nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Wat houdt het bankgeheim nog in?
 
Nu minister van Financiën Reynders zelf op 19 maart 2010 een voorstel gelanceerd heeft om het bankgeheim in België te hervormen, is het interessant om eens te overlopen welke draagwijdte dat beruchte bankgeheim heeft in ons land, en op welke punten het de laatste jaren al uitgehold is.

Het bankgeheim houdt in dat de fiscus bij een bank geen inlichtingen mag verzamelen die hij kan gebruiken om de cliënten van die bank te belasten. Dat verbod staat letterlijk in het Wetboek Inkomstenbelastingen, in artikel 318. Als de fiscus dat verbod overtreedt, zal de fiscale rechter de aanslag die met behulp van die inlichtingen gevestigd is, vernietigen. Maar het bankgeheim is in België, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Luxemburg, niet strafrechtelijk beschermd. Een bankier heeft geen formeel beroepsgeheim, alleen een “discretieplicht”, en kan dan ook in principe niet vervolgd worden als hij informatie prijsgeeft aan de fiscus.

Maar nog afgezien daarvan zijn er heel wat uitzonderingen. Het bankgeheim is dus zeker niet absoluut.

Mechanisme van belastingontduiking
 
De eerste uitzondering staat al dadelijk in artikel 318 van het WIB 1992 zelf. Als de fiscus stoot op “concrete elementen die het bestaan of de voorbereiding van een mechanisme van belastingontduiking kunnen doen vermoeden”, kan de fiscus toch bij de bank in kwestie op zoek gaan naar de nodige gegevens waarmee hij de betrokken cliënt kan belasten. Dat kan bovendien sinds 2006 zonder veel formaliteiten, want de ambtenaar die het onderzoek doet, hoeft alleen maar de toestemming te vragen van zijn directeur. Vroeger moest hij de toestemming hebben van de top van Financiën, wat natuurlijk een hogere drempel inhield. Een beperking is wel dat die “concrete elementen” aan het licht gekomen moeten zijn tijdens een onderzoek naar de fiscale toestand van de bank zelf. De fiscus mag dus niet voortgaan op aanwijzingen die hij elders gevonden heeft. Ook de fiscus aanvaardt dat in zijn administratieve commentaar, hoewel de wet zelf op dat punt geen volledige duidelijkheid brengt.

Verder bestaat over de concrete draagwijdte van die uitzonderingsbepaling veel onzekerheid. De minister is nooit concreet ingegaan op vragen daarover. Het helpt ook niet dat de omschrijving in de fiscale wet sinds 1996 afwijkt van (en nu ruimer is dan) die in de financiële wetgeving. De Bankcommissie moet immers ook fraudemechanismen rapporteren aan het parket. Maar in die context is sprake van een “bijzonder mechanisme”, dat herhaaldelijk of stelselmatig gebruikt wordt. Die bijkomende voorwaarden zijn er fiscaal niet. Bovendien schijnt de fiscus er zelf van uit te gaan dat haast alles een “concreet element” kan zijn. En dat het volstaat dat zo'n mechanisme “voorbereid” wordt, laat ook al veel speelruimte. Vast schijnt alleen te staan dat de bank zelf op een of andere manier bij de fraude (of de voorbereiding ervan) betrokken moet zijn, door advies te geven of door zelf bepaalde handelingen te verrichten die de belastingontduiking mogelijk maken. En het gaat om fraude, dus er moet opzet in het spel zijn. Als de bank of haar cliënt iets doet zonder de gevolgen te beseffen, kan deze uitzondering op het bankgeheim dus niet van toepassing zijn.

Fase van bezwaar en invordering
 
Verderop in het Wetboek Inkomstenbelastingen staan nog twee andere uitzonderingen. Het bankgeheim geldt niet in de bezwaarfase (artikel 374 WIB 1992) en ook niet in de fase van de invordering (artikel 319bis WIB 1992). In de praktijk zijn dat echter “ongevaarlijke” uitzonderingen. Want de fiscus zegt zelf dat de ambtenaar die het bezwaarschrift onderzoekt, van de opheffing van het bankgeheim geen misbruik mag maken door een volledig onderzoek te doen naar de fiscale toestand van de belastingplichtige. Hij mag alleen de gegrondheid  van het bezwaar onderzoeken, en niets doen wat tot bijkomende belasting zou kunnen leiden. En de ontvanger die aan de bank inlichtingen vraagt over de financiële toestand van een wanbetaler, mag niets van wat hij te weten komt, doorspelen aan een ambtenaar die zich bezighoudt met de vestiging van belastingen (het vaststellen van de juiste belasting). Dat staat in de memorie van toelichting bij de wet die in 2006 de uitzondering voor de ontvanger ingevoerd heeft.

Uitzonderingen voor strafdossiers, bankkaarten, leasing
 
Meer in het algemeen is de belangrijkste uitzondering misschien wel dat het bankgeheim alleen geldt voor privérekeningen. Beroepsrekeningen mogen altijd nagekeken worden door de fiscus. Dat geldt ook voor rekeningen die zowel beroepsmatig als privé gebruikt worden.

Een andere uitzondering is dat de fiscus wél bankgegevens mag gebruiken die hij in handen gekregen heeft via inzage van een strafdossier. Dat heeft de rechtspraak beslist.

De rechtspraak heeft ook al beslist dat gegevens over transacties met bankkaarten die beheerd worden door Banksys, niet onder het bankgeheim vallen. Kredietkaartmaatschappijen vallen dan weer wél onder het bankgeheim volgens de minister van Financiën. Voor een leasingmaatschappij is de situatie dubbelzinnig. Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat zij in elk geval onder het bankgeheim vallen. Dat geldt immers voor financiële instellingen in ruime zin.

Maar het bankgeheim geldt alleen voor cliënten van de financiële instelling. Dus niet voor bijvoorbeeld een leverancier. Of voor iemand die een leasingauto overkoopt na afloop van de leasingtermijn. Daarom vindt het Hof van Cassatie dat de fiscus inlichtingen mag inzamelen bij een leasingmaatschappij om kopers van zulke auto's te belasten (als zij de auto onder de marktprijs hebben kunnen overkopen).

... en buitenlandse rekeningen
 
Ten slotte geldt het bankgeheim ook niet voor buitenlandse rekeningen. Iedereen is immers verplicht om die te vermelden in zijn aangifte in de personenbelasting.

De fiscus gaat er voorts van uit dat het bankgeheim niet van toepassing is op inlichtingen die hij krijgt van buitenlandse fiscale administraties. Ook al gaat het om inlichtingen die de buitenlandse collega's op hun beurt ingewonnen hebben bij een (buitenlandse) bank.

Iets anders is het wel als de Belgische fiscus zelf aan de buitenlandse collega's zou vragen om een onderzoek te doen bij een (buitenlandse) bank. De meeste dubbelbelastingverdragen verbieden dat de fiscus informatie vraagt die hij op basis van zijn eigen wetgeving niet zou mogen inzamelen.

Maar precies op dat punt staat er veel te veranderen. Het nieuwe verdrag met de VS van 2006 dient op dat punt als model. In dat verdrag is geregeld dat de Belgische en Amerikaanse fiscus bankgegevens mogen uitwisselen, weliswaar alleen op verzoek en in bij naam genoemde individuele gevallen. Als de Amerikaanse fiscus erom vraagt, moet de Belgische fiscus bij een Belgische bank dus op zoek gaan naar de gevraagde gegevens. Ook al zou dat normaal gezien niet kunnen op grond van het Belgische bankgeheim. En andersom geldt hetzelfde.

België is op dit moment bezig om met zoveel mogelijk andere verdragspartners een protocol bij het verdrag af te sluiten dat op dezelfde manier wederzijdse uitwisseling van bankgegevens regelt. De meeste van die protocollen zullen vermoedelijk pas in werking treden in 2011. Maar dat met Nederland zou terugwerkende kracht hebben...

Reden te meer om een fiscale regularisatie te overwegen, iets waar wij U als kantoor perfect kunnen in bijstaan.

Niet voor indirecte belastingen
 
Tot slot merken we nog op dat het zogenaamde bankgeheim alleen voor de directe belastingen bestaat. Als het gaat om bijvoorbeeld BTW of successierechten, kan de fiscus wél alle nodige informatie opvragen bij een bank. De vraag is dan of de ambtenaren van de BTW enz. de informatie die ze zo ontdekken, mogen doorgeven aan hun collega's van directe belastingen. Het Hof van Cassatie heeft op dat punt geruststelling gebracht. Het bankgeheim mag op die manier niet omzeild worden.



18-09-17 Aanslag geheime commissielonen: Grondwettelijk Hof perkt ontsnappingsroute in
In principe volstaat het nu om de verkrijger van een “geheim commissieloon” tijdig te identificeren om aan de aanslag geheime commissielonen te ontsnappen. ....lees meer
 
08-09-17 Nieuwe Omzettingstabellen vruchtgebruik gepubliceerd
Men weet dat onze wetgever in 2014 eindelijk werk heeft gemaakt van de wijze waarop het erfelijke vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote gewaardeerd moet worden, indien de omzetting wordt gevraagd en de partijen (echtgenoot-vruchtgebruiker versus kinderen-blote eigenaars) daarover geen akkoord kunnen vinden.....lees meer
 
01-09-17 Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:....lees meer
 
08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....lees meer
 
website door webalive