nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
COördinatiecentra: VENNOOTSCHAPSBELASTING MAAKT GEEN DEEL UIT VAN DE MINIMUM BELASTBARE BASIS.
 
België had in de jaren '80 om de komst van multinationale groepen aan te moedigen een fiscaal regime voorzien. Voor zover deze groepen hun coördinatiecentra gebruikten voor welbepaalde doeleinden (bijvoorbeeld groepsfinanciering) konden zij genieten van het fiscaal gunstregime voorzien in het Koninklijk Besluit nr. 187 van 30 december 1982.

KB voorziet in twee fiscale regimes

Het K.B. nr. 187 van december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra (hierna "K.B. nr. 187") voorziet dat coördinatiecentra niet aan de gewone regels inzake vennootschapsbelasting onderworpen zijn, maar dat zij van een afzonderlijk belastingregime genieten.

Dit regime, eigen aan de coördinatiecentra, werd eerst ingevoerd in de vorm van een vrijstellingsregime, overeenkomstig dewelke sommige bestanddelen vrijgesteld werden van vennootschapsbelasting (oorspronkelijk K.B. nr. 187 dd. 30 december 1982). Naar aanleiding van de opmerkingen van de Europese Commissie, die dit regime strijdig met de Europese bepalingen inzake staatsteun vond, werd dit regime gewijzigd en heeft men voor een belastingregime geopteerd, waarin de belastbare grondslag forfaitair is vastgesteld.

Deze beginselen werden in artikel 5, § 1 van het K.B. nr. 187 opgenomen, dit bepaalt dat het belastbaar inkomen van een coördinatiecentrum, in afwijking van de artikelen 96 tot 115, 142 en 144 tot 148 van het (oud) Wetboek van de Inkomstenbelastingen (de huidige artikelen 183 tot 207, 230, 231 en 233 tot 240 W.I.B. 1992), op forfaitaire wijze vastgesteld wordt.

In principe gebeurt deze vaststelling op basis van de uitgaven en werkingskosten van het coördinatiecentrum, met uitsluiting van de personeels- en financiële kosten (de zgn. "Cost plus" - methode).

Echter mag de belastbare basis, vastgesteld overeenkomstig bovenstaande methode, niet lager zijn dan de "niet als bedrijfsuitgaven aftrekbare uitgaven en lasten" en "de abnormale of goedgunstige voordelen die door de leden van de groep werden verleend aan het coördinatieecentrum" (de zgn. "alternatieve minimum aanslagbasis").

Verschil van interpretatie tussen fiscus en belastingplichtige

Het is net over de draagwijdte van de alternatieve minimum aanslagbasis dat er een betwisting was ontstaan tussen de fiscale administratie en de coördinatiecentra.

De fiscale administratie was van oordeel dat de vennootschapsbelasting die coördinatiecentra diende te betalen, net zoals bij gewone vennootschappen, moest aanzien worden als een "verworpen uitgave". En deze "verworpen uitgave" zou beantwoorden aan het begrip van de "niet als bedrijfsuitgaven aftrekbare uitgaven en lasten" van het KB nr. 187.

De coördinatiecentra konden niet instemmen met deze interpretatie die de belastbare basis aanzienlijk uitbreidde.

Het K.B. nr. 187 sluit immers principieel de toepassing van o.m. de artikelen 183 tot 207 W.I.B. 1992 uit, dus inclusief het artikel 198 W.I.B. 1992. Dit geldt zowel voor de vaststelling van de belastbare basis volgens de "cost plus - methode" als volgens de "alternatieve minimum aanslagbasis - methode".

Voor de vaststelling van de belastbare basis volgens de "cost plus -methode", aanvaardde de belastingadministratie dat de door een coördinatiecentrum verschuldigde vennootschapsbelasting geen deel uitmaakt van de "uitgaven en werkingskosten" van het centrum. Zij stelde immers dat de forfaitaire winst vastgesteld wordt op een percentage van het totale bedrag van de uitgaven en werkingskosten met uitsluiting van de personeelskosten en de financiële kosten van de vennootschapsbelasting of BNI/vennootschappen (zie circulaire nr. 41 Ci.RH 421/439.244 van 29 november 1993n br. 41, 2de alinea). Dit standpunt werd ook reeds ingenomen in de vorige circulaire houdende algemeen commentaar op de coördinatiecentra (circulaire van 31 juli 1987, nr. 38).

Ook voor de vaststelling van de belastbare basis volgens de "alternatieve methode", blijkt uit artikel 5, § 1 van het K.B. nr. 187 dat het hanteren van de gewone vennootschapsbelastingregels inzake berekening van de belastbare grondslag uitdrukkelijk uitgesloten is. Deze "alternatieve methode" doet immers geen afbreuk aan het principe dat de belastbare grondslag van een coördinatiecentrum op forfaitaire wijze vastgesteld wordt waarbij de gewone regels inzake de berekening van de belastbare grondslag uitdrukkelijk door artikel 5, § 1 van het K.B. nr. 187 uitgesloten zijn.

Bovendien bleek duidelijk uit de totstandkoming van de wet en het stilzwijgen over de vennootschapsbelasting in de administratieve publicaties dat het niet de bedoeling van de wetgever kon geweest zijn om de vennootschapsbelasting te zien als onderdeel van de belastbare grondslag.

Ook zou de toepassing van het standpunt van de fiscus leiden tot een sneeuwbaleffect waardoor een coördinatiecentra steeds belasting op belasting  zou blijven betalen ("tax on tax"). Dit werd overigens door de wetgever erkend, doch enkel voor de toekomst na een wetswijziging van 24 december 2002. Er kan wel opgemerkt worden dat de Rechtbank van Namen van mening was dat deze wetswijziging - die de vennootschapsbelasting uitdrukkelijk uitsluit van de alternatieve minimum aanslagbasis - een interpretatief karakter had en dus uitdrukkelijk het standpunt van de belastingplichtige bevestigde ook voor het verleden (Rb. Namen, 5 november 2003, A.R. 1992/2002, onuitg.).

Rechtbanken volgen het standpunt van de coördinatiecentra

De eerste vonnissen die geveld werden stemden allen in met de interpretatie van de coördinatiecentra.

De uitspraken stelden dat de vennootschapsbelasting niet begrepen kan worden als "niet als bedrijfsuitgaven aftrekbare uitgaven en lasten" die overeenkomstig artikel 5 van het K.B. nr. 187 deel uitmaken van de minimum belastbare basis van het coördinatiecentrum. Deze interpretatie schendt op generlei wijze het legaliteitsbeginsel. (Zie Rb. Gent A.R. 00/3769/A, 24 januari 2002, Fiscoloog 2002, (weergave), nr. 836 en Fisc. Koer. 2002, (weergave) 255, met noot J. THILMANY, A.F.T. 2002, 205 met noot R. BEYAERT, T.V.R. 2002, 312 met noot D. DESCHRIJVER, Rb. Gent A.R. 01/1301/A, 11 april 2002, onuitg en Rb. Brussel A.R. 2001/4689/A, 18 oktober 2002, onuitg.).

Hof van Beroep volgt echter niet

Na al deze positieve rechtspraak, velde het Hof van Beroep te Gent - tot ieders verbazing - op 6 april 2004 een ander oordeel. De vennootschapsbelasting zou toch onderdeel zijn van de belastbare grondslag van coördinatiecentra. Om tot deze vaststelling te komen, steunde het Hof zich op wetsartikels die gelden voor de gewone vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Hoewel enkele auteurs dit standpunt onderschreven, was er echter vooral veel kritiek op deze uitspraak waar te nemen. Tegen de uitspraak van het Hof van Beroep werd er dan ook een cassatievoorziening ingesteld.

 ... maar wordt teruggefloten door lagere en hogere rechters

Na de negatieve rechtspraak van het Hof van Beroep te Gent was er terug onrust ontstaan. De rechtbank van Eerste Aanleg te Gent volgde, tot voor kort, het standpunt van het Hof en wees derhalve de verzoeken van de coördinatiecentra af.

In een vonnis van 7 maart 2007 (nog niet gepubliceerd) willigde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent nochtans terug de vordering van een coördinatiecentrum in. De Rechtbank oordeelde immers dat men voor de interpretatie van het KB niet kan steunen op de artikels die gelden voor de gewone vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting en de Rechtbank wijst hierdoor impliciet de stelling van het Hof van Beroep van de hand.

Vermits de tekst van het KB nr. 187 onduidelijk is, stelt de Rechtbank dat men mag kijken naar de bedoeling van de wetgever. Hieruit blijkt dat de vennootschapsbelasting niet moet worden opgenomen in de belastbare basis ter  berekening van de minimum aanslagbasis.

Slechts 9 dagen later wordt deze uitspraak van de Rechtbank impliciet bevestigd door het Hof van Cassatie. In haar arrest van 16 maart 2007 verbreekt het Hof van Cassatie immers een arrest van het Hof van Beroep te Gent. Het Hof van Cassatie oordeelt dat het Hof van Beroep niet kon besluiten dat de vennootschapsbelasting toch moest opgenomen wroden in de minimum belastbare basis.

Het Hof motiveert haar arrest als volgt:

 "(...)
Het opnemen van de belasting in de belastbare grondslag leidt tot een onlogische berekeningswijze van de belasting die de wetgever niet heeft gewild.


Gelet op de bedoeling van de werkgever enkel misbruiken te voorkomen, omvat de minimum belastbare grondslag van de coördinatiecentra niet de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners/vennootschappen.

De appelrechters die oordelen dat de vennootschapsbelasting wel degelijk deel uitmaakt van de minimum belastbare grondslag, schenden aldus artikel 5, § 1, tweede lid, van het Koninklijk Besluit nr. 187 van 30 december 1982.

Het middel is gegrond".

Deze duidelijke uitspraak van het Hof van Cassatie laat nog weinig ruimte tot interpretatie. Terecht oordeelt het Hof dat het nooit de bedoeling is geweest van de wetgever om de vennootschapsbelasting op te nemen in de belastbare basis en wie dit toch zou wensen te lezen in het KB van 30 december 1982 maakt een foute lezing van deze wettekst.

Na deze uitspraak kunnen thans alle nog hangende zaken voor de coördinatiecentra worden afgehandeld op korte termijn. Vele bestuurders van coördinatiecentra, waarvan vele reeds op non actief zijn geplaatst en zelfs al in vereffening zijn, zullen dan ook opgelucht adem halen.

Alain CLAES
Advocaat-vennoot



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....read more
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....read more
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....read more
 
website by webalive