nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Nieuwe gronden van bestuurdersaansprakelijkheid sedert 28 juli 2006
 
Met de programmawet van 20 juli 2006  (hierna 'programmawet') heeft de Belgische wetgever twee nieuwe gronden van bestuurdersaansprakelijkheid ingevoerd in het Belgisch recht, respectievelijk inzake belastingen (bedrijfsvoorheffing en BTW) en inzake sociale zekerheid.
Ratio legis is duidelijk: een wettelijk wapen tegen fiscale en sociale fraude, in het bijzonder wanneer vervallen sociale zekerheidsbijdragen en/of bepaalde belastingschulden niet worden betaald.


Situatie vóór de programmawet

De Belgische hoven en rechtbanken werden in het verleden geconfronteerd met vorderingen ter veroordeling tot sociale zekerheidsbijdragen en fiscale schulden. De administratie ging er immers in het verleden vanuit, dat de doorstortingsverplichting waarin de fiscale wetgeving voorziet, niet enkel op de vennootschap rust, maar ook op haar bestuurders (artikel 86 K.B./W.I.B. 1992). De rechtspraak is de administratie al bij herhaling in deze zienswijze gevolgd (zie o.m. Antwerpen 13 december 1999, T.R.V. 2000, p. 32), maar de Belgische hoven en rechtbanken, evenals verschillende rechtsgeleerden konden niet steeds overtuigd worden dat de toepassingsvoorwaarden van deze aansprakelijkheidsgronden vervuld waren.

De invoering van de programmawet

Gelet op deze uiteenlopende meningen in rechtspraak en rechtsleer vatte de regering het plan op om een bijzondere wettelijke regeling in te voeren inzake bestuurdersaansprakelijkheid. De wetgever heeft met de invoering van de programmawet dd. 20 juli 2006 de bestuurdersaansprakelijkheid in een aantal bijzondere situaties onderworpen aan andere toepassingsvoorwaarden, waardoor het voor de overheden eenvoudiger zal worden bepaalde fiscale en sociale zekerheidsschulden in te vorderen, zij het niet bij de eigenlijke schuldenaar ervan maar bij een aansprakelijk gesteld bestuurder.

De nieuwe wetgeving

In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 442quater ingevoegd en in het Wetboek van de belasting voer de toegevoegde waarde wordt een artikel 93undecies C ingevoegd, die in concreto hierop neerkomen:

Bestuurders van vennootschappen en van grote V.Z.W.'s (dit is een V.Z.W. beantwoordend aan minstens twee van de volgende voorwaarden: gemiddeld 5 voltijdse werknemers, 250.000 EUR ontvangsten, balanstotaal 1 miljoen EUR) kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de niet-betaling door deze rechtspersoon van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing of BTW (inclusief interesten en bepaalde bijhorende bedragen). Gerechtelijke mandatarissen zijn evenwel uitdrukkelijk uitgesloten.

De notie bestuurder wordt ruim opgevat. De wetgever viseert in de eerste plaats de bestuurders die instaan voor het dagelijks bestuur van de betrokken vennootschap, de eigenlijke bestuurders dus. De aansprakelijkheid kan evenwel ook uitgebreid worden naar personen die geen lid zijn van de raad van bestuur, maar in volle onafhankelijkheid beslissingen nemen of kunnen nemen die als bestuurshandelingen gekwalificeerd kunnen worden. Deze personen dienen dus meer op hun hoede te zijn bij het reilen en zeilen van de betrokken rechtspersoon. In het kader van deze wetswijziging wordt het van belang bij een eventuele verdediging voor de rechtbank aan te tonen dat u wel degelijk de nodige maatregelen neemt teneinde u ervan te vergewissen dat de vennootschap haar fiscale verplichtingen naleeft ook al bent u geen lid van de raad van bestuur maar neemt u wel beslissingen binnen de vennootschap die als bestuurshandelingen kunnen worden gekwalificeerd. De hoofdelijke aansprakelijkheid kan immers uitgebreid worden naar “andere bestuurders”. Onder “bestuurders” wordt bedoeld “ elke persoon de in feite of in rechte, de bevoegdheid heeft of heeft gehad om de vennootschap of de rechtspersoon te besturen, met uitsluiting van de gerechtelijke mandatarissen.( Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 51-2517/2, p. 5).

De aansprakelijkheid wordt trapsgewijs uitgeoefend. Ze is in eerste instantie beperkt tot de bestuurders in feite of in rechte die in het kader van hun mandaat belast zijn met de dagelijkse leiding en die instaan voor de aangifte en de betaling van de bedrijfsvoorheffing die op de vergoedingen van de loontrekkenden en bedrijfsleiders verschuldigd is. Maar ze kan zoals hierboven uiteengezet uitgebreid worden naar andere personen die bestuurshandelingen nemen.

Opdat kan worden besloten tot de aansprakelijkheid van de bestuurders dient de rechtspersoon in gebreke te blijven de verschuldigde bedrijfsvoorheffing en BTW te voldoen.

Het niet-betalen van vervallen schulden is echter niet voldoende om te besluiten tot de aansprakelijkheid. De wetgever schrijft voor dat bestuurders die belast zijn met de dagelijkse leiding van de vennootschap of van de rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de tekortkoming indien die te wijten is aan een fout in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, die ze hebben begaan bij het besturen van de vennootschap of de rechtspersoon. De wetgever bedoelt hiermee dezelfde omstandigheden die ook reeds in de rechtspraak werden weerhouden onder de algemene gronden van bestuurdersaansprakelijkheid. De fiscale administratie dient aan te tonen dat de bestuurder een fout heeft begaan in het beheer van de onderneming. Deze fout moet begrepen worden als een gewone burgerrechtelijke fout. De Verantwoording bij het regeringsamendement geeft op basis van “een analyse van de rechtspraak” de volgende voorbeelden van “fouten die de aansprakelijkheid van de bestuuurders” tot gevolg kunnen hebben:

het voortzetten van een verlieslatende activiteit ten koste van de belangen van de schuldeisers (Kh. Dendermonde 10 maart 2005, Fisc. Act. 2005 22/5);
niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing en het verborgen houden van de niet-doorstorting in de boekhouding (Antwerpen 19 april 2005, NjW 2005, nr. 121, 954);
een fraude bestaande uit het verdoezelen van ontvangsten met de bedoeling de BTW te ontwijken (F.J.F. 2003, 1000; JDSC 2005, 159);
het niet betalen van de fiscale schulden of sociale lasten als bewust gekozen financieringsmiddel voor de bedrijfsleiders (Kh. Mechelen 7 januari 2005, T.R.V. 2005, 346; Antwerpen 10 februari 2004, Fisc. Koer. 2004/40) (Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 51-2517/2, p. 7).
De wetgever is echter nog een stapje verder gegaan. Hij heeft een nieuw wettelijk - weerlegbaar- vermoeden van bestuurdersaansprakelijkheid in het leven geroepen: de herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing en/of BTW door de vennootschap wordt vermoed een fout te zijn in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek die werd begaan bij het besturen van de vennootschap of de rechtspersoon. De bewijslast wordt in geval van herhaalde niet-betaling verlegd naar de bestuurder die in rechte wordt aangesproken door de fiscus. 

Dergelijke herhaalde niet-betaling wordt vermoed wanneer de vennootschap of vereniging die maandelijks tot de desbetreffende belasting gehouden is binnen een periode van één jaar minstens drie vervallen maandelijkse termijnen van de relevante belasting niet heeft betaald, of, wanneer de vennootschap of vereniging die trimestrieel gehouden is tot betaling binnen een periode van één jaar minstens twee vervallen termijnen niet betaald heeft.

Dit vermoeden van fout speelt niet als de vennootschap verwikkeld is in een procedure van gerechtelijk akkoord of faillissement.

De spelregels

De fiscale administratie is verplicht de bestuurder vooraf met een aangetekende brief uit te nodigen de nodige maatregelen te treffen om de tekortkoming te verhelpen of aan te tonen dat het gebrek aan betaling niet aan een door hem begane fout te wijten is. Deze preventieve maatregel van voorafgaand overleg is verplicht.

In alle gevallen zal de rechter zich moeten uitspreken. Voor bestuurders van handelsvennootschappen is de rechtbank van koophandel bevoegd. In de overige gevallen is het de rechtbank van eerste aanleg.

De fiscus zal dus moeten overgaan tot het inleiden van een aansprakelijkheidsvordering. Dit kan hij ten vroegste één maand na deze voorafgaande kennisgeving. Respecteert de fiscus de voorafgaande kennisgeving niet, of respecteert hij de termijn van één maand niet, dan zal de rechtbank de aansprakelijkheidsvordering onontvankelijk dienen te verklaren. Er is geen termijn bepaald waarbinnen de fiscus de rechtsvordering moet instellen. Uiteraard is de rechtsvordering van de fiscus wel onderworpen aan de gemeenrechtelijke termijn van 10 jaar in toepassing van artikel 2262 bis van het burgerlijk wetboek.

De fiscale administratie kan wel reeds bewarende maatregelen nemen voor het verstrijken van deze termijn van één maand.

Inwerkingtreding

De nieuwe aansprakelijkheidsgrond in verband met onbetaalde bedrijfsvoorheffing en BTW is in werking getreden op 28 juli 2006.

In het kader van het dagelijks bestuur van uw vennootschap of rechtspersoon is het dus zaak de tijdige betaling van fiscale verplichtingen stipt op te volgen. De plaatsing van de betaling van bedrijfsvoorheffing en de BTW op de agenda van de raad van bestuur kan in dit opzicht een nuttige tip zijn.

Patrizia MACALUSO (pma@dvvc.be)



17-10-17 Tax on securities and trading accounts
On 29 September, the federal government adopted a bill of law that introduces a tax on securities and trading accounts.....lire la suite
 
14-10-17 Fiscus versoepelt recht op aftrek btw
In een Circulaire van 12 oktober 2017 kondigt de fiscus aan zich voor de BTW-aftrek te schikken naar het “substance-over-form”-principe, zoals ingesteld door het Europees Hof. ....lire la suite
 
13-10-17 Fiscale visitatie omvat geen algemeen huiszoekingsrecht...
… zo blijkt uit een recent arrest van het Grondwettelijk Hof, uitgesproken op 12 oktober 2017 (nr. 116/2017). ....lire la suite
 
09-10-17 Kaaimantaks: achterpoortjes gaan dicht
Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting maakte o.m. ook een “versterking” van de kaaimantaks deel uit van het zomerakkoord van de regering. ....lire la suite
 
site web par webalive