nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Aannemer hoeft niet langer geregistreerd te zijn
 
Het verlaagde btw-tarief in de bouw is binnenkort niet meer gekoppeld aan de voorwaarde dat de aannemer geregistreerd is. Ook voor de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven en uitgaven voor inbraak- en brandpreventie is men niet langer verplicht om de werken te laten doen door een in België geregistreerde aannemer.

Op één van de laatste ministerraden vóór het ontslag van de regering is nog een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat een belangrijke voorwaarde voor het btw-tarief van 6% in de bouw versoepelt. Dat tarief geldt o.m. voor sociale woningbouw, voor verbouwing van privé-woningen van minstens vijf jaar oud, en als tijdelijke crisismaatregel (tot eind 2010) ook gedeeltelijk voor nieuwbouw. Tot nu toe kon alleen een “geregistreerde aannemer” bouwwerken factureren aan 6% btw. Een aannemer zonder registratie moest in principe factureren aan het gewone btw-tarief, dus 21%.

Concurrentievervalsing
 
In de praktijk levert dat een concurrentienadeel op voor een buitenlandse aannemer die uitzonderlijk een project in België uitvoert. Voor één enkel bouwproject zal hij waarschijnlijk niet de moeite doen om die Belgische registratieprocedure te doorlopen - zelfs al is de procedure op zich niet bijzonder lastig. Dus de registratievereiste zal een buitenlandse aannemer misschien ontmoedigen om zich aan te bieden voor een opdracht in België. De vraag is of dat geen schending inhoudt van één van de fundamentele vrijheden die gewaarborgd worden door het EU-verdrag: het vrij verkeer van diensten. Discriminatie van aannemers uit andere EU-lidstaten dus.

De discussie is onlangs tot voor de Brusselse fiscale rechtbank gekomen, en die heeft de vraag voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie, dat daarover dus het laatste woord krijgt (vonnissen van 23 december 2009 en 29 januari 2010).

En er is nog een tweede probleem. Een fundamenteel principe van de btw zelf is dat die “neutraal” moet zijn. Dezelfde diensten moeten ook dezelfde btw-behandeling krijgen. Elke aannemer biedt dezelfde diensten aan, of hij nu geregistreerd is of niet. Dus moet elke aannemer volgens het “neutraliteitsbeginsel” ook hetzelfde tarief kunnen aanrekenen. Opnieuw een probleem van concurrentievervalsing dus. Maar die conclusie heeft verder reikende gevolgen dan een schending van het vrije verkeer van diensten. Want het neutraliteitsbeginsel, als één van de basisprincipes van het btw-stelsel, heeft niet alleen te maken met het onderscheid tussen een Belgische en een buitenlandse aannemer. Ook een niet-geregistreerde Belgische aannemer kan zich dus beroepen op het neutraliteitsbeginsel om toepassing te eisen van hetzelfde tarief als zijn collega's die wel geregistreerd zijn.

De fiscale rechtbank van Antwerpen heeft die redenering onlangs toegepast (vonnis van 4 november 2009). Omdat soortgelijke diensten gelijk behandeld moeten worden, mocht de fiscus volgens de rechtbank niet eisen dat een niet-geregistreerde aannemer 21% btw zou aanrekenen in plaats van 6%. De rechtbank was zo zeker van haar stuk dat ze het zelfs niet nodig vond om daarover de mening van het Europees Hof van Justitie te vragen.

Precedent
 
Toch zal het Hof van Justitie zich binnenkort over de kwestie moeten uitspreken, want de Brusselse rechtbank heeft ook over het neutraliteitsbeginsel gesproken in haar tweede prejudiciële vraag (zie hierboven).

Het is natuurlijk eerst nog afwachten wat het Europese Hof gaat zeggen. In theorie bestaat de kans dat het Hof vindt dat de diensten van een geregistreerde en een niet-geregistreerde aannemer niet helemaal gelijkwaardig zijn. Want registratie houdt een zekere kwaliteitsgarantie in, o.m. omdat de aannemer bewijzen van vakbekwaamheid moet voorleggen. En een schending van het vrij verkeer van diensten kan in theorie gerechtvaardigd zijn als het de bedoeling is om fraude te bestrijden. Het kan nog een jaar of meer duren vooraleer het Hof zich uitspreekt.

Maar in 2006 heeft het Hof België al eens op de vingers getikt voor de fiscale consequenties van een niet-registratie. Het ging toen nog om de ondertussen al lang afgeschafte regel dat wie werkt met een niet-geregistreerde aannemer, aansprakelijk was voor de belastingschulden van de aannemer, en zelfs een deel van wat hij betaalde aan de aannemer, moest doorstorten aan de fiscus. Het lijkt logisch dat, als het Hof vond dat zoiets niet door de beugel kon, het nu ook niet zal goedkeuren dat niet-registratie “bestraft” wordt met toepassing van een veel hoger btw-tarief.

Daarom heeft de Belgische regering beslist de uitspraak van het Europese Hof niet af te wachten. KB nr. 20, dat de btw-tarieven regelt, zal aangepast worden. Overal waar de voorwaarde opgelegd wordt dat de aannemer van bouw- of renovatiewerken geregistreerd moet zijn, wordt die voorwaarde geschrapt.

Merk wel op dat het koninklijk besluit met die aanpassingen nog niet definitief is. Het moet nog ondertekend worden door de koning, en dat veronderstelt dat die het als een “lopende zaak” beschouwt, vermits de regering ondertussen ontslagnemend is. Maar in principe kunnen we ervan uitgaan dat het een lopende zaak betreft als een schending van de Europese regels aan de orde is.

Ook voor belastingvermindering
 
Voor  de btw is de schrapping van de registratievoorwaarde dus nog niet definitief, maar inzake inkomstenbelastingen is een soortgelijke wijziging wel al definitief. De aanpassing is echter niet exact dezelfde. Voor de inkomstenbelastingen speelt het btw-neutraliteitsbeginsel evident niet, dus daar is alleen de discriminatie van aannemers uit andere EU-landen een pijnpunt. Daarom wordt de registratievoorwaarde niet zondermeer geschrapt, maar alleen versoepeld, namelijk door voortaan toe te laten dat buitenlandse aannemers die in hun eigen land geregistreerd zijn, ook in aanmerking komen.

Het gaat om de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven (installatie van zonnepanelen, isolatie enz.) en de belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van privé-woningen tegen inbraak of brand.

Voortaan krijgt men die belastingverminderingen dus ook als de installatie gebeurt door een aannemer die niet in België geregistreerd is maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie. Dat staat in het koninklijk besluit van 6 april 2010, dat verschenen is in het Staatsblad van 13 april 2010.



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive