nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Vraag om inlichtingen inzake teruggave beurstaks: beperkte antwoordplicht?
 
Menig belastingplichtige heeft recht een vraag om inlichtingen mogen ontvangen met het verzoek bepaalde inlichtingen te verstrekken "omtrent de teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op aflevering van effecten aan toonder voor verrichtingen vanaf 16 juli 2002 tot 15 juli 2004".

De problematiek is de meeste adviseurs niet onbekend. Het Europese Hof van Justitie oordeelde op 15 juli 2004 dat de Belgische 'taks op de beursverrichtingen' en de 'taks op de aflevering van effecten aan toonder' onverenigbaar zijn met de Europese wetgeving voor zover zij worden geheven op de uitgifte van nieuwe effecten. Naar aanleiding van deze uitspraak besliste de minister van Financiën dat de belastingplichtigen die tijdens de periode tussen 16 juli 2002 en 14 juli 2004 ten onrechte de betreffende beurs- en leveringstaksen hadden betaald, deze konden terugvragen bij de Opsporings- en documentatiediensten van de Administratie van het Kader, Registratie en Domeinen (AKRED).

De fiscus zou de fiscus niet zijn mocht hij deze gegevens niet willen aanwenden voor een taxatie op basis van 'tekenen en indiciën' (art. 341 WIB 92). Maar er rezen al snel twijfels bij de rechtmatigheid van de gegevensuitwisseling tussen de AKRED en het AOIF. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer creëerde duidelijkheid en oordeelde dat de reglementering betreffende de bescherming van de privacy de uitwisseling van informatie tussen de AKRED en het AOIF niet in de weg staat (Advies nr. 27/2007 van 19 september 2007; zie www.privacycommission.be).

Dit advies heeft tot gevolg gehad dat het AOIF in de door haar geselecteerde dossiers vragen om inlichtingen heeft verzonden.

Het valt bij lezing van de vraag om inlichtingen op dat de fiscus op de meeste vragen al het antwoord (gedeeltelijk) moet kennen (via informatie verkregen van de AKRED). Er wordt gevraagd of de inschrijver is opgetreden in eigen naam, dan wel als rechtsopvolger of mandataris van de inschrijver. In de twee laatste gevallen moeten de coördinaten van de erflater en/of de inschrijver van de effecten worden meegedeeld. Daarnaast wil de fiscus ook weten wanneer, voor welk bedrag en op welke effecten de belastingplichtige heeft ingetekend.

Zoals hoger aangegeven mag het duidelijk zijn dat de vragen kaderen in een indiciair onderzoek. Mogelijk beschikt de fiscus enkel over de identiteit van de aanvrager en het bedrag van de teruggestorte taksen en bezit hij geen informatie over de effecten, het bedrag of het tijdstip van de inschrijving.

De vraag rijst in welke mate deze vragen om inlichtingen moeten worden beantwoord.

De belastingplichtige heeft de wettelijke verplichting om te antwoorden op de door de administratie gestelde vragen. Doet hij dat niet, dan stelt hij zich bloot aan administratieve boetes. Bovendien kan de fiscus een aanslag van ambtswege vestigen, met omkering van de bewijslast tot gevolg.

Toch bestaan er aan het vraagrecht als bedoeld in artikel 316 WIB 92 ook beperkingen. Zo dienen de gestelde vragen van aard te zijn dat ze de fiscale toestand van de belastingplichtige kunnen beïnvloeden. Het is enkel dan dat ze fiscaal relevant zijn en betrekking kunnen hebben op de fiscale toestand van de belastingplichtige.

Dit houdt in dat de vragen om inlichtingen enkel verband kunnen houden met feiten in verband met aanslagjaren waarvoor de aanslagtermijn nog niet is verstreken. Wanneer de fiscus aan de belastingplichtige een vraag om inlichtingen stuurt in verband met een aanslagjaar waarover de belastingplichtige geen gegevens meer hoeft te verstrekken, is zij niet gerechtigd een aanslag van ambtswege te vestigen wanneer de belastingplichtige weigert op deze vraag te antwoorden (Brussel 7 januari 1993, F.J.F. 1993, 471).

De vraag om inlichtingen met betrekking tot de teruggave van de beurstaks slaat op de inkomstenjaren 2002, 2003 en 2004. Binnen de gewone driejarige onderzoekstermijn (art. 333 lid 2 WIB 92) kan men anno 2007 enkel nog inlichtingen vragen omtrent de inkomstenjaren 2004, 2005 en 2006. De inkomstenjaren 2002 en 2003 vallen dus uit de boot. U hoeft enkel nog vragen te beantwoorden die slaan op het inkomstenjaar 2004.

Tenzij de Administratie de onderzoekstermijn naar vijf jaar zou uitbreiden. Maar dan dient de fiscus de belastingplichtige vooraf in kennis te stellen van de aanwijzingen van fraude (art. 333 lid 3 WIB 92). Het begrip 'vooraf' houdt in dat de kennisgeving dient te geschieden ten laatste in de aanhef van de vraag om inlichtingen, dus vóór de eigenlijke vragen zelf (Cass. 14 oktober 1999, www.cass.be). Dit is - zo leert navraag bij cliënten - niet het geval voor de vragen om inlichtingen die slaan op de teruggave van de beurstaks. In dat geval kan er bijgevolg geen sprake zijn van een geldige verlenging van de onderzoekstermijn tot de inkomstenjaren 2002 en 2003.

Desalniettemin is enige voorzichtigheid geboden. Het mag duidelijk zijn dat de AOIF reeds bepaalde documenten in haar bezit heeft, ook deze die slaan op de inkomstenjaren 2002 en 2003. In de mate dat deze gegevens 'bewijskrachtige gegevens' vormen in de zin van artikel 358 § 1 4° WIB 92, zou de fiscus alsnog kunnen overgaan tot een aanvullende aanslag. Krachtens dit artikel mag de fiscus een aanslag vestigen, zelfs na het verstrijken van de gewone of verlengde aanslagtermijn, indien bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één van de vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van deze gegevens. De inhoud van het begrip 'bewijskrachtige gegevens' vraagt een feitelijke invulling. Men zal in ieder geval voor ogen houden dat ons hoogste rechtscollege dit jaar heeft beslist dat een indiciaire aanslag mag steunen op inlichtingen die de belastingplichtige zelf heeft verstrekt (Cass. 4 januari 2007, www.cass.be).

De fiscus moet de aanslag dan vestigen binnen de twaalf maanden nadat hij kennis krijgt van deze gegevens (art. 358 § 2 3° WIB 92). Het verweer van de belastingplichtige zou erin kunnen bestaan dat de datum van aanvang van die twaalf maanden zich situeert op het ogenblik dat de belastingplichtige aan de AKRED - zusteradministratie van het A.O.I.F. - de informatie heeft verstrekt. Dit betekent concreet dat het A.O.I.F. geen aanvullende aanslag meer kan vestigen nu de AKRED reeds meer dan twaalf maanden over de vermeende bewijskrachtige gegevens beschikt. De administratieve commentaar schrijft echter voor dat enkel de kennisname door de Administratie der directe belastingen zelf (en dus niet aan een zusteradministratie zoals de AKRED) de buitengewone aanslagtermijn van 12 maanden doet aanvangen (Com.I.B. 1992, nr. 358/4). Hoewel dit standpunt in strijd lijkt met de wet, vangt in dat geval de termijn van 12 maanden aan op het ogenblik dat het A.O.I.F. kennis krijgt van de bewijskrachtige gegevens. De belastingplichtige zal dus in voorkomend geval best het administratief dossier inkijken om na te gaan wanneer het A.O.I.F. kennis heeft gekregen van de gegevens van de AKRED.

J. ROSELETH, advocaat-vennoot DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN
L. DE BROECK, advocaat-vennoot DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN


Bron - Accountancy & Fiscaliteit - nr. 26 - 25 oktober 2007


 



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....lees meer
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....lees meer
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....lees meer
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....lees meer
 
website door webalive