nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
HOF GENT OVER ANTI-MISBRUIK EN REORGANISATIE VAN VENNOOTSCHAPPEN:
ZAKELIJKE OVERWEGINGEN, ZELFS VAN DE AANDEELHOUDERS, VOLSTAAN
 
Een fusie, splitsing of een met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting kan, althans tot voor kort, slechts een fiscaal neutrale behandeling genieten, indien ze beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften . In principe is het volgens deze internrechtelijke wettekst de belastingplichtige die zou moeten aantonen dat de verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Het Hof van Cassatie had echter een goed jaar geleden een arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 6 september 2005 vernietigd : artikel 211 WIB 92 moet volgens het Hof van Cassatie conform de Europese fusierichtlijn worden geïnterpreteerd en de bewijslast inzake rechtmatige economische of financiële behoeften kan dus niet onverkort bij de belastingplichtige berusten . Er werd in de vakwereld reikhalzend uitgekeken naar het arrest van de verwijzingsrechter, het Hof van Beroep van Gent. Dat is er nu gekomen op 27 januari 2009.

Het Hof van Beroep te Gent volgt in zijn arrest - het kon in deze zaak moeilijk anders - de stelling van het Hof van Cassatie over de bewijslastverdeling. Maar het spreekt zich, en vooral op dat punt is het arrest interessant, ook uit over de vraag of de motieven van bepaalde groepen aandeelhouders een splitsing kunnen verantwoorden.

De principiële bewijslastverdeling in de artikelen 210 en 211 WIB 92
 
Belastingneutrale fusies, splitsingen en met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, vormen in het WIB een uitzondering op de algemene regel dat dergelijke verrichtingen in principe belastbaar zijn. De algemene regel is vervat in artikel 210 WIB 92. Voor fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen voert artikel 211 WIB 92 evenwel een afwijkend stelsel in van belastingneutraliteit. Een van de voorwaarden daarvoor is dat de verrichting moet beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Tot voor kort leed het geen twijfel dat de bewijslast dat aan deze voorwaarde voldaan is, bij de belastingplichtige berust. Wie zich op een uitzondering beroept, moet deze bewijzen.

Volgens de Europese Fusierichtlijn is de belastingneutraliteit de algemene regel.
 
Ook de Europese Fusierichtlijn bevat een anti-misbruikbepaling . Zij laat de lidstaten toe het stelsel van de belastingneutraliteit te ontzeggen aan verrichtingen die belastingfraude- of ontwijking als hoofddoel of een der hoofddoelen hebben. Zij laat de lidstaten bovendien toe een vermoeden van belastingfraude - of ontwijking te hanteren wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen. M.a.w. aan de verrichting die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften wordt de belastingvrijstelling ontzegd. De Richtlijn voert de belastingneutraliteit in als de algemene regel voor fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen zoals deze in de Richtlijn zijn gedefinieerd. De belastingneutraliteit is dus - anders dan in het WIB - onder de Richtlijn de regel.

Het arrest van het Hof van Beroep van Gent dd. 27 januari 2009   volgt het Hof van Cassatie waar dat Hof had gesteld dat als de belastingneutraliteit de regel is, dat het dan aan de fiscale administratie toekomt om aan te tonen dat men niet aan deze regel voldoet.

Hiermee sluit onze rechtspraak zich definitief aan bij de tendens die was ingeluid door het Hof van Justitie in het arrest Leur-Bloem van 17 juli 1997 .

Het Hof van Beroep schaart zich achter de opinie dat eens de belastingplichtige aantoont dat een verrichting valt onder de definitie van een fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichting, het dan aan de fiscus toekomt om te bewijzen dat er een reden is om de belastingneutraliteit te weigeren. Dit bewijs kan zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. Het Hof van Beroep meent dat deze verplaatsing van de bewijslast niet onmogelijk of onredelijk zwaar is. Via controle, waaronder een vraag om inlichtingen, kan de fiscale administratie de documenten opvragen die wettelijk moeten opgemaakt worden en langs die weg op een objectieve manier de veronderstelling, eventueel de door de belastingplichtige als blote bewering naar voren geschoven argumentatie dat er sprake was van "zakelijke overwegingen", doorprikken. Er is dan ook geen reden om nieuwe prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie, zo besluit het Hof van Beroep.

Volgens het Hof van Beroep heeft de belastingadministratie in casu niet het bewijs geleverd dat de voorgenomen splitsing zou zijn doorgevoerd met belastingfraude of - ontwijking als hoofddoel of één van de hoofddoelen. Evenmin slaagt de fiscus erin om het vermoeden van belastingfraude of - ontwijking aan te brengen door de afwezigheid van zakelijke overwegingen te bewijzen. Om deze redenen heeft de fiscus ten onrechte geoordeeld dat het gunstregime van artikel 211 WIB 92 voor de desbetreffende splitsing moest worden geweigerd.

Voor de concrete Belgische fiscale praktijk is dit arrest, naast het Cassatiearrest van 13 december 2007, zonder twijfel van groot belang. Niet alleen omdat nog eens wordt herhaald dat de bewijslast van een fiscaal motief bij reorganisaties bij de fiscale administratie berust. Twijfelgevallen worden beslecht in het voordeel van de belastingplichtige aangezien reorganisaties, behoudens tegenbewijs, vermoed worden te beantwoorden aan rechtmatige motieven. Dit ligt in de lijn van het adagium in dubio pro fisco.

Het belang is op dit punt echter eerder historisch van aard. Voor de toekomst is deze verlegging van de bewijslast ondertussen wettelijk geregeld door de invoeging in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van een artikel 183bis WIB 92 dat bepaalt dat voor de toepassing van het stelsel van de fiscale neutraliteit de reorganisatie “niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of - ontwijking mag hebben. Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve bij bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft” .

Hof doet ook uitspraak over de rechtmatigheid van de motieven van de aandeelhouders bij een reorganisatie.
 
Maar ook en vooral is dit arrest lezenswaard omdat het Hof van Beroep in deze casus de belangen van de aandeelhouders als nuttige en rechtmatige motieven heeft beoordeeld. Dit standpunt staat in schril contract met het reeds jarenlange gehuldigde standpunt van de Dienst Voorafgaande Beslissingen en in bepaalde rechtspraak dat motieven van aandeelhouders in principe niet als dusdanig in aanmerking kunnen worden genomen .

In de tekst van het arrest van het Hof van Beroep lezen we dat de appellanten zelf hadden aangevoerd dat de splitsing als bedoeling had om komaf te maken met onenigheid tussen verschillende takken van de familie V., de familiale aandeelhouders, die de werking van de vennootschap begon te verlammen (wat zowel in het belang van de vennootschap als van de aandeelhouders was). Tweede motief was volgens de appellanten kostenrationalisering en vereenvoudiging van de structuur doordat er ook daaropvolgende fusies plaatsvonden.

Het Hof van Beroep nam ook akte van de uitdrukkelijke motivering in de splitsingakte die verwees naar het beter en juister afstemmen van de activa en de activiteiten van de vennootschap, en ze te richten naar de werkelijke belangen van elke aandeelhouder.

Het Hof ziet daar geen graten in en stelt vast dat op die manier horeca-activiteiten en vastgoedactiviteiten uiteengehaald worden onder de daadwerkelijke leiding van telkens een andere tak van de familie V..

Bij gebrek aan afwezigheid van zakelijke overwegingen voor het uitvoeren van de splitsing is niet met vermoeden het bestaan bewezen van belastingfraude- of ontwijking, besluit het Hof.

We kunnen alleen maar hopen dat daarmee eens en voorgoed de richting is ingeslagen van een objectivering van de zakelijke overwegingen die “rechtmatig” aan een fusie of splitsing ten grondslag kunnen liggen. Volgens ons kunnen aandeelhouders evengoed zakelijke overwegingen hebben als de vennootschap zelf. En het lijkt erop dat het Hof van Beroep te Gent die mening deelt. Daarmee kan een einde gemaakt worden aan redeneringen die het laatste decennium de kop opstaken waarbij een kunstmatig onderscheid was gemaakt tussen de belangen van de vennootschap en die van de aandeelhouders. In veel gevallen zijn die trouwens, en zeker bij familiale KMO's, gelijklopend.

Bart Coopman                                         Vincent Hovine
Advocaat-vennoot (bco@dvvc.be)             Advocaat (vh@dvvc.be)



21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....read more
 
20-03-17 Kwartaalaangevers hoeven geen voorschotten meer te betalen
De formaliteiten voor BTW-plichtigen worden verder vereenvoudigd. ....read more
 
17-03-17 Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. ....read more
 
28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....read more
 
website by webalive