noemt men die “grondige beoordeling” de “peer review”. Die procedure is maar een paar maanden geleden van start gegaan en zal waarschijnlijk enkele jaren duren. Tot zolang is er dus geen officiële lijst van landen die de OESO-standaard niet effectief of substantieel toepassen. Er zijn dan ook geen landen die momenteel aan dat criterium beantwoorden.

Het eerste standpunt is vertolkt door Dirk Van Stappen in International Tax Review van maart 2010. Het tweede is verdedigd door Koen Janssens in Fiscale Actualiteit van 25 maart 2010.

Heel binnenkort zou er trouwens een circulaire verschijnen over de nieuwe aangifteplicht voor betalingen aan een belastingparadijs. Hopelijk brengt die dan ook over dat laatste punt duidelijkheid.

Bron: KB van 6 mei 2010, Staatsblad van 12 mei 2010, 26157 en KB van 7 mei 2010, Staatsblad van 25 mei 2010, ed. 1, 31746



21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....lire la suite
 
20-03-17 Kwartaalaangevers hoeven geen voorschotten meer te betalen
De formaliteiten voor BTW-plichtigen worden verder vereenvoudigd. ....lire la suite
 
17-03-17 Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. ....lire la suite
 
28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....lire la suite
 
site web par webalive