nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
EEUWIGDURENDE VERJARING VAN FISCAAL GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN GETOETST AAN DE GRONDWET
 
De gerechtelijke achterstand in fiscale strafzaken is een welbekende kwaal; de laatste maanden is er zelfs een parlementaire onderzoekscommissie aan het werk om de oorzaken ervan te detecteren. In ieder geval is het schering en inslag dat feiten van medio en eind de jaren '90 nu pas aan het oordeel van een strafrechter worden voorgelegd.

De reden dat nochtans niet al te veel fiscale strafzaken verjaren, is gelegen in het fenomeen van wat rechtsgeleerden ondertussen gemeenlijk als “de onverjaarbaarheid van fiscale valsheid en gebruik van valse stukken” aanduiden (S. VAN DYCK,  “Een volgende stap op het pad naar de onverjaarbaarheid van (fiscale) valsheid en gebruik? Tijd voor een alternatieve visie”, TFR  2009, afl. 356, 182).

Fiscale fraude gaat inderdaad in de meeste gevallen gepaard met (fiscale) valsheid in geschriften, en het gebruik ervan (artikelen 197 Sw, 73bis BTW en 450 WIB). En aangezien de verjaring van een misdrijf pas een aanvang neemt op het ogenblik dat een misdrijf is voltrokken is het einde van het “gebruik” van een vals stuk cruciaal voor de verjaring.

Welnu, volgens het Hof van Cassatie is het misdrijf van het gebruik van fiscaal valse stukken haast te beschouwen als een voortdurend misdrijf of minstens als een haast eeuwigdurend voortgezet misdrijf (voor een van de eerste kritieken op de visie dat het gebruik van een vals stuk een voortdurend misdrijf zou kunnen zijn : B. COOPMAN "Inzake inkomstenbelastingen duurt het gebruik van valse stukken in de regel tot de definitieve vestiging van de belasting", A.F.T., 1997, 10 e.v.). Vereenvoudigd gezegd vangt de verjaring van het misdrijf van gebruik van valse stukken pas aan op het moment dat het nuttig gevolg van de valse stukken die werden aangewend door de dader of mededader een einde heeft genomen (Cass. 9 februari 1982, Arr. Cass. 1981-82, 822, zie ook Cass. 7 februari 2007, AR P.06.1491.F, www.cass.be; R. DECLERCQ, Eléments de procédure pénale, Brussel, Bruylant, 2006, p. 172 en de talrijke verwijzingen naar de rechtspraak).

In de recentste visie van het Hof van Cassatie lijkt een en ander in fiscalibus te impliceren dat het fiscale misdrijf van het gebruik van valse stukken niet kan verjaren zolang men zich op de vermeend valse stukken blijft beroepen om de belasting niet definitief te betalen of om een stelling te onderbouwen in een bezwaarschrift of in een fiscale beroepsprocedure (Cass. 21 mei 2008, F.J.F. 2008, afl. 9, 922; Rev. dr. pén.  2008, afl. 9-10, 935, concl. D. VANDERMEERSCH). Wie een fiscaal akkoord sluit met de fiscus en de valsheid in geschrifte toegeeft kan zich wel beroepen op de strafrechtelijke verjaring; voor wie geen toegevingen wenst te doen, kan de strafrechtelijke verjaring nooit van start gaan ! (NB. Men kan zich zelfs vragen stellen bij de verenigbaarheid van dergelijk leer met het gelijkheidsbeginsel dat in combinatie met het vermoeden van onschuld van artikel 6 EVRM moet worden begrepen en toegepast).

De aard die het Hof van Cassatie heeft toegedicht aan het misdrijf 'gebruik van valse stukken' en het door het Hof van Cassatie vooropgestelde moment waarop dit (quasi-)voortdurend misdrijf voltrokken is, zijn de oorzaak van wat “de onverjaarbaarheid” van het fiscale misdrijf wordt genoemd.

Blijkens een zeer recent tussenvonnis stond de Correctionele Rechtbank te Gent hier even bij stil. De Correctionele Rechtbank slaagde erin om bij tussenvonnis van 18 maart 2009 aan de hand van een uiterst interessante prejudiciële vraag het sinds jaren in de rechtspraak van het Hof van Cassatie gebetonneerde standpunt rond de verjaring van het misdrijf van het gebruik van valse stukken met enkele zeer rake beschouwingen in vraag te stellen.

De rechtbank te Gent was ingegaan op het debat voor zijn zetel in verband met dit verjaringsvraagstuk. Na een situering van de discussie concludeerde de rechtbank dat het bijzonder moeilijk is om aan de hand van de door het Hof van Cassatie gehanteerde definitie het eindpunt van de strafbare handeling en derhalve het startpunt van de verjaring te bepalen. De rechtbank stelde zich dan ook luidop de vraag of deze in de rechtspraak van het Hof van Cassatie gehuldigde interpretatie van onze strafwet, wel verenigbaar is met het legaliteitsbeginsel. De Gentse rechters leggen uit dat op grond van het legaliteitsbeginsel enkel de wet gedragingen strafbaar kan stellen en dat dit betekent dat de rechtspraak geen nieuwe misdrijven in het leven kan roepen. De strafwet moet omwille van het legaliteitsbeginsel restrictief worden geïnterpreteerd; enkel op gedragingen die door de wetgever geviseerd zijn kan de rechter de strafwet toepassen. Een analogische interpretatie, waardoor vergelijkbare, maar niet door de wetgever beoogde gedragingen onder het toepassingsgebied van de wet worden gebracht, is verboden. De rechtbank te Gent besluit hieruit dat de kwalificatie van een misdrijf als “voortdurend” dient te blijken uit de wijze waarop het misdrijf in de wet is omschreven. Hierbij dient volgens haar “voor ogen gehouden te worden dat het strafrecht in regel enkel ogenblikkelijke gedragingen (aflopende misdrijven) viseert en slechts bij uitzondering het laten voortduren van een delictuele toestand. In die omstandigheden is het essentieel dat de kwalificatie als voortdurend misdrijf onomstotelijk uit de wettekst blijkt.”

De rechtbank gaat vervolgens na wat de wetgever onder de artikelen 197 Sw, 73bis BTW of 450 WIB juist strafbaar heeft willen stellen en meer bepaald of de wetgever het gebruik van valse stukken beschouwde als een voortdurend of een aflopend misdrijf. Zij komt, na analyse van de rechtsleer op dit vlak, tot de vaststelling dat de wetgever het gebruik eerder beschouwde als een aflopende gedraging dan als een delictuele toestand, dit terwijl de rechtspraak van het Hof van Cassatie de andere kant op neigt.

De rechtspraak van het Hof van Cassatie over de verjaring van het gebruik van valse stukken impliceert volgens de rechtbank “dat een delictuele toestand strafbaar wordt gemaakt terwijl de wetgever nooit de wil heeft geuit om het gebruik van valse stukken te kwalificeren als een voortdurend misdrijf en uit de parlementaire voorbereidingen zelfs blijkt dat de wetgever het gebruik van valse stukken eerder beschouwde als een aflopend misdrijf."

Zelfs indien (in weerwil van de parlementaire voorbereidingen) zou aangenomen worden dat er onduidelijkheid bestaat over de intenties van de wetgever, komt de rechtbank tot de vaststelling dat uit het legaliteitsbeginsel voortvloeit dat de strafwet restrictief dient te worden geïnterpreteerd zodat de kwalificatie van het gebruik van valse stukken als voortdurend misdrijf (gelet op het uitzonderingskarakter ervan) strijdig lijkt met dit beginsel.

(...)

Door de duur van het gebruik te koppelen aan het beoogde doel en de uitwerking van de waarheidsvermomming (los van een positieve daad van de gebruiker van het valse stuk) werd een zeer ruim en uiterst vaag criterium in het leven geroepen dat leidt tot een verregaande beoordelingsvrijheid in hoofde van de feitenrechter en (bijgevolg) tot een uitermate diffuse toepassing door de bodemrechters. Nochtans vereist het legaliteitsbeginsel, zoals hierboven reeds werd gesteld, dat de wetgever in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid biedende bewoordingen bepaalt welke feiten strafbaar worden gesteld zodat, enerzijds, degene die een gedrag aanneemt, vooraf op afdoende wijze kan inschatten wat het strafrechtelijk gevolg van dat gedrag is en, anderzijds, aan de rechter geen al te grote beoordelingsvrijheid wordt gelaten.”

De rechtbank te Gent kwam tot het besluit dat de artikelen 197 Sw, 73bis BTW of 450 WIB, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Cassatie, de toets van het legaliteitsbeginsel niet zomaar lijken te doorstaan.

Tot slot stelde de rechtbank dat het Grondwettelijk Hof (destijds Arbitragehof) in een eerder arrest dd. 21 december 2005 geen uitspraak had gedaan over de kwalificatie van het gebruik van valse stukken als voortdurend misdrijf, doch enkel over het verjaringsstelsel dat wordt gehanteerd bij collectieve misdrijven.

De rechtbank te Gent vond het, kortom, noodzakelijk de volgende vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof: “Schenden de artikelen 193, 196 en 197 Sw, 73bis BTW en 450 WIB en de artikelen 21, 22 en 23 V.T.Sv. het grondwettelijke legaliteitsbeginsel zoals verwoord in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet en artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens inzoverre zij worden geïnterpreteerd in die zin dat het misdrijf van gebruik van valse stukken wordt gekwalificeerd als een voortdurend misdrijf doordat het gebruik blijft voortduren zelfs zonder een nieuw feit van de dader en zonder zijn herhaald optreden, zolang het door hem beoogde doel niet is bereikt en zolang de hem verweten beginhandeling, zonder verzet van zijn kant, het nuttig gevolg heeft dat hij ervan verwachtte.”  De zaak is ondertussen op 3 april 2009 ingeschreven onder nummer 4676 van de rol van het Grondwettelijk Hof (www.grondwettelijkhof.be).

We zijn benieuwd of het Grondwettelijk Hof deze vraagstelling zal aangrijpen om eindelijk een punt te zetten achter de eeuwigdurende verjaring van fiscale misdrijven.

B. COOPMAN                                                              K. HENS
Advocaat-vennoot                                                       Advocaat 
                             De Broeck - Van Laere & Partners



08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....read more
 
07-08-17 Oldtimer pas vanaf 30 jaar
Samen met de ‘vergroening’ van de verkeersbelasting voor lichte vrachtwagens heeft de Vlaamse regering ook het fiscale statuut van oldtimers aangepast.....read more
 
06-08-17 Vier maanden extra voor fiscale bemiddeling
De fiscale bemiddelingsdienst biedt een extra mogelijkheid om een geschil met de fiscus in der minne te regelen.....read more
 
01-08-17 Fiscale regularisatie: formulieren voor ‘onsplitsbare bedragen’ in Staatsblad verschenen (BS 31/7/2017)
Op 23 mei 2017 werd zoals wij al eerder meedeelden een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
website by webalive