nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Geen voorafbetalingen voor starters: ruimere KMO-definitie pas vanaf aanslagjaar 2011
 
Kleine ondernemingen die in 2009 (voor aanslagjaar 2010) geen voorafbetalingen gedaan hebben omdat ze niet wisten dat ze moesten voorafbetalen, komen niet in de problemen. De nieuwe definitie van “kleine vennootschap” zal immers pas een jaar later in werking treden dan eerst in de wet ingeschreven was.

Wie niet of onvoldoende voorafbetaalt, krijgt normaal gezien een belastingvermeerdering opgelegd. Maar er is een uitzondering voor kleine ondernemingen of zogenaamde KMO's. Tijdens de eerste drie jaar na hun oprichting krijgen zij geen vermeerdering opgelegd. Zij hoeven dus geen voorafbetalingen te doen (art. 218, §2 WIB 1992).

Tot voor kort was dat voordeel voorbehouden aan vennootschappen die in aanmerking kwamen voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. De voorwaarden daarvoor staan in artikel 215, tweede lid WIB 1992 (“Geen vermeerdering is verschuldigd op de overeenkomstig artikel 215, tweede lid, berekende belasting, die betrekking heeft op de eerste drie boekjaren vanaf de oprichting van de vennootschap”).

Harmonisering KMO-definitie
 
Maar eind vorig jaar is de definitie van “KMO” in die context veranderd. Er wordt niet meer verwezen naar artikel 215 WIB 1992 maar naar artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen (“Ten name van een vennootschap die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is geen vermeerdering verschuldigd op de belasting die betrekking heeft op de eerste drie boekjaren vanaf haar oprichting”).

Dat was bedoeld als een verbetering. Om te beginnen zijn er méér vennootschappen die voldoen aan de “KMO-definitie” van het Wetboek Vennootschappen dan aan de oude van artikel 215 WIB 1992 (ook al zijn het niet noodzakelijk dezelfde). Bovendien werd daarmee een verdere stap gezet in de uniformisering van de omschrijving van kleine vennootschap of KMO in de fiscale wetgeving. Ook de meeste andere gunstmaatregelen voor “KMO's” verwijzen immers al naar artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen (zie ons artikel “Nieuwigheden in de eindejaarswetten: beveiliging voor vrachtwagens aangemoedigd”).

KMO volgens oude maar niet nieuwe definitie: probleem
 
Het probleem zat alleen in de inwerkingtreding. Toen de nieuwe “KMO-definitie” eind 2009 ingevoerd werd, stond in de wet dat die versoepeling in werking trad vanaf aanslagjaar 2010. Dat creëerde echter een probleem voor startende vennootschappen die voldeden aan de oude KMO-definitie van artikel 215 WIB 1992 maar niet aan de nieuwe van artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen.

Zij gingen er in 2009 volkomen terecht van uit dat zij geen voorafbetalingen hoefden te doen voor aanslagjaar 2010. Want zij konden op dat moment niet weten dat er op 31 december 2009 een wet zou verschijnen in het Staatsblad die vanaf aanslagjaar 2010 - en dus eigenlijk met terugwerkende kracht - de KMO-definitie in artikel 218, §2 WIB 1992 zou aanpassen. Op basis van die wetswijziging hadden zij wél moeten voorafbetalen en zouden zij dus een belastingvermeerdering krijgen, ook al wisten ze van niets.

Om aan die onbillijke situatie te verhelpen, wordt nu de inwerkingtreding van de nieuwe maatregel uitgesteld. De verwijzing naar artikel 15 van het Wetboek Vennootschappen in artikel 218 WIB 1992 treedt pas in werking vanaf aanslagjaar 2011 in plaats van aanslagjaar 2010.

Dat staat in de wet “houdende fiscale en diverse bepalingen” die nog vlak vóór de ontbinding van het Parlement goedgekeurd is en binnenkort in het Staatsblad verschijnt.

Vennootschappen die voor aanslagjaar 2010 wél voldeden aan de nieuwe KMO-definitie, worden door de uitgestelde inwerkingtreding niet benadeeld, want ook zij waren nog niet op de hoogte van de nieuwe maatregel in 2009 en hebben dus waarschijnlijk toch voorafbetaald.



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lire la suite
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lire la suite
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lire la suite
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lire la suite
 
site web par webalive