nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Nota elektronisch toezicht
 
1.  Situering
 
In deze nota wordt nagegaan of een vrijheidstraf van negen maanden zou kunnen uitgevoerd worden d.m.v. elektronisch toezicht. Hiertoe worden nagegaan of hij valt onder het toepassingsgebied (3.), of hij voldoet aan de voorwaarden (4.) en wat de te volgen procedure is (5.). Ook de opstart (6.), de uitvoering (7.), overtredingen (8.) en de beëindiging (9.) worden besproken.

2.  Inleiding
 
2.1.  Het elektronisch toezicht is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde het geheel of een gedeelte van zijn vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat volgens een bepaald uitvoeringsplan, waarvan de naleving onder meer door elektronische middelen wordt gecontroleerd.

2.2  De strafuitvoeringsrechtbanken waken, overeenkomstig de wet van 17 mei 2006 m.b.t. de externe rechtspositie van de gedetineerde, sinds 1 februari 2007 over de uitvoering van straffen na het vonnis van een rechtbank en beslissen dus ook over het elektronisch toezicht en de beperkte detentie. Evenwel is de eerste uitvoeringsfase van de wet beperkt tot de vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte méér dan drie jaar bedraagt (K.B. van 22 januari 2007). De vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte minder dan drie jaar bedraagt zouden pas onder de bevoegdheid vallen van de strafuitvoeringsrechtbanken uiterlijk op 1 september 2009 (art. 2 van de Wet van 21 december 2007).

2.3.  Het elektronisch toezicht van veroordeelden voor wie het totaal aan in uitvoering zijnde hoofdgevangenisstraffen niet meer dan drie jaar bedraagt, wordt geregeld door de ministeriële omzendbrieven nr. 1784 van 10 juni 2006 en nr. 1789 van 21 december 2006. In deze laatste omzendbrieven werden de voorwaarden voor elektronisch toezicht versoepeld.

3.  Toepassingsgebied
 
3.1.  Om in aanmerking te komen voor elektronisch toezicht dient de gedetineerde definitief veroordeeld te zijn, met andere woorden de veroordeling mag niet meer vatbaar zijn voor verzet binnen de gewone termijn, hoger beroep en cassatieberoep.

3.2.  Worden uitgesloten van de maatregel elektronisch toezicht:

• de veroordeelden die het voorwerp uitmaken van verzoek tot uitlevering.
• de veroordeelden van vreemde nationaliteit die niet in het bezit van een geldige verblijfstitel.

4.  Voorwaarden
 
4.1.  Veroordeelden met effectieve hoofdgevangenisstraffen waarvan het totaal maximum drie jaar bedraagt komen sinds 23 april 2001 onmiddellijk in aanmerking voor de maatregel van elektronisch toezicht.

4.2.  De veroordeelde en de meerderjarige handelingsbekwame huisgenoten moeten vooraf hun toestemming geven tot het ondergaan van de maatregel van het elektronisch toezicht. Zij moeten uitdrukkelijk hun toestemming geven.

4.3.  De veroordeelden moeten bereid zijn een dagbesteding uit te werken. Ze moeten er niet noodzakelijkerwijs over beschikken (dit was vereist voor 12/04/2001), het is voldoende dat ze bereid zijn er één uit te werken.

Dit kan onder andere zijn: werken, huishoudelijke taken, vorming, therapie, of de voorbereiding op de activiteiten. De veroordeelden moeten zich strikt aan hun dagschema houden.

4.4  De veroordeelden moeten over een vaste verblijfplaats in België beschikken.

4.5.  Het elektronisch toezicht moet minstens 15 dagen duren. De gedetineerde kan dus niet 10 dagen voor het einde van zijn hoofdgevangenisstraf nog onder elektronisch toezicht geplaatst worden, want dan is de termijn te kort.

Enkel voor veroordeelden met een totaal aan effectieve hoofdgevangenisstraffen van maximum één jaar, of maximum drie jaar in geval van zelfaanbod, wordt een kortere termijn toegestaan.

5.  Procedure
 
5.1.  Er zijn 6 verschillende categorieën met in iedere categorie een verschil in procedure. De te volgen procedure hangt af van de veroordeling. In casu schetsen we de procedure voor veroordeelden met effectieve hoofdgevangenisstraffen waarvan het totaal maximum 1 jaar bedraagt.

Deze procedure verloopt in verschillende fases:

5.2.  Van zodra de veroordeelde zich in de strafinrichting aanbiedt, heeft hij een onderhoud met de directeur of met de persoon die hiertoe bij delegatie werd aangeduid, die toelichting zal geven met betrekking tot het elektronisch toezicht, zich zal verzekeren van het principieel akkoord met de maatregel, bij de veroordeelde alle praktische informatie zal inzamelen (verblijfplaats enz.) gerelateerd aan het elektronisch toezicht, zich zal verzekeren van het akkoord van de huisgenoten en dit via de snelst mogelijke weg (telefoon, onderhoud in de strafinrichting,...).

Op basis van deze vaststellingen neemt de directeur een beslissing tot toekenning of weigering van de maatregel; de beslissing wordt ter kennis gebracht van het NCET (Nationaal Centrum 'Elektronisch Toezicht') en van de veroordeelde.

In geval van weigering tot toekenning, is de procedure onder punt 5.5. e.v. van toepassing.

In geval van toekenning, zal de veroordeelde een strafonderbreking genieten voor de tijd die nodig is om de nodige technische formaliteiten uit te voeren in de verblijfplaats. De veroordeelde dient zich aan te bieden in de strafinrichting m.o.o. het plaatsen van de enkelband. De veroordeelde ontvangt hierbij een document en engageert zich tot het zich aanbieden in de strafinrichting m.o.o. het plaatsen van de enkelband.

Het parket dat de tenuitvoerlegging van de straffen heeft gelast, wordt in kennis gesteld van de toekenning van het elektronisch toezicht en van de strafonderbreking.

5.3.  Van zodra de technische installatie door het NCET is gepland, wordt de veroordeelde naar de strafinrichting opgeroepen en wordt hij onder elektronisch toezicht geplaatst na zich akkoord te hebben verklaard met de voorwaarden en modaliteiten van de maatregel, zoals weergegeven in de overeenkomst.

5.4.  Binnen 48 uur na de plaatsing onder elektronisch toezicht zal de maatschappelijk assistent van het NCET zich naar de verblijfplaats van de veroordeelde begeven voor een eerste onderhoud. Op dat moment zullen ook de schriftelijke bevestigingen van het opvangmilieu worden ingezameld.

5.5.  Bij weigering van de maatregel moet de directie van de moederinrichting een gemotiveerd advies uitbrengen met betrekking tot de toekenning van een elektronisch toezicht.

Er mogen in hoofde van de veroordeelde geen contra-indicaties bestaan voor de toekenning van het elektronisch toezicht, die niet door het opleggen van bijzondere voorwaarden kunnen worden ondervangen.

Deze contra-indicaties kunnen betrekking hebben op de volgende elementen:

* de mogelijkheid tot reclassering van de veroordeelde;
* zijn persoonlijkheid;
* zijn gedrag tijdens de detentie;
* het risico op het plegen van nieuwe strafbare feiten;
* het risico op de bedreiging van de fysieke integriteit van derden;
* de onverenigbaarheid van de familiale context met de maatregel van elektronisch toezicht;
* de onverenigbaarheid van de aard van de gepleegde feiten waarvoor de veroordeelde een straf ondergaat met de maatregel van elektronisch toezicht;
* zijn houding tegenover zijn slachtoffer(s).

5.6.  Zodra de veroordeelde opgesloten wordt of wanneer zijn veroordeling definitief is geworden, onderzoekt de griffie onmiddellijk de wettelijke toestand:

- door aan het parket dat tot de uitvoering is overgegaan telefonisch te vragen of de uitvoering van eventuele andere veroordelingen wordt overwogen.
- Door via Sidis de detentiehistoriek te onderzoeken op eventuele voorlopige invrijheidstellingen waarvoor een herroeping overwogen zou kunnen worden.

Indien uit deze informatie blijkt dat het totaal van de effectieve hoofdgevangenisstraffen drie jaar zal overstijgen, wordt de directie hiervan zonder verwijl ingelicht.

In voorkomend geval wordt de procedure voor veroordeelden met effectieve hoofdgevangenisstraffen waarvan het totaal drie jaar overstijgt, gevolgd.

5.7.  Hierna wordt het dossier onmiddellijk door de griffie voorgelegd aan de directie van de moederinrichting die binnen een termijn van tien werkdagen onderzoekt of de betrokkene in aanmerking komt voor de maatregel elektronisch toezicht. De directie van de moederinrichting onderzoekt eveneens de dossiers die haar, na een eerdere negatieve beslissing, worden voorgelegd op basis van nieuwe elementen.

Hierbij oordeelt de directie zelf of en in welke mate de psychosociale dienst ingeschakeld wordt bij het onderzoek naar de mogelijke toekenning van elektronisch toezicht (niet / onderhoud / enquête).

Is de directie van de moederinrichting, na onderzoek van het dossier, van oordeel dat de veroordeelde in aanmerking komt voor elektronisch toezicht, informeert zij hem en vraagt zij zijn principieel akkoord.

Is de directie van de moederinrichting van oordeel dat de veroordeelde niet in aanmerking komt voor de toepassing van de maatregel elektronisch toezicht (wegens uitsluiting van het toepassingsgebied, niet voldoen aan algemene voorwaarden of aanwezige contra-indicaties) of indien de veroordeelde zijn medewerking weigert, bezorgt zij binnen 3 werkdagen een gemotiveerd advies aan de DIG (Dienst Individuele Gevallen).

Indien de veroordeelde in aanmerking komt voor de maatregel vraagt de directie van de moederinrichting onmiddellijk nadat de veroordeelde zijn instemming heeft gegeven, aan de directie van het NCET om een externe maatschappelijke enquête te laten uitvoeren.

De directie van de moederinrichting voegt bij deze aanvraag haar gemotiveerd positief advies voor elektronisch toezicht. De directie voegt, indien mogelijk, een ontwerp van dagschema toe waarin de activiteiten van psychosociale en/of professionele aard omschreven zijn.

Daarnaast dient de vraag tot vrijstelling van de waarborg expliciet te worden vermeld in het advies indien de veroordeelde niet in de mogelijkheid verkeert om deze waarborg te betalen.

De maatschappelijk assistenten van het NCET onderzoeken ter plaatse de familiale en/of sociale omstandigheden waarin het mogelijk elektronisch toezicht zal verlopen. Verder geven deze maatschappelijk assistenten ook informatie betreffende het elektronisch toezicht aan de huisgenoten. Zij laten op dat ogenblik de huisgenoten ook reeds hun schriftelijk akkoord voor een mogelijk elektronisch toezicht geven.

De directie van het NCET bezorgt aan de DIG binnen 10 werkdagen volgend op de aanvraag de enquête en het dossier dat haar door de moederinrichting werd bezorgd.

De DIG neemt binnen 10 werkdagen na ontvangst van het volledig dossier een gemotiveerde beslissing aangaande de toekenning van het elektronisch toezicht.

De DIG deelt, via fax, de beslissing mee aan de directie van de moederinrichting en aan de directie van het NCET.

De directie van de moederinrichting deelt de beslissing mee aan de veroordeelde.
Nadat de beslissing tot toekenning is meegedeeld en de specifieke voorwaarden die door de DIG zijn opgelegd in de overeenkomst tussen de veroordeelde en de Federale Overheidsdienst Justitie zijn opgenomen, wordt deze ondertekend door de veroordeelde en de directeur van de moederinrichting. De ondertekende overeenkomst wordt via fax gezonden naar de DIG en naar het NCET.

6. Opstart
 
6.1.  Bij een positieve beslissing van de directie van de moederinrichting met betrekking tot de toekenning van elektronisch toezicht zal de directie van het NCET contact opnemen met de veroordeelde om de praktische modaliteiten van de onder elektronisch toezichtstelling af te spreken.

Zodra de regelingen voor de plaatsing van het controlesysteem met de technische instantie getroffen zijn, informeert de directie van het NCET achtereenvolgens:

- de veroordeelde: over datum en uur waarop betrokkene zich opnieuw moet aanbieden in de moederinrichting, over datum en uur waarop de technische instantie zal overgaan tot de plaatsing van het controlesysteem, over de te deponeren waarborg;
- de moederinrichting: over datum en uur waarop de veroordeelde zich opnieuw moet aanbieden.

Onmiddellijk nadat de veroordeelde in de moederinrichting teruggekeerd is, wordt:

- de overeenkomst tussen de veroordeelde en de Federale Overheidsdienst Justitie ondertekend door de veroordeelde en de directeur van de moederinrichting. De ondertekende overeenkomst wordt via fax naar de DIG en naar het NCET gezonden;
- de enkelband aangebracht door een personeelslid van het NCET;
- de waarborg in ontvangst genomen;
- aan de veroordeelde een attest overhandigd waaruit blijkt dat hij zich rechtsgeldig buiten de gevangenis bevindt onder de maatregel elektronisch toezicht.
- aan de veroordeelde een dag uitgangspermissie of een dag penitentiair verlof (dit mag niet worden aangerekend op het aantal toegelaten trimesteriele verloven) toegekend, op voorstel van het NCET, om het hem/haar mogelijk te maken tijdig thuis aanwezig te kunnen zijn voor de installatie en de aansluiting van de elektronische toezichtapparatuur.

6.2.  Bij een positieve beslissing van de DIG zal de directie van het NCET contact opnemen met de directie van de moederinrichting om de praktische modaliteiten van de onder elektronisch toezichtstelling af te spreken.

Indien de regelingen voor de plaatsing van het controlesysteem met de technische instantie getroffen zijn, stelt de directie van het NCET de directie van de moederinrichting in kennis van de datum en het precieze uur waarop de plaatsing van de toezichtapparatuur in de woonst van de veroordeelde zal plaatsvinden. De veroordeelde dient de moederinrichting dus te kunnen verlaten op een tijdstip dat het hem mogelijk maakt tijdig thuis aanwezig te kunnen zijn voor de installatie en de aansluiting van de elektronisch toezichtapparatuur. Daartoe wordt hem op voorstel van het NCET een dag uitgangspermissie of een dag penitentiair verlof (dit mag niet worden aangerekend op het aantal toegelaten trimesteriele verloven) toegekend, die aanvangt op het ogenblik dat de enkelband is aangebracht in de strafinrichting.
Voorafgaand aan het vertrek van de veroordeelde waakt de directie van de moederinrichting erover dat de waarborgsom geblokkeerd wordt op de rekening van de veroordeelde. Bovendien wordt hem een attest overhandigd waaruit blijkt dat hij zich rechtsgeldig buiten de gevangenis bevindt onder de maatregel elektronisch toezicht .

7. De uitvoeringsfase
 
7.1.  De directie van de moederinrichting brengt de procureur des Konings die de strafuitvoering heeft gelast en de procureur des Konings van de verblijfplaats van de veroordeelde op de hoogte van de toekenning van de maatregel.

Het dagschema van de veroordeelde is samengesteld uit één of meer van de volgende tijdsblokken:

a) thuis zijn;
b) arbeid en/of (beroeps)opleiding;
c) psychosociale activiteiten;
d) vrije tijd buitenshuis.

Rekening houdend met deze dagbesteding wordt een bewakingsschema opgesteld en beheerd door de directie van het NCET. Het tijdsblok “vrije tijd buitenshuis” wordt progressief ingevuld en wordt aangepast in functie van de evaluatie door de sociale dienst van het NCET.

Het hangt af van het gedrag van de veroordeelde hoeveel tijd hij buitenshuis mag doorbrengen. Dit kan evolueren in de tijd, in positieve maar ook in negatieve zin. Dit wordt aangepast in functie van de evaluatie door de sociale dienst van het NCET.

7.2.  De veroordeelden onder elektronisch toezicht komen in aanmerking voor penitentiair verlof a rato van drie dagen per trimester, die gesplitst of samen kunnen worden opgenomen. De directie van het NCET beslist over de toekenning van deze verloven en deelt de verlofdata telkens voorafgaand mee aan de directie van de moederinrichting.

De directie van de moederinrichting licht het parket van de plaats waar het verlof zal plaatsvinden drie werkdagen voorafgaand aan dit verlof hierover in.

Indien het noodzakelijk wordt geacht dat de voorwaarden en de modaliteiten op fundamentele wijze dienen te worden aangepast op vraag van de veroordeelde of van het NCET, zal via de directie van het NCET een gemotiveerd advies voor beslissing worden voorgelegd aan de directeur van de moederinrichting voor de veroordeelden of aan de DIG afhankelijk van de categorie.

In dringende gevallen kan de directie van het NCET autonoom beslissen, maar dient de beslissing zo snel mogelijk en ten laatste binnen een periode van één werkdag, voor al dan niet goedkeuring, te worden voorgelegd aan de DIG.

7.3.  Tijdens de maatregel van elektronisch toezicht wordt de veroordeelde opgevolgd door een maatschappelijk assistent van de sociale dienst van het NCET overeenkomstig de instructies van de directie van dit centrum.

7.4.  Kan de veroordeelde door ziekte de voorwaarden niet naleven, dan verwittigt hij onmiddellijk het NCET.

Indien een hospitalisatie nodig blijkt, vindt deze, na toelating van de directie van het NCET, plaats in een burgerziekenhuis. In voorkomend geval wordt door de DIG aan de veroordeelde een strafonderbreking om medische redenen toegekend. De veroordeelde verbindt er zich toe om bij zijn ontslag uit het ziekenhuis of zodra hij kennis heeft van de ontslagdatum onmiddellijk contact op te nemen met de directie van het NCET.

Indien de veroordeelde bij hoogdringendheid gehospitaliseerd wordt in een burgerziekenhuis, deelt hij dit zo spoedig mogelijk mee aan de directie van het NCET. Deze laatste informeert de DIG, die alsnog een strafonderbreking om medische redenen toekent.

Op basis van de verordening van 8 juli 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1963 houdende verordening op de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen genieten de veroordeelden onder elektronisch toezicht, die ingeschreven zijn bij een mutualiteit, terugbetaling van de geneeskundige verstrekkingen (zie omzendbrief nr. 1745 van 6 augustus 2002).

7.5.  Tijdens het elektronisch toezicht blijft de veroordeelde ingeschreven op de rol van de moederinrichting. Het opsluitingsdossier blijft dus beheerd door de moederinrichting.

Elke wijziging in de wettelijke toestand van de veroordeelde en alle elementen die het goed verloop van de maatregel elektronisch toezicht zouden kunnen beïnvloeden dienen onmiddellijk gecommuniceerd te worden tussen de directies van de moederinrichting en van het NCET. Deze laatste zal de DIG hierover inlichten.

8. Reactie op overtredingen
 
De directie van het NCET kan, na de gedetineerde te hebben gehoord, een waarschuwing geven, het uurschema aanpassen, de voorwaarden aanpassen of verstrengen of de maatregel tijdelijk of definitief intrekken:

* in geval van niet-naleving van de overeenkomst afgesloten tussen de veroordeelde en de Federale Overheidsdienst Justitie;
* in geval van niet-naleving van het bewakingsschema;
* in geval van een inverdenkingstelling tijdens de uitvoering van de maatregel wegens nieuwe strafbare feiten;
* in geval van een nieuwe veroordeling die in kracht van gewijsde is getreden;
* indien de opgelegde bijkomende voorwaarden niet worden nageleefd;
* indien de betrokkene de fysieke integriteit van derden ernstig in gevaar brengt;
* indien de maatregel niet langer meer verenigbaar is met het opvangmilieu.

9. Beëindigen van de maatregel elektronisch toezicht
 
9.1. Automatische beëindiging
De maatregel van elektronisch toezicht neemt een einde doordat aan de veroordeelde een voorlopige of een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend of bij het verstrijken van de hoofdgevangenisstraf(fen).
Wanneer de veroordeelde in vrijheid zal worden gesteld, neemt de directie van de moederinrichting vijf dagen voorafgaand aan de datum van invrijheidstelling contact op met de directie van het NCET. Indien deze termijn van vijf dagen niet gerespecteerd kan worden, vindt deze kennisgeving zo spoedig mogelijk plaats. De directie van het NCET brengt onmiddellijk de veroordeelde op de hoogte van de datum van invrijheidstelling en bepaalt de wijze waarop de toezichtapparatuur zal worden opgehaald.

Op de dag van de invrijheidstelling begeeft de veroordeelde zich naar de moederinrichting, waar de nodige formaliteiten van invrijheidstelling zullen worden uitgevoerd.

De waarborgsom wordt gedeblokkeerd wanneer door het NCET wordt meegedeeld dat geen schade werd toegebracht aan de toezichtapparatuur.

9.2. Vroegtijdige beëindiging 
 Zware disciplinaire problemen, wijzigingen in de wettelijke toestand (bv. nieuwe veroordeling) of medische problemen kunnen een heropsluiting noodzakelijk maken. In dergelijke situaties kan de directie van het NCET bij hoogdringendheid beslissen om de maatregel stop te zetten. Daartoe zal zij, via fax, onmiddellijk de politiediensten verzoeken om tot een seining met het oog op wederopsluiting over te gaan, overeenkomstig de omzendbrief van 4 april 1997 (1673/V).
De beslissing tot heropsluiting wordt dan zo snel mogelijk en ten laatste binnen een periode van één werkdag, voor al dan niet goedkeuring, voorgelegd aan de DIG.



16-12-14 UPDATE: VENNOOTSCHAPPEN BESTUURDERS
In ons bericht van 24 november: “Vennootschappen - Bestuurders en BTW - Plicht: einde van het keuzestelsel” meldden we dat de keuzestelsel voor rechtspersonen-bestuurder opgeheven werd met ingang van 1 januari 2015. De BTW administratie heeft deze beslissing met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2016. ....lees meer
 
08-12-14 Aanslag geheime commissielonen ingrijpend hervormd
Niet alleen daalt het tarief van de aanslag geheime commissielonen spectaculair van 309 tot 103 of zelfs 51,5%, het wordt ook gemakkelijker om de aanslag te vermijden, namelijk door de verkrijger van de vergoeding of het voordeel bekend te maken. De nieuwe regels zijn ook van toepassing op alle hangende geschillen. ....lees meer
 
05-12-14 Liquidatiereserve om liquidatieheffing te vermijden
Winsten die opgenomen worden in een zogenaamde liquidatiereserve in ruil voor een heffing van 10%, kunnen nadien zonder belasting of aan een gunsttarief uitgekeerd worden - niet alleen bij een liquidatie. Op die manier wordt, in aangepaste vorm, het regime bestendigd dat de vorige regering tijdelijk in het leven geroepen had om de drastische verhoging van de liquidatieheffing verteerbaar te maken.....lees meer
 
24-11-14 Vennootschappen - bestuurders en btw - plicht: einde van het keuzestelsel
In principe zijn rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap btw-plichtig en dienen zij hun handelingen aan btw te onderwerpen. Er bestond echter sinds 1994 een administratieve toegeving: de rechtspersonen - bestuurders dienden zich niet te registreren voor btw-doeleinden en bijgevolg ook hun handelingen niet aan btw te onderwerpen. ....lees meer
 
website door webalive