nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
HOF VAN JUSTITIE: BEPERKING DBI-AFTREK TOT RESTERENDE BELASTBARE WINST IS STRIJDIG MET MOEDER-DOCHTERRICHTLIJN
 
Op 12 februari 2009 heeft het Hof van Justitie de visie van de advocaat-generaal van 8 mei 2008 bevestigd. (zie onze nieuwsbrief van oktober 2008)

De artikelen 202-205 WIB 1992 die voorzien in een beperking van de DBI-aftrek (ontvangen dividenden) tot 95% van de resterende belastbare winst (zonder mogelijkheid tot een aftrekbaar en overdraagbaar verlies) kan dan ook niet gehandhaafd blijven.

“VRIJSTELLEN” BETEKENT “HET ZICH ONTHOUDEN VAN BELASTEN”.  
 
De Belgische wetgever heeft voorzien in een systeem waarin de door een moedermaatschappij ontvangen dividenden in de belastbare basis van deze vennootschap worden opgenomen en daarna ten belope van 95 % daarvan worden afgetrokken voor zover er voor het betrokken belastbare tijdperk na aftrek van de andere vrijgestelde winsten een positief winstsaldo overblijft.

Artikel 4 van de Moeder-dochterrichtlijn (richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten), waarop deze regeling gebaseerd is, is onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig om voor de nationale rechterlijke instanties te kunnen worden ingeroepen.

De bedoeling van de Moeder-dochterrichtlijn bestond hierin dat de uitkeringen van winst door een in een lidstaat gevestigde dochteronderneming aan haar in een andere lidstaat gevestigde moedermaatschappij fiscaal neutraal zijn, en beoogt dus te voorkomen dat deze winst economisch gezien dubbel wordt belast, of met andere woorden wenst te voorkomen dat de uitgekeerde winst een eerste keer wordt belast bij de dochteronderneming en een tweede keer bij de moedermaatschappij. Hiervoor kregen de nationale wetgever een mogelijkheid te kiezen tussen het stelsel van vrijstelling en dat van verrekening.

Het Hof van Justitie wijst erop dat, vermits België heeft geopteerd voor de vrijstelling, aan de verplichting van de lidstaat die het stelsel van artikel 4, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 90/435 heeft gekozen om zich te onthouden van het belasten van de winst die de moedermaatschappij als deelgerechtigde van haar dochteronderneming ontvangt, er geen voorwaarde gekoppeld is. Met name bepaalt artikel 4, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 90/435 niet dat de door de moedermaatschappij ontvangen dividenden slechts onbelast dienen te blijven indien er sprake is van andere belastbare winst.

Hier knelt nu net het schoentje bij de Belgische regeling. Het DBI-stelsel, dat erin voorziet dat de door de moedermaatschappij ontvangen dividenden in haar belastbare basis worden opgenomen en dat vervolgens een bedrag ten belope van 95 % van deze dividenden enkel van deze basis wordt afgetrokken voor zover de moedermaatschappij belastbare winsten heeft, brengt echter mee dat deze vennootschap dit voordeel slechts volledig kan benutten indien zij voor hetzelfde belastbare tijdperk geen negatief resultaat heeft geboekt met betrekking tot haar andere belastbare inkomsten.  Hieruit volgt dat ook indien de door de moedermaatschappij ontvangen dividenden niet aan vennootschapsbelasting worden onderworpen in het belastingjaar waarin deze dividenden zijn uitgekeerd, dit toch zal leiden tot een vermindering van de overdraagbare verliezen van de moedermaatschappij die ertoe kan leiden dat deze moedermaatschappij op deze dividenden indirect wordt belast in latere belastingjaren, wanneer haar resultaat positief is.

KEUZE WETGEVER BEPAALT GEVOLGEN
 
De Belgische Staat argumenteerde dat dergelijk interpretatie van de “vrijstellingsmethode” voordelige zou zijn dan het stelsel van de “verrekeningsmethode” ook voorzien in de richtlijn.
Het Hof van Justitie wijst erop dat België geopteerd heeft door de vrijstellingsmethode en niet voor de verrekening, zodat zij zich niet kan beroepen op de mogelijk beperkingen die gelden bij de verrekening. Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat een lidstaat die aan de bepalingen van een richtlijn geen uitvoering heeft gegeven in zijn nationale rechtsorde, aan de burgers van de Gemeenschap niet de beperkingen kan tegenwerpen die hij krachtens deze bepalingen had kunnen opleggen.

GEEN BEPERKING IN DE TIJD VAN DRAAGWIJDTE ARREST 
 
De Belgische Staat heeft nog getracht het Hof van Justitie ervan te overtuigen om de gevolgen van dit arrest te beperken in de tijd.  Hiervoor beriep ze zich op het gewettigd vertrouwen dat zij mocht hebben, daar de Commissie het DBI-stelsel impliciet zou hebben goedgekeurd, op de onduidelijkheid omtrent de draagwijdte van artikel 4, lid 1, op het ontbreken van rechtspraak op dit punt, alsook op de budgettaire impact van een eventuele onverenigbaarheid van de Belgische regeling met richtlijn 90/435.

Net zoals de advocaat-generaal, wijst het Hof van Justitie deze visie radicaal van de hand.

Het Hof van Justitie wijst er op dat het in casu volstaat er op te wijzen dat de regering in haar schriftelijke opmerkingen of ter terechtzitting niet heeft getracht aan te tonen dat er een gevaar voor ernstige economische repercussies bestaat. Bijgevolg hoeven de gevolgen van het onderhavige arrest niet te worden beperkt in de tijd.

Na deze uitspraak zal het nodig zijn voor elke belastingplichtige om zijn eigen “DBI-toestand” te onderzoeken en de nodige acties te ondernemen.

Alain CLAES (ac@dvvc.be)        Sofie VANDEN BROECK (svb@dvvc.be)
Advocaat-vennoot                        Advocaat



02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geīdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geīdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
02-10-19 Aanslagbiljet kan voortaan via eBox
De fiscus zet een nieuwe stap in de digitalisering van zijn communicatie met de belastingplichtige. Zoomit, waarmee ook aanslagbiljetten elektronisch verzonden werden, wordt vervangen door de eBox. Elke burger en elke vennootschap heeft die in principe nu al ter beschikking. De eBox moet wel eerst geactiveerd worden.....read more
 
18-09-19 Starters krijgen sneller BTW terug
Vanaf volgend jaar gaat de fiscus sneller terugbetalen aan startende ondernemingen die een BTW-tegoed hebben. Starters zullen geen zes maanden meer hoeven te wachten, maar hoogstens drie maanden. Eventuele liquiditeitsproblemen van starters worden zo gemilderd.....read more
 
11-09-19 Zwaardere sancties voor vennootschappen die geen aangifte indienen
De forfaitaire minimumwinst – waarop de fiscus altijd kan belasten als geen (tijdige) aangifte ingediend is – is verdubbeld. En bij herhaalde inbreuken is nu bovendien een verhoogd bedrag van toepassing. ....read more
 
website by webalive