nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
FISCALE REGULARISATIE VAN ROERENDE INKOMSTEN :
MYTHE EN WERKELIJKHEID
 
Waarom is de doorsnee Belg met een buitenlandse vermogen de jongste tijd meer dan matig geïnteresseerd, zelfs al is hij misschien nog beroepsmatig actief, om over te gaan tot een fiscale “regularisatie”. Klopt het wat in de pers verschijnt dat via het Contactpunt Regularisaties voor een habbekrats buitenlandse vermogens geregulariseerd of “witgewassen” kunnen worden?

1. HET INTERNATIONALE BANKENLANDSCHAP IN BEWEGING - BANKGEHEIM NIET MEER ABSOLUUT - VERRUIMING VAN DE GEGEVENSUITWISSELING
 
De Europese Spaarrichtlijn, in werking getreden op 1 juli 2005, verplicht de EU-lidstaten om aan de fiscus te melden hoeveel intresten ze betalen aan niet - ingezetenen. Luxemburg, Oostenrijk en België bedongen voor zichzelf echter een uitzondering op die regel. Zij verstrekten geen gegevens aan andere landen, maar in ruil wordt wel een Europese voorheffing (de zogenaamde 'woonstaatheffing') ingehouden op intresten die aan buitenlandse spaarders uitgekeerd worden. Aanvankelijk bedroeg deze 15 procent, thans  20 procent. De opbrengst ervan wordt gedeeld met het land waarin de rentegenieter woont. Dat leidde tot de situatie dat Belgen hun spaargeld in alle anonimiteit in Luxemburg konden parkeren, zonder dat Luxemburg aan België informatie moest prijsgeven. In Nederland, Frankrijk en andere Europese landen is dit niet het geval en deze landen verstrekken dat ook reeds op eigen initiatief gegevens van rekeningshouders aan de Belgische fiscus.

België heeft onlangs aangekondigd dat het binnenkort overschakelt op de automatische gegevensuitwisseling. En ook binnen de Europese Unie worden initiatieven genomen om de gegevensuitwisseling ook toe te passen op een aantal verzekeringsproducten die nu nog de dans ontsnappen

Uit de recente ontwikkelingen op internationaal vlak blijkt dat ook de Belgische spaarders steeds minder hun spaargeld discreet in het buitenland (waaronder Luxemburg) kunnen herbergen. Zo heeft België zeer recentelijk met Luxemburg een avenant bij het dubbelbelastingverdrag getekend. Op grond daarvan kan Luxemburg niet meer weigeren om inlichtingen aan België over te maken om de enkele reden dat die inlichtingen in handen zijn van een bank, trust, stichting of fiduciaire. Luxemburg heeft wel gepreciseerd dat de uitwisseling van inlichtingen alleen 'op verzoek' zal gebeuren.

En ondertussen horen we dat de Europese Commissie aan een voorstel van richtlijn werkt dat wil verhinderen dat de lidstaten nog hun intern bankgeheim kunnen inroepen om te weigeren inlichtingen te verstrekken. Krachtens het voorstel zouden de lidstaten de nieuwe regeling uiterlijk op 1 januari 2010 in hun interne wetgeving moeten omzetten

2. VALT EEN FISCALE REGULARISATIE TE OVERWEGEN?
 
Sedert de Wet van 27 december 2005 bestaat de mogelijkheid van de fiscale regularisatie. De regularisatieprocedure biedt de mogelijkheid - ook voor de belastingplichtige die beroepsmatig actief is - om op een discrete manier een destijds niet aangegeven (buitenlands) vermogen te “regulariseren”.

Deze fiscale regularisatie gebeurt via een binnen de schoot van de belastingadministratie georganiseerd “Contactpunt Regularisaties”.

Hieronder worden enkele van de meest klassieke vragen over deze Procedure nader besproken.

2.1. VOOR WELKE PERIODE MOET/KAN IK REGULARISEREN ? IS ER EEN VERBAND TUSSEN AANSLAGTERMIJNEN EN 'FISCALE REGULARISATIE' ?

Artikel 354, eerste en tweede lid van het Wetboek van inkomstenbelastingen bepaalt de aanslagtermijn waarbinnen de fiscus niet aangegeven inkomsten alsnog kan belasten. Er zijn twee verschillende termijnen, één van 3 jaar en één van 7 jaar. De termijn van 3 jaar geldt voor onopzettelijke vergissingen of nalatigheden in de fiscale aangifte. De verlengde termijn van 7 jaar geldt ingeval de aangifte opzettelijk verkeerd is. M.a.w. als de aangifte niet of onvolledig is ingediend 'met bedrieglijk opzet of met oogmerk om te schaden'. Deze termijnen van 3 of 7 jaar worden berekend vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

Tot het einde van het kalenderjaar 2010, kan de fiscus, ingeval er géén sprake is van bedrieglijk opzet, een aanslag in de personenbelasting vestigen voor aanslagjaar 2010 (inkomsten 2009), aanslagjaar 2009 (inkomsten 2008) en aanslagjaar 2008 (inkomsten 2007). Voor de inkomsten van 2003 t.e.m. 2006 is geen taxatie meer mogelijk, tenzij er sprake is van bedrieglijk opzet. Is dat laatste het geval, kunnen de inkomsten van het kalenderjaar 2003 tot 2009 worden belast.

Volgens het “Contactpunt Regularisaties” is het de vrije keuze van de belastingplichtige om een fiscale regularisatie in de dienen voor de periode die hij verkiest. In het licht van de voorgaande wetsbepalingen bedraagt de aangifteperiode dus ogenschijnlijk minstens 3 of 7 jaar. Doorgaans wordt daarom voor een fiscale regularisatie van roerende inkomsten geadviseerd deze minstens in te dienen voor een periode die de 7 laatste inkomstenjaren beslaat. Het voordeel daarvan is voor de hand liggend : de geregulariseerde inkomsten kunnen, uiteraard, geen tweede keer aan belasting worden onderworpen.

Dit laatste staat los van de witwasproblematiek (infra, sub 3.).

2.2. WAT REGULARISEREN? WELKE SOORTEN INKOMSTEN KUNNEN WORDEN GEREGULARISEERD?

Voor de toepassing van de fiscale regularisatie wordt een onderscheid gemaakt tussen 'geregulariseerde beroepsinkomsten' en 'geregulariseerde overige inkomsten'.

Onder 'overige inkomsten' wordt verstaan de onroerende, roerende of diverse inkomsten, waarvan de aangever het bewijs levert dat zij voor hem geen beroepsmatig karakter hebben. Dit bewijs kan worden geleverd met alle middelen van recht en gebeurt in de praktijk, voor een in het buitenland aangehouden bankrekening bijvoorbeeld, door aan te tonen dat in de loop van de te regulariseren jaren er geen stortingen zijn gebeurd op de buitenlandse bankrekening. Volgens het Contactpunt Regularisaties volstaat dit element om aan te tonen dat het kapitaal voortkomt uit persoonlijke spaargelden. In dat geval dienen voor de bewuste jaren enkel de genoten roerende inkomsten (interesten en dividenden) te worden geregulariseerd.

Dit laatste staat weer los van de witwasproblematiek. Wie met een fiscale regularisatie wil toedekken dat hij een kapitaal met een iliciete herkomst wil witwassen, bezondigt zich aan een witwasmisdrijf (infra, sub 3.).

2.3. WAT KOST DE REGULARISATIE / REGULARISEREN TEGEN WELK BELASTINGTARIEF

De fiscale regularisatie gebeurt overeenkomstig het belastingregime volgens de aard van de geregulariseerde inkomsten ('geregulariseerde beroepsinkomsten' of 'geregulariseerde overige inkomsten', cf. supra).

De geregulariseerde 'overige inkomsten' (de onroerende inkomsten, roerende inkomsten of diverse inkomsten) worden aan hun normale belastingtarief onderworpen, vermeerderd met aanvullende gemeentebelasting en aanvullende crisisbijdrage. Voor de regularisatie-aangifte ingediend na 1 januari 2007 bedraagt de belastingverhoging 10 procentpunten, bovenop het normaal belastingtarief (voor interest bedraagt het basistarief 15% en voor dividenden 25%). Bijvoorbeeld voor interest die niet werd aangegeven in de aangifte personenbelasting bedraagt de regularisatieheffing 25%, voor dividenden 35%.

De geregulariseerde beroepsinkomsten worden aan hun normale belastingtarief onderworpen, desgevallend verhoogd met de algemene crisisbelasting of de toepasselijke aanvullende gemeentebelasting. Gelet op de progressieve belastingtarieven (ttz. naarmate de inkomsten stijgen, stijgen de verschuldigde belastingen) wordt de fiscale regularisatie van beroepsinkomsten vaak duur bevonden. Daarbovenop komt nog de eventuele verschuldigdheid van B.T.W en sociale bijdragen.

Nagemeld voorbeeld maakt dit duidelijk.

Per hypothese bezit een belastingplichtige, einde 2003, 1 miljoen euro aan effecten bij een Luxemburgse bank, die jaarlijks een gemiddelde opbrengst van 4%, per veronderstelling dividenden, opleveren. Bij een fiscale regularisatie voor de inkomstenjaren 2003, 2004, 2005, 2006, 2007,2008 en 2009 dient de belastingplichtige rekening te houden met een belastingtarief van 25%, te vermeerderen met 10 % belastingverhoging en een gemeentebelasting van 7%. Daar het totaal belastbaar roerend inkomen aldus 280.000 euro beloopt (zijnde 7 jaren x 1.000.000 euro x 0,04%), bedraagt de hierop verschuldigde belasting 102.900 euro (zijnde 70.000 euro belasting, verhoogd met een boete van 28.000 euro, te vermeerderen met een gemeentebelasting van 7 %).

Als dezelfde belastingplichtige in het jaar 2003 deze 1 miljoen EUR heeft verdiend als een beroepsinkomen en hij regulariseert dit, dan zal de fiscale kostprijs uiteraard (gelet op een marginaal belastingtarief destijds van meer dan 50 %) meer dan de helft van zijn kapitaal bedragen.

De fiscale regularisatie van 'overige inkomsten' (bv. roerende inkomsten) verleent een wettelijk garantie voor een zekere vorm van anonimiteit ten aanzien van de plaatselijke belastingcontroleur. De Wet bepaalt dat de ambtenaren die op het Contactpunt Regularisaties actief zijn, aan het beroepsgeheim gehouden zijn en dat zij geen informatie over de regularisatiedossiers aan andere diensten van de administratie (fiscaal controleur, ontvanger van de registratie) mogen meedelen. In de andere gevallen (regularisatie van beroepsinkomsten), wordt wel een kopie van het regularisatieattest bezorgd aan de lokale controleur van wie de belastingplichtige afhangt.

2.4. WAT LEVERT HET OP? / (BEPERKTE) FISCALE EN STRAFRECHTELIJKE IMMUNITEIT DOOR REGULARISATIE

De betaling van de regularisatieheffing heeft tot gevolg dat de geregulariseerde inkomsten geen tweede maal onderworpen kunnen worden aan de inkomstenbelastingen of de belasting op de toegevoegde waarde, nalatigheidinteresten en boetes, noch aan enige belastingverhoging. De fiscale regularisatie leidt ook tot een vrijstelling van enige strafrechtelijke vervolging.

3. WITWASMISDRIJF / MELDINGSPLICHT
 
Artikel 505 Sw. bestraft in principe daders en medeplichtigen aan een witwasmisdrijf. Kort en al te vereenvoudigend gezegd - niet alle daders en medeplichtigen zijn strafbaar en de strafbare handelingen zijn limitatief omschreven - zijn diegenen strafbaar die vermogens van criminele oorsprong (waartoe fiscale misdrijven gerekend worden) sluiks terug in de reguliere economie willen brengen wel wetende dat hun vermogen van illiciete herkomst is en met de expliciete bedoeling om dit voor de fiscus verborgen te houden door een regularisatie te verrichten via het Contactpunt Regularisaties.

Onze zogenaamde preventieve witwaswetgeving bevat bovendien een meldingsplicht, aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking, van bankiers en andere tussenpersonen als die weten of vermoeden dat transacties met verdachte (bv.) buitenlandse vermogen kunnen te maken hebben met witwassen van gelden van zware criminele oorsprong. Het volstaat daarbij dat de bankier vermoedt of weet dat de gelden afkomstig zijn van ernstige georganiseerde fiscale fraude waarbij gebruik wordt gemaakt van ingewikkelde of buitenlandse mechanismen.

Let wel : door over te gaan tot de fiscale regularisatie stelt men de werking van de strafrechtelijke bepalingen inzake witwassen buiten werking. Immers worden de opbrengsten van “gewone” fiscale fraude (bijvoorbeeld het niet aangeven van roerende inkomsten) geregulariseerd. Dan krijgt de betrokkene ook de garantie dat hij niet meer langer vervolgd kan worden voor het witwassen van deze inkomsten. Dit is ook logisch vermits en voor zover het regulariseren tot oogmerk heeft de herkomst niet langer verborgen te houden.

4. BESLUIT
 
De fiscale regularisatie laat de berouwvolle belastingplichtige toe om clementie te bekomen voor zijn fiscale zonden. Dit geeft hem de nodige 'fiscale rust' zonder een aanzienlijke meerkost (voor zover het gaat om een regularisatie van 'overige inkomsten') en met het voordeel van een zekere anonimiteit ten aanzien van de plaatselijk belastingcontroleur.

Bij iedere regularisatie dient zorgvuldig te worden afgewogen wat de voor- en de nadelen van de regularisatie zijn.

Vooraleer het regularisatiedossier effectief wordt ingediend bij het 'Contactpunt Regularisaties' dient best eerst een informeel overleg te worden gevoerd met de Coördinator van het Contactpunt zodoende dat het voorliggend dossier wordt afgetoetst en er zekerheid wordt gegeven omtrent de fiscale behandeling en kwalificatie van de te regulariseren inkomsten.

Het spreekt voor zich dat het kantoor DE BROECK VAN LAERE & PARTNERS, dat al vele jaren ervaring heeft met dergelijke dossiers, u hierbij steeds kan bijstaan.

       Bart Coopman - Annelies Clara - Leo De Broeck - Jo Roseleth



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lire la suite
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....lire la suite
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....lire la suite
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....lire la suite
 
site web par webalive