nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Finaal advies inzake meerwaarden op aandelen gepubliceerd door DVB
 
Op 22 maart 2011 heeft de Dienst Voorafgaande Beslissingen een finaal advies gepubliceerd inzake de meerwaarden op aandelen (art. 90, 9, 1ste gedachtestreepje W.I.B.1992) (www.ruling.be). Het advies - dat rekening houdt de opmerkingen die werden gegeven op het ontwerp van advies dat lange tijd gepubliceerd stond op de website van de Rulingdienst - betreft de vraag naar de belastbaarheid van meerwaarden op aandelen in het kader van de diverse inkomsten. Het finaal advies bevat - in vergelijking tot het voorheen geldende zgn. 'standpunt' - niet echt wereldschokkende dingen.

Vooreerst stelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat ze de voorgelegde verrichting steeds zal aftoetsen aan criteria die ook in de rechtspraak aan bod komen. In bijlage bij het advies wordt een overzicht van deze criteria opgenomen. De Dienst Voorafgaande Beslissingen stelt hierbij dat het evident is dat zij de evolutie in de rechtspraak in aanmerking zal nemen.

De criteria zijn de volgende :

i. het al dan niet aanwezig zijn van economische motieven;
ii. het complex karakter van de verrichting of het spitsvondig feitencomplex;
iii. bij de verrichting(en) zijn pas opgerichte vennootschappen betrokken (hetzij de exploitatievennootschappen, hetzij de holding);
iv. de meerwaarde;
v. de wijze van financiering en de eventuele borgstelling;
vi. de financiële draagkracht van de kopende vennootschap;
vii. de uitkering van dividenden tussen de verwerving van de aandelen van de bij de verrichting betrokken vennootschappen en de voorgelegde verrichting;
viii. de verrichting(en) dienen in hun geheel te worden bekeken, al dan niet gebruikmakend van vennootschappen die worden gecontroleerd door de aanvrager en al dan niet gebruikmakend van specialisten. Het betreft hier meer bepaald de (analyse van de) wijze van beheer van het privaat patrimonium;
ix. de waardering van de aandelen.

Bij het aftoetsen van deze criteria moet volgens de Dienst geen onderscheid worden gemaakt naargelang het een inbreng dan wel een verkoop van aandelen betreft. Uit de rechtspraak - zo bevestigt de Dienst Voorafgaande Beslissingen - kan worden afgeleid dat de criteria, weliswaar niet afzonderlijk maar in combinatie met één of meerdere andere criteria, tot het besluit kunnen leiden dat er al dan niet sprake is van een normaal beheer van privévermogen.

Gaat het om de verkoop van aandelen van een "kasgeldvennootschap", dan neemt de Dienst Voorafgaande Beslissingen aan dat dergelijke verkoop niet beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen. Bedoeld worden de verkopen van aandelen van een kasgeldvennootschap die voortkomt uit een kasgeldconstructie; nl. een geheel van verrichtingen uitgevoerd in een zeer kort tijdsverloop ("het oprichten van een nieuwe vennootschap, het liquide maken van de bestaande vennootschap waarbij onder meer bepaalde activa worden overgedragen aan de nieuwe vennootschap die daardoor in staat is de activiteiten verder te zetten en uiteindelijk de verkoop van de aandelen van de kasgeldvennootschap"), en waarbij dikwijls "persoonlijke verbintenissen" worden aangegaan ("het nemen van risico").

Ook hier stelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat zij bij het beoordelen van de verrichting rekening zal houden met de "criteria" in de rechtspraak, met ook hier toevoeging van een overzicht van deze "criteria" (waarbij het om dezelfde criteria gaat als bij een verkoop van aandelen van een 'gewone' vennootschap; zie hoger).

Omtrent verrichtingen van 'inbreng van aandelen' stelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen opnieuw dat zij de verrichting zal aftoetsen aan criteria die in de rechtspraak aan bod komen. En ook hier een toevoeging van een overzicht van deze criteria (waarbij het om dezelfde criteria gaat als bij een verkoop van aandelen; zie hoger).

Het definitieve advies geeft in het algemeen overzicht bij verrichtingen van 'inbreng van aandelen' ook een aantal aandachtspunten mee.

Vooreerst stelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat het noodzakelijk kan zijn het waarderingsverslag van de revisor of de accountant te bezorgen vooraleer een beslissing over de voorgelegde verrichting(en) kan genomen worden. Dit was in het verleden ook reeds het geval.

Verder meldt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat zij bij het beoordelen van de verrichting "het geheel van verrichtingen" zal bekijken, die voorafgaan aan of volgen op de verrichting waarover een ruling wordt gevraagd. De Commissie heeft immers vastgesteld dat de rechtspraak rekening houdt met de opeenvolgende verrichtingen, zowel vóór als na de overdracht van de aandelen.

Een tweede aandachtspunt betreft de geldigheidsduur van een afgeleverde ruling (punt 14 van het advies). De Commissie heeft naar eigen zeggen in de praktijk vastgesteld dat de geplande verrichting(en) soms lange tijd na het verkrijgen van de voorafgaande beslissing nog niet werd(en) uitgevoerd, waarbij vragen kunnen worden gesteld inzake het concrete karakter van de verrichting. Daarom zal zij voortaan in de voorafgaande beslissing opnemen dat de beslissing slechts geldig blijft voor een periode van één jaar en dit vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.

Wat betreft de zgn. engagementen die de aanvrager dient aan te gaan, geeft het advies enkele voorbeelden van mogelijke engagementen mee in het advies van 22 maart 2011 (punt 15). Deze lijst lijkt dus niet exhaustief te zijn.

Vooreerst wordt verwezen naar het 'engagement' dat gedurende drie jaar vanaf de inbreng de dividenduitkeringen door de werkvennootschap niet zullen wijzigen in vergelijking met de situatie vóór de inbreng in de holdingvennootschap.

In een aantal gevallen mogen (zoals voorheen) toch hogere dividenden worden uitgekeerd. Eén ervan betreft de situatie waarbij de hogere dividenden mogen worden aangewend voor de betaling van de aandeelhouders die niet betrokken zijn bij de inbrengverrichting en die wensen uit te treden.

Volledigheidshalve dient opgemerkt dat twee nieuwe engagementen die aanvankelijk in het ontwerp van advies werden opgenomen,niet terugkomen in het finaal advies van 22 maart 2011. Het ontwerp van advies verwees naar twee engagementen die in de ruling dienen opgenomen te worden wanneer meerdere aandeelhouders de aandelen van hun werkvennootschap(pen) wensen in te brengen in hun respectievelijke persoonlijke holdingvennootschap. In het definitieve advies komt enkel nog het eerste nieuwe engagement voor, nl. dat "indien gedurende de periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng van de aandelen in de persoonlijke holdingvennootschappen, kapitaalverminderingen en/of hogere dividenduitkeringen [door de werkvennootschappen] nodig zijn voor nieuwe investeringen door (één van) de persoonlijke holdingvennootschappen, deze kapitaalverminderingen en/of hogere dividenduitkeringen zullen worden beperkt tot het bedrag van de 'duurste' investering die door één van de persoonlijke holdingvennootschappen zal worden gedaan".

Met andere woorden, iedere persoonlijke holdingvennootschap zal in principe een bedrag ter beschikking krijgen dat overeenstemt met de 'duurste' investering die één van de persoonlijke holdingvennootschappen zal verrichten. Gebruikt één van deze holdings de sommen niet (volledig) voor nieuwe investeringen, dan zullen ze drie jaar geblokkeerd dienen te blijven bij de respectievelijke persoonlijke holdingvennootschap. Zij mogen in geen geval binnen de periode van drie jaar doorstromen naar de aandeelhouders/natuurlijke personen.

Het tweede bijkomende 'engagement' (dat in het definitieve advies niet meer hernomen is) betrof de situatie waarin binnen de voormelde driejarige periode een holding niet is overgegaan tot het uitvoeren van investeringen ten belope van het volledige bedrag aan kapitaalverminderingen en/of hogere dividenduitkeringen. Het 'engagement' hield dan in dat de vennootschap het saldo (dat niet werd aangewend voor investeringen) niet mocht gebruiken om een kapitaalvermindering door te voeren, zolang dit saldo niet is weder uitgekeerd als dividend (met roerende voorheffing) aan de aandeelhouders/natuurlijke personen.

Het is niet uitgesloten dat de Dienst Voorafgaande Beslissingen voormelde engagementen bij een aanvraag toch nog oplegt, nu in het finaal advies van 22 maart 2011 de engagementen louter als voorbeelden worden weerhouden.

J. ROSELETH
Advocaat-vennoot DE BROECK VAN LAERE & PARTNERS

 



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....lire la suite
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....lire la suite
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....lire la suite
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....lire la suite
 
site web par webalive