nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Maaltijdcheques die aan zelfstandige bedrijfsleiders worden toegekend.
 
Maaltijdcheques die aan zelfstandige bedrijfsleiders worden toegekend, worden vanaf 1 januari 2007 als vrijgestelde sociale voordelen beschouwd (Bericht 11 mei 2007 van AOIF). Voor meer informatie, lees hierna het volledige bericht.

Maaltijdcheques die worden uitgereikt aan zelfstandige bedrijfsleiders door de onderneming waar zij hun activiteit als dusdanig uitoefenen, worden, vanaf 1 januari 2007, overeenkomstig artikel 38, §1, 1ste lid, 11°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 als vrijgestelde sociale voordelen aangemerkt, voor zover zij tezelfdertijd aan alle volgende voorwaarden voldoen.

1. De toekenning van maaltijdcheques aan zelfstandige bedrijfsleiders is afhankelijk van de toekenning van maaltijdcheques aan de werknemers van de onderneming. Deze toekenning moet vervat zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal vlak of op ondernemingsvlak. Kan dergelijke overeenkomst niet worden gesloten bij gebrek aan een syndicale delegatie of wanneer het een personeelscategorie betreft waarvoor het niet de gewoonte is dat deze door zulke overeenkomst wordt beoogd, dan mag de toekenning geregeld worden door een individuele overeenkomst.

2. De toekenning van maaltijdcheques aan zelfstandige bedrijfsleiders moet geregeld zijn in een schriftelijke individuele overeenkomst en het bedrag van de maaltijdcheque mag niet hoger zijn dan dat toegekend bij collectieve arbeidsovereenkomst in dezelfde onderneming, die de hoogste nominale waarde van de maaltijdcheque bepaalt.

3. Het aantal toegekende maaltijdcheques moet gelijk zijn aan het aantal dagen waarop de zelfstandige bedrijfsleider effectief arbeidsprestaties levert. Het maximale aantal gepresteerde dagen dat voor de toekenning van de maaltijdcheques in rekening wordt genomen, mag niet hoger zijn dan het maximale aantal dagen dat door een voltijds tewerkgestelde werknemer tijdens het kwartaal in de onderneming kan worden gepresteerd.

Deze berekeningswijze moet worden vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst of, voor de ondernemingen die noch een ondernemingsraad, noch een comité voor preventie en bescherming op het werk, noch een syndicale delegatie hebben opgericht, in het arbeidsreglement.

De maaltijdcheques moeten iedere maand, in één of meer keren, worden overhandigd in functie van het aantal dagen van de maand waarop de zelfstandige bedrijfsleider vermoedelijk arbeidsprestaties zal leveren; uiterlijk de laatste dag van de eerste maand die volgt op het kwartaal wordt het aantal maaltijdcheques in overeenstemming gebracht met het aantal dagen waarop de zelfstandige bedrijfsleider tijdens het kwartaal effectief arbeidsprestaties leverde, zoals bepaald in het voorgaande lid.

4. De maaltijdcheque moet op naam van de bedrijfsleider worden afgeleverd; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld als de toekenning ervan en de daarop betrekking hebbende gegevens (aantal maaltijdcheques, brutobedrag van de maaltijdcheques verminderd met het persoonlijk aandeel van de zelfstandige bedrijfsleider) voorkomen op een geschreven document dat met name de volledige identiteit van de zelfstandige bedrijfsleider alsook van de onderneming waarin hij zijn activiteiten uitoefent, vermeldt. Voormeld document moet bij de boekhoudkundige stukken worden bewaard en maakt er integrerend deel van uit.

5. De maaltijdcheque vermeldt duidelijk dat zijn geldigheidsduur beperkt is tot drie maanden en dat hij slechts mag worden gebruikt ter betaling van een eetmaal of voor de aankoop van verbruiksklare voeding.

6. De tussenkomst van de onderneming in het bedrag van de maaltijdcheque mag ten hoogste 4,91 EUR per maaltijdcheque bedragen.

7. De tussenkomst van de zelfstandige bedrijfsleider is ten minste gelijk aan het geraamd bedrag voor de tweede maaltijd, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en in artikel 18, §3, punt 8, van het KB/WIB 92.

Ook voor bedrijfsrestaurants:

Maaltijdcheques toegekend aan zelfstandige bedrijfsleiders die toegang hebben tot een bedrijfsrestaurant dat sociale maaltijden verstrekt, kunnen op grond van artikel 38, §1, 1ste lid, 11°, van voormeld wetboek als vrijgestelde sociale voordelen worden aangemerkt, voor zover aan de hiernavolgende voorwaarden is voldaan :

1. onder maaltijd moet worden verstaan : een soep of klein voorgerecht, een (warme) hoofdmaaltijd, een dessert en een drank;

2. iedere maaltijd die in een bedrijfsrestaurant wordt opgediend, moet worden verstrekt tegen een prijs die ten minste gelijk is aan de kostprijs, welke forfaitair wordt vastgesteld op 4,91 EUR.

De kosten die voortvloeien uit het verstrekken van sociale hoofdmaaltijden aan de zelfstandige bedrijfsleider in de mess of het restaurant van de onderneming, zijn bij deze laatste fiscaal aftrekbaar, met uitsluiting van het bedrag dat, per verstrekte maaltijd, gelijk is aan het positief verschil tussen 1,09 EUR en de door de zelfstandige bedrijfsleider betaalde prijs, en dit onverminderd de eventuele toepassing van artikel 53, 10°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

In dat geval, kan de zelfstandige bedrijfsleider zijn maaltijd ofwel betalen door middel van een maaltijdcheque ofwel met enig ander betaalmiddel en mag hem het verschil tussen de nominale waarde van de maaltijdcheque en de prijs van zijn maaltijd eventueel worden terugbetaald.

Wanneer de maaltijd evenwel in het bedrijfsrestaurant tegen een lagere prijs dan de kostprijs wordt verstrekt, moet de zelfstandige bedrijfsleider zijn maaltijd verplicht betalen met een maaltijdcheque, en mag hem het verschil tussen de normale waarde van de maaltijdcheque en de prijs van de maaltijd in geen geval worden terugbetaald.

Bij niet-naleving van deze verplichting, wordt de tussenkomst van de onderneming in de prijs van de maaltijdcheques, als een bij de verkrijger belastbaar voordeel van alle aard aangemerkt.

Tenslotte wordt er in het Bericht van 11 mei 2007 (B.S. 2007 p. 25.926) aan herinnerd dat maaltijdcheques die worden verleend ter vervanging of ter omzetting van bezoldigingen, premies, om het even welke toelagen, enz., in alle gevallen als een bij de verkrijger belastbaar voordeel van alle aard worden aangemerkt.



19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lire la suite
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lire la suite
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lire la suite
 
29-05-19 Fiscus haalt het misbruikwapen boven tegen vastgeklikte reserves
Stilaan zien we in de rechtspraak de eerste toepassingen van de vernieuwde algemene rechtsmisbruikbepaling. In veel gevallen lijkt de fiscus voorlopig gelijk te krijgen. De nieuwe versie van artikel 344, §1 blijkt dus een krachtiger wapen in handen van de fiscus dan de oude versie. De fiscus roept die bepaling o.m. in tegen vennootschappen die gebruik maakten van de mogelijkheid om reserves “vast te klikken” in kapitaal met het oog op een latere belastingvrije uitkering, maar die in de ogen van de fiscus die regeling toepasten in situaties waarvoor ze niet bedoeld was.....lire la suite
 
site web par webalive