nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Werknemersbijdrage voor bedrijfswagen: rechtspraak past aftrekbeperking streng toe
 
Een courant toegepaste praktijk in verband met de aftrek van autokosten komt op de helling te staan als een recent arrest van het Antwerpse Hof van Beroep navolging zou krijgen. Wanneer de werknemer een bijdrage betaalt voor het gebruik van een auto, mag die bijdrage niet in mindering gebracht worden bij het berekenen van de verworpen uitgaven, aldus het Hof. De aftrekbeperking voor autokosten zou dus onverkort gelden, ook voor het deel van de kosten dat de werknemer terugbetaalt.

Autokosten zijn normaal gezien slechts beperkt aftrekbaar. Stel dat de autokosten 3000 bedragen en dat het gaat om een auto waarvoor een aftrekpercentage van 75% geldt. In principe worden dan 750 van die autokosten als verworpen uitgaven toegevoegd aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. Slechts 2250 is aftrekbaar.

“Autokosten” soms toch 100% aftrekbaar
 
Tenzij de auto ter beschikking gesteld wordt van een werknemer. Want dan mag de werkgever het deel van de autokosten dat overeenstemt met dat voordeel van alle aard, wél volledig aftrekken. Dat is logisch, want eigenlijk moet het “voordeel van alle aard” beschouwd worden als een bezoldiging. En een bezoldiging is volledig aftrekbaar. Stel dat diezelfde werknemer voor het gebruik van de auto belast wordt op een voordeel van alle aard van 1000. Dan komt bij de werkgever maar 500 in verworpen uitgaven terecht in plaats van 750. 2500 is aftrekbaar (1000 + 75% van 3000-2000).

Tot zover is er geen discussie. Want de fiscus heeft die regel opgenomen in de administratieve commentaar (Com. IB 1992 66/40: “Om dubbele belasting te vermijden past het, het gedeelte van de kosten met betrekking tot het gebruik van een voertuig door een derde, niet te beperken wanneer het overeenstemmende voordeel van alle aard voor die derde een belastbaar bestanddeel vormt.”).

Maar wat met deel dat werknemer terugbetaalt?
 
In de praktijk wordt dezelfde redenering ook toegepast op het geval waarin de werknemer aan zijn werkgever een bijdrage betaalt voor het gebruik van de auto. Die bijdrage zit dan natuurlijk in het belastbaar resultaat van de werkgever. Op het deel van de autokosten dat overeenstemt met de bijdrage van de werknemer, wordt dan geen aftrekbeperking toegepast. Stel dat in ons voorbeeld de werknemer 1000 betaalt aan zijn werkgever (rechtstreeks of via een inhouding op het loon). Van de autokosten zijn dan 2500 aftrekbaar. 500 komt in verworpen uitgaven. Net zoals in het geval waarin de werknemer niets betaalt maar belast wordt op een voordeel van alle aard. Doorgaans aanvaardt de fiscus die berekeningswijze.

Maar met betrekking tot zo'n geval is er nu discussie gerezen voor het Hof van Beroep van Antwerpen. Het Hof kijkt gewoon naar de wettekst over autokosten (art. 66 WIB 1992). En die wettekst, merkt het Hof op, maakt geen enkel onderscheid tussen autokosten naargelang die wel of niet terugbetaald worden.

In ons voorbeeld moet de aftrekbeperking dus toegepast worden op de volledige 3000 in plaats van op 2000. Slechts 2250 van de autokosten is aftrekbaar volgens het Antwerpse Hof van Beroep, en niet 2500. 750 komt in verworpen uitgaven.

Logisch is dat allesbehalve. De fiscus zegt dat hij de hogergenoemde soepelheid met betrekking tot voordelen van alle aard toepast om dubbele belasting te vermijden: bij de werknemer belasting op het voordeel van alle aard en bij de werkgever op de verworpen uitgaven. Maar als de werknemer een bijdrage betaalt voor het gebruik van de auto, is er toch evengoed dubbele belasting? De werkgever betaalt namelijk belasting op de bijdrage die hij ontvangt van zijn werknemer én op de verworpen uitgaven. Bovendien is de aftrekbeperking voor autokosten in de jaren '80 van vorige eeuw ingevoerd omdat er vaak “misbruik” is: auto's zijn gemakkelijk privé te gebruiken. Maar als de werknemer betaalt voor het gebruik van de auto, is er ook geen “misbruik” en valt de reden weg om een aftrekbeperking toe te passen.

Het laatste woord in die discussie is dus zeker nog niet gezegd.

De aftrekbeperking voor autokosten is overigens onlangs grondig aangepast. Zie daarvoor ons artikel “Nieuwigheden vanaf 1 januari 2010: fiscus is streng voor auto's en belastingparadijzen”.

(Antwerpen 24 november 2009)



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive