nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
DBI-overdracht is nu officieel mogelijk
 
Sinds 1 januari 2010 staat in de wet dat ongebruikte DBI-aftrek overgedragen mag worden naar volgende belastbare tijdperken. De regering kon ook moeilijk anders dan de wet laten aanpassen, nadat België op de vingers getikt was door het Europese Hof van Justitie in de geruchtmakende Cobelfret-zaak. Maar de fiscus stelt zich soepel op en kondigt aan dat de DBI-aftrek in bepaalde gevallen ook toegestaan zal worden voor dividenden van buiten de Europese Unie.

Als een vennootschap dividenden ontvangt, zijn die normaal gezien voor 95% vrijgesteld van belasting onder de vorm van de zogenaamde DBI-aftrek (“definitief belaste inkomsten”). De redenering daarachter is dat die dividenden al eens belast zijn bij de vennootschap die ze uitkeert. Ze nog eens belasten bij de onderneming die de dividenden ontvangt, zou dus neerkomen op dubbele belasting.

Cobelfret
 
Het probleem daarbij was tot nog toe dat een verlieslatende vennootschap in de praktijk geen gebruik kon maken van die vrijstelling. Want de DBI-aftrek was niet overdraagbaar naar volgende jaren. Zonder winst kan men vanzelfsprekend geen aftrekken toepassen, maar als men dan die “niet-benutte” aftrek ook niet kan overdragen naar volgende jaren, gaat hij definitief verloren en is het eigenlijk alsof men helemaal geen aftrekmogelijkheid heeft. Dat vond toch het Europese Hof van Justitie in een ophefmakend arrest in de zaak Cobelfret.

De redenering van het Europese Hof was simpel. Het Europese recht, en met name de zogenaamde Moeder-dochterrichtlijn, legt op dat dividenden die een moedervennootschap ontvangt van een dochtervennootschap, op één of andere manier vrijgesteld moeten zijn van belasting. Als België geen overdracht toestaat van niet-benutte DBI's, geldt er feitelijk géén vrijstelling voor verlieslatende vennootschappen. En dat is dus geen juiste toepassing van het Europese recht. Vandaar dat de wet nu aangepast wordt om DBI-overdracht toe te laten.

Maar daarmee waren alle problemen niet opgelost. Het Europese Hof van Justitie spreekt zich uit over de betrekkingen tussen twee landen van de Europese Unie, in dit geval dus een Belgische vennootschap die een dividend uitbetaald krijgt van een vennootschap in een ander EU-land. Maar daarmee is strikt genomen nog niets gezegd over het geval van een Belgische vennootschap die een dividend ontvangt van een andere Belgische vennootschap. En zeker ook niet over een Belgische moedervennootschap die een dividend krijgt van een dochter van buiten de Europese Unie.

Toch geldt de wetswijziging ook voor “intern-Belgische” dividendenstromen. Dat is evident, want de regering is natuurlijk nooit van plan geweest om Belgische dividenden ongunstiger te behandelen dan buitenlandse.

Niet alleen EU
 
Wat de wetswijziging niet regelt, is het geval van dividenden die aan een Belgische moedervennootschap uitbetaald worden door een dochter van buiten de Europese Unie. Daarom heeft de fiscus een circulaire uitgebracht waarin hij uitlegt waarop men moet letten.

Een algemene regel is er niet. Men moet voor elk land apart nagaan of DBI-overdracht mogelijk is. Het gemakkelijkst is het om eerst te kijken naar het dubbelbelastingverdrag dat België afgesloten heeft met dat land. In sommige van die verdragen staat dat dividenden die vanuit dat land uitgekeerd worden aan een Belgische vennootschap, op dezelfde manier behandeld moeten worden als dividendenstromen tussen twee Belgische vennootschappen. Dus moet ook DBI-overdracht mogelijk zijn. In ondermeer de verdragen met de VS en Zwitserland staat zo'n passage.

Staat er niets in het verdrag, of heeft België géén verdrag met het land in kwestie, dan wordt alles veel vager. Het komt erop neer dat de Belgische moeder niet te veel invloed mag hebben op de besluitvorming bij de buitenlandse dochter. Met té veel invloed is er geen DBI-overdracht. Dat heeft te maken met het verschil tussen de vrijheid van kapitaalverkeer en de vrijheid van vestiging in het Europese recht, en het feit dat die laatste vrijheid alleen geldt binnen de EU en de eerste ook in betrekkingen met landen van buiten de EU. Hoe dan ook blijft het onduidelijk hoeveel invloed er mag zijn zonder het voordeel van de DBI-overdracht te verliezen.

Ook voor het verleden
 
Bijna even ingewikkeld is het antwoord op de vraag of DBI-overdracht ook voor het verleden mogelijk is. Formeel geldt de wetswijziging pas vanaf 1 januari 2010. Maar in een vorige circulaire had de fiscus al toegegeven dat het arrest van het Hof van Justitie eigenlijk terugwerkende kracht heeft vanaf de inwerkingtreding van de Moeder-Dochterrichtlijn, dus vanaf aanslagjaar 1992. Zo simpel is het echter niet.

Om te beginnen moet er natuurlijk nog een termijn openstaan om een rechtzetting te krijgen voor een geweigerde DBI-overdracht in het verleden. Met een verzoek tot ambtshalve ontheffing kan men vijf jaar teruggaan in de tijd, en daarna is er in principe niet veel meer aan te doen. Een burgerrechtelijke vordering op basis van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek (aansprakelijkheid van de overheid voor een onwettige belasting) is een theoretische mogelijkheid, maar blijkt in de praktijk niet zo simpel en bovendien is er discussie over de juiste verjaringstermijn.

Bovendien moet er eens te meer land per land nagegaan worden hoever men terug kan gaan in het verleden. Voor EU-lidstaten is in principe de datum van toetreding bepalend. Voor Bulgarije en Roemenië bijvoorbeeld gelden de regels van de Moeder-Dochterrichtlijn dus pas vanaf 2007. Dus geen DBI-overdracht voor dividenden uit die beide landen vóór 2007. Voor landen van buiten de EU hangt alles van het dubbelbelastingverdrag af. En om het nog wat ingewikkelder te maken, levert het verdrag soms een andere begindatum op dan toetreding tot de EU. En dan is er nog de Europese Economische Ruimte (EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), die met de EU gelijkgesteld wordt, maar dan pas vanaf 1994 en niet voor Liechtenstein, dat als “belastingparadijs” een uitzondering vormt inzake DBI.

Tot slot: de hele discussie heeft alleen betrekking op dividendenstromen tussen moeder- en dochtervennootschappen. Dat wil zeggen dat de moeder minstens 10% van het kapitaal van de dochter moet bezitten. 



18-09-17 Aanslag geheime commissielonen: Grondwettelijk Hof perkt ontsnappingsroute in
In principe volstaat het nu om de verkrijger van een “geheim commissieloon” tijdig te identificeren om aan de aanslag geheime commissielonen te ontsnappen. ....lees meer
 
08-09-17 Nieuwe Omzettingstabellen vruchtgebruik gepubliceerd
Men weet dat onze wetgever in 2014 eindelijk werk heeft gemaakt van de wijze waarop het erfelijke vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote gewaardeerd moet worden, indien de omzetting wordt gevraagd en de partijen (echtgenoot-vruchtgebruiker versus kinderen-blote eigenaars) daarover geen akkoord kunnen vinden.....lees meer
 
01-09-17 Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:....lees meer
 
08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....lees meer
 
website door webalive